De Overheid een geschenk van God

1984-04-13
  • Jaargang 28
  • nummer 15
Wie regeert?
Ons land is een parlementaire democratie, waarin de overheid verantwoording verschuldigd is aan de volksvertegenwoordiging. Wetten kunnen dan ook alleen gemaakt worden door de regering in samenwerking met de Staten Generaal.

De werkelijkheid schijnt soms anders te zijn. Het heeft er vaak meer van weg, dat "de straat" regeert. Door gewelddadige acties proberen burgers het recht in eigen handen te nemen.
Wegen worden versperd, kantoren bezet, huizen gekraakt, burgers gemolesteerd.
Wanneer je bezwaren hebt tegen kernenergie ga je met een aantal kornuiten een kerncentrale bezetten.
Wanneer een wet je niet aanstaat, b.v. het verbod om een ander op zijn uitdrukkelijk en ernstig verlangen van het leven te beroven (euthanasie), dan lap je dat aan je laars.
Burgerlijke ongehoorzaamheid wordt tot een deugd verheven, De parlementaire democratie schijnt op haar retour te zijn.
Geen wonder dat een partij als de Centrumpartij nu een kans krijgt. Als het overheidsgezag gaat stagneren, krijgen andere machten een kans.

Het recht van verzet
Maar je mag toch wel verzet plegen, zo zegt men.
Kijk maar naar het verzet van de "Bekennnende Kirche" in de dertiger jaren, toen Hitler de Joden naar concentratiekampen liet wegvoeren.
Zie naar onze vaderlandse geschiedenis.
In het middelpunt staat de "tiende penning". Toen PhilipsII uit geldnood Alva naar de Nederlanden zond om de tiende penning in te voeren ontstond overal verzet. Na de inneming van De Briel weigerde men zelfs elke betaling. Die weigering heeft ons op den duur de vrijheid gebracht.
Dus al 400 jaar geleden was er al een succesvolle, massale aktie om 10% BTW, bestemd om er een oorlog mee te betalen, te weigeren.
En deze weigering leidde zelfs tot de vrijheid van ons vaderland. Was onze Tachtigjarige oorlog niet een rechtmatig verzet?
Nu is dit een wat merkwaardige simplificatie van de historie. Ons verzet tegen Spanje berustte echt niet alleen op de invoering van de tiende penning. Het ging ten diepste om de vraag van godsdienstvrijheid en de vrijheid van ons volksbestaan.
Voorop mom steeds blijven staan, dat de overheid in dienst van God staat en dat wij als burgers haar daarom moeten gehoorzamen. Dat geldt ook tegenover slechte overheden.
Het is aan de andere kant wel juist, dat in bepaalde situaties verzet tegen de overheid geoorloofd is. Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen.
Dat kan leiden tot ongehoorzaamheid aan de overheid.

Gewetensbezwaren tegen de defensie
Zo zijn er burgers in ons land, die gewetensbezwaar hebben tegen een militair apparaat. Dat kwam vroeger ook voor. Ook veel christenen hebben in de loop der eeuwen tegen een militair apparaat bezwaar gemaakt. Volgens hen bracht de gehoorzaamheid aan hun Heer dat mee.
In deze tijd zijn echter groepen, die menen, dat ze daarom moeten overgaan tot burgerlijke ondergehoorzaamheid.
Met name de Basisbeweging van kritische groepen en gemeenten en ook de "Beweging Weigering Defensiebelasting"
weigeren op die grond defensiebelasting te betalen. Wegens gehoorzaamheid aan hun Heer plegen zij dus burgerlijke ongehoorzaamheid.
Weigering van defensiebelasting door christenen zien zij als konsekwentie van hun geloof in Jezus, de Heer van de geschiedenis en als "mogelijk" handelend antwoord op uitspraken van kerken, waarin de (kernbewapening als goddeloos is gekenschetst, Men weigert niet alle belastingbetaling, maar alleen het deel dat voor defensiedoeleinden gebruikt wordt.
Dit bedrag, bijvoorbeeld f 1.200,- (het bedrag dat per persoon aan defensie besteed wordt). Dit bedrag wil men in een vredesfonds storten, waaruit vredesactiviteiten gesubsidieerd zouden kunnen worden.
Deze redenering lijkt niet zo vreemd.
Ook al is men van oordeel, dat pacifisme een miskenning betekent van het recht van de overheid om het zwaard te hanteren (en dat is het metterdaad), het kan niet ontkend worden dat nu en vroeger veel christenen gewetensbezwaren hadden tegen het militaire apparaat van de overheid.
De wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst geeft dan ook de mogelijkheid op grond van gewetensbezwaren militaire dienst te weigeren. Gewetensbezwaren moeten zoveel mogelijk geëerbiedigd worden. Zo zijn er veel meer wettelijke vrijstellingen voor hen, die principiële bezwaren hebben tegen bepaalde heffingen, b.v. tegen verzekeringen, tegen de A.O.W.-premie enz. Bij doelheffingen levert dat ook niet veel problemen op.

Antiparlementair
Toch ligt het bij het weigeren van belasting betalen voor defensie wat anders.
Deze weigering is in een parlementaire democratie niet aanvaardbaar.
In feite gaat op deze manier de individuele burger de plaats van de wettig gekozen volksvertegenwoordiger innemen.
Wanneer men aanvaardt, dat een aantal burgers f 1.200,- minder aan belasting betaalt op grond van pacifistische gevoelens, moet men ook andere principiële bezwaren aanvaarden.
Velen hebben bezwaren tegen een van de duizenden uitgaven van de staat. Dat kan echter geen reden zijn om geen belasting te betalen. We hebben aan de keizer te geven wat des keizers is. Het recht behoeft niet te wijken als het gaat om een bezwaar tegen een verplichting om te moeten betalen. Ik geloof ook niet, dat dit gewetensbezwaren kunnen zijn.
De een heeft ernstig bezwaar tegen defensie-uitgaven.
Maar een ander heeft niet minder ernstige bezwaren tegen subsidiëring van culturele activiteiten, die in strijd zijn met Gods geboden.
Weer anderen vinden overheidssteun voor omroep, onderwijs of gezondheidszorg principiëel onjuist.
Wanneer men al deze bezwaarden gedeeltelijk belastingvrijdom zou geven, zou de Staat der Nederlanden niet meer kunnen functioneren. Het is niet slechts onjuist, maar ook onmogelijk dit alles aan de beslissing van de individuele burger over te laten. Er zou een chaos ontstaan.
De goede God heeft ons juist een overheid geschonken mede om een dergelijke ohaos te voorkomen.
Het is ook niet waar, dat de burger defensiebelasting betaalt.
Hij betaalt belasting opdat de overheid haar taak kan volbrengen. Voor welke taken de belastingopbrengst besteed wordt, bepaalt de regering in overleg met het door het volk gekozen parlement.
Niet de burger, maar de gekozen volksvertegenwoordiging heeft hier de verantwoordelijkheid. Wanneer men dat niet aanvaardt, staat men in feite toe, dat de minderheid gaat regeren.
De burger heeft een taak en verantwoordelijkheid om op bepaalde tijdstippen mee te werken aan het kiezen van goede volksvertegenwoordigers.
Het schijnt helaas, dat veel burgers menen, dat ze ook daarna nog samen met de overheid verantwoordelijkheid dragen.
Wie echt gewetensbezwaren heeft zal dit tot uitdrukking moeten brengen door gebruik te maken van de democratische rechten, die grondwet en wet hem of haar geven.
Burgerlijke ongehoorzaamheid is niet het geëigende middel.
Dat leidt tot ondermijning van de parlementaire democratie.

Parlementaire democratie
Parlementaire democratie is een groot goed. Het geeft ons de mogelijkheid om voor Gods aangezicht onze verantwoordelijkheid voor het staatsverband te beleven.
Het is waar, dat die democratie vaak gebrekkig functioneert. Maar het is wel de minst slechte oplossing. Als de parlementaire democratie goed werkt, zal het parlement als een echt geweten van het volk fungeren.
Niet "de straat', maar de overheid moet ons regeren. Anders ontstaat de chaos, en lopen onze volksvrijheden gevaar. Loopt ook onze godsdienstvrijheid gevaar.
Zie maar naar de dictatoriaal geregeerde landen.
Een overheid die zorgt voor orde en de chaos en willekeur tegenhoudt is een groot geschenk van God.
Laten we er zuinig op zijn. God voor danken en ook bidden, dat de overheid haar roeping mag verstaan, ons ten goede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief