Ingezonden

1984-04-20
  • Jaargang 28
  • nummer 16
Ter inleiding.

Prof. dr H. J. Jager wilde aanvankelijk over macht schrijven; het werden een aantal artikelen over mondigheid. Nu kunnen er zeker verbindingen worden gelegd tussen de woorden macht en mondigheid.
Prof. dr ir. H. van Riessen heeft aan één van zijn boeken de titel gegeven: "Mondigheid en de machten". Dichtbij mondigheid en macht liggen de woorden gehoorzaamheld en gezag; daarmee zetten we een koers uit. Wijst het kompas van Prof. Jager rondom het woord mondigheid altijd de goede richting Of dient een luisterende gemeente af en toe rekening te houden met kompasafwijkingen?

1. Gezag is een zegen, en… we weten van machtsmisbruik. Omgekeerd: gehoorzamen is geen schande, maar een opdracht, en… iedereen is geneigd tot losbandigheid.

2. Boven zijn vier "aspecten" bijeengebracht, namelijk:
a. gezag (macht);
b. misbruik van gezag;
c. luisteren (gehoorzaamheid);
d. ongebondenheid (bandeloosheid).

Bij nadere analyse blijkt, dat gezag en gehoorzaamheid gunstig moeten worden beoordeeld en dat dictatuur en ongebondenheid als ontaardingen (als kwaad) moeten worden gezien. Er is dus slechts in goed gebruik van gezag mogelijk; ook kan er goed èn slecht geluisterd worden.

3. Niet alleen in een onderneming, niet alleen in de staat, niet alleen in een gezin, maar ook in de gemeente (kerk) kan gezag een zegen zijn. Het valt op, dat sommigen moeite hebben met de uitspraak: gezag in de gemeente van Jezus Christus is een zegen. Sommigen worden onmiddellijk kritisch als iemand beweert: een synode of een kerkeraad kan veel goeds doen. Het valt op, dat sommigen er zo weinig aandacht voor hebben, dat gemeenteleden soms ordeloos zijn, hun eigen gang gaan en slecht willen luisteren. Omgekeerd: het valt bovendien op, dat sommigen telkens de nadruk leggen op machtsmisbruik van synodes, classes en kerkelijke leiders zonder de andere kant te laten zien. Er wordt wel telkens de aandacht gevestigd op de mondigheid van de gemeente, zonder echter voldoende te letten op de neiging van het gaan van een eigen richting door leden van de gemeente.

4. Het is verdrietig te moeten lezen, dat er mensen zijn (een sterk staaltje) die tientallen artikelen van een kerkorde willen destilleren uit de tekst: "Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden". Op gezag van een hoogleraar moet je wel aannemen, dat er zulke broeders zijn. Of niet? Als het waar is, dat vrijwel niemand de kerkorde kent pleit zulks dan voor een slechte kerkorde Of ... voor een onmondige gemeente? Als het waar is, dat vrijwel niemand weet wat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en in de Dordtse Leerregels staat behoren deze formulieren dan niet langer door predikanten en ouderlingen te worden ondertekend? Of wijst deze onkunde er dan op dat de gemeente juist mondiger gemaakt moet worden? Met het doel, dat deze gemeente minder afhankelijk wordt van predikanten, die een eigen weg inslaan?

5. Prof. dr. H. J. Jager is een innemend man en een bekwaam exegeet. Het komt me echter voor, dat het goed is zijn gezag niet altijd te respecteren; het is goed voor de gemeente om mondig te worden.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief