Een goede zoon
2011-07-29
Er bestaat een genre oer-Hollandse romans waarin thema’s als geloof, familie en relaties op typische wijze worden beschreven. Je kunt daarbij denken aan namen als Arthur van Schendel, Wolkers, Maarten ’t Hart, Siebelink of Franca Treur. De roman Een goede zoon past wel in die traditie maar speelt zich niet af in de gereformeerde wereld maar in de pinkstergroepering.- Jaargang 55
- nummer 15
Ervaringstheater
De hoofdpersoon, Krijn Sterveling, 37 jaar oud en wonend in Amsterdam, heeft al 12 jaar geen contact meer met zijn moeder die hij als godsdienstwaanzinnig beschouwt. Door zijn broer Stan, haast gedwongen omdat zijn moeder ernstig ziek is en naar Krijn vraagt, gaat hij toch weer naar haar toe in het dorp in de polder waar hij zijn jeugd doorbracht. Hij verzorgt haar, maar als zij hem claimt zoals vroeger, vlucht hij weer. Hij wordt gebeld door een zekere Doris Vonkel die met hem ervaringstheater wil maken zodat Amsterdammers met hun eigen bestaan worden geconfronteerd. Krijn wil dat niet, maar Doris weet hem toch te intrigeren. Tegelijk sart zij hem als moederskindje, want dat was hij ook.
Pinkstergeloof
Het boek heeft een traditionele opbouw: heden-hoofdstukken in de ikvorm, verteld door Krijn, worden afgewisseld met verleden-hoofdstukken, verteld door een alwetende auteur die het leven van het gezin beschrijft vanaf het moment dat ze in de polder gaan wonen.
Meteen als zij daar wonen, bestelt zijn moeder traktaten die door man en kinderen in het hele dorp worden rondgebracht, in de verwachting van een massale bekering. Dat valt uiteraard tegen, maar maakt wel dat ze als vreemd worden beschouwd. Ze sluiten zich niet aan bij de kerk in het dorp maar bij een pinkstergroep elders.
Zij komt steeds meer tot geloofsuitingen, onder meer door een urenlang gebed dat geen genezing brengt met een Amerikaans gemeentelid voor een pijnlijke schouder van Stan.
Bij de vader en broer Stan roept dit aversie op, maar Krijn is zeer onder haar invloed. Seksualiteit is een probleem voor haar. Zij denkt dat haar zus Astrid een ‘hoer’ is met wie haar eigen man een relatie heeft gehad. Als zij een keer naar de kapper is geweest en haar man ‘s avonds met haar wil vrijen, maakt zij een knallende ruzie waar de beide zoons getuige van zijn.
Daarna vraagt zij Krijn haar man te doden, maar dat wil hij niet.
De relatie van Krijn met Doris wordt juist getekend door seks, waarmee hij door Doris ingepalmd wordt. Hij ontdekt zelfs een keer op haar laptop, waarin zij mails aan zichzelf schrijft, hoe zij de verleiding van Krijn expliciet gepland heeft, maar dan is hij al te veel in haar macht.
Godsdienstwaanzin
In het boek worden een aantal mogelijke verklaringen voor het ontstaan van de godsdienstwaanzin van Krijns moeder gesuggereerd. Hij gaat op bezoek bij zijn tante Astrid, die na een lang leven in Amerika weer terug is in Nederland. Zij ontkent ten stelligste een relatie met Krijns vader. Zij vertelt dat de godsdienstwaanzin misschien erfelijk is en dat een verre voorvader ook daaraan leed, die het zelfs in een boek opschreef. De tweede mogelijkheid is een val op haar achterhoofd op het ijs. Zij wilde niet naar de dokter omdat de Heer haar zou genezen.
Sindsdien doet zij niets meer in het huishouden. Een derde verklaring geeft tante Astrid, als zij in het ziekenhuis ligt. In de oorlog hadden zij een Duitser in huis die verliefd was op Krijns moeder, maar zij wilde geen relatie met een Duitser in de oorlog. Na de oorlog werd zij opgepakt als ‘moffenhoer’ en kaalgeschoren, rondgereden en uitgejouwd. Astrid had zich daarover schuldig gevoeld, want zij had de Duitser verleid, wat haar zus weer had ontdekt. Daarom was Astrid ook naar Amerika gegaan. Dit verhaal maakt dat Krijn wat anders over zijn moeder denkt: hij verzorgt haar en doet haar in bad. Haar einde is bizar en roept vragen op. Is hij nu een goede zoon omdat hij is losgekomen van zijn moeder (cynisch?) of omdat hij haar uit haar lijden verlost?
Waardering
Het is verhaal is boeiend beschreven en leest lekker. De wijze waarop je als lezer steeds meer te weten komt over de moeder en haar achtergrond geeft een wat thriller-achtige spanning. De relatie tussen Krijn en zijn moeder en tussen Krijn en Doris zijn vergelijkbaar.
Ook in hun wijze van omgaan met godsdienst of ervaringstheater lijken Krijns moeder en Doris wel wat op elkaar. Aan het eind lijkt hij met beiden in zekere zin ‘af te rekenen’. Op het punt van seksualiteit is er een knappe tegenstelling, al vind ik de seksscènes tussen Krijn en Doris wel erg plastisch. De verhaallijn met Doris vind ik gekunsteld, te ver gezocht. De beschrijving van Krijns jeugd is autobiografisch voor de auteur en was op zich een goed verhaal geweest zonder Doris. Het verhaal geeft goed zicht op het effect van een bepaalde godsdienstigheid op het gezin en de eenzaamheid
die daardoor kan ontstaan.
Smid, B. (2010), Een goede zoon. De Bezige Bij Amsterdam. 270p. €18,50.
Ide Zinkstok is neerlandicus en lid van de NGK Ede.