24 uur in Freedom Park

2011-07-29
  • Jaargang 55
  • nummer 15
Freedom Park in Zuid-Afrika is een grote troosteloze vuilnisbelt. 60.000 mensen wonen in zinken hutten. Hun woningen zijn net zo illegaal als zijzelf. Daarom bemoeit niemand zich met hen. Tussen deze 60.000 mensen bracht Ton van der Smit als blanke een nacht door. Een persoonlijk verslag.

Het is tien uur ‘s avonds en aardedonker.
Ik loop samen met Rebecca - een care-giver van Tapologo - door Freedom Park. Ik wil hier een nacht zijn, om te zien hoe het leven 's avonds en 's nachts is.

In Freedom Park leven veel weeskinderen.
Ze zwerven veelal rond op straat en ontvangen hun dagelijkse kost van de medeburgers van deze krottenplaats. Met elkaar houden de bewoners een paar duizend kinderen in leven. De mensen, de hutten, de plaats en de omgeving staan in schril contrast met de boodschap in Johannes 3:16. Nog steeds vertellen Sangoma's (toverdokters) mannen met aids dat zij ‘slechts’ een boze geest bezitten, die het lichaam zal verlaten als zij met een maagd naar bed gaan. Maar de maagden worden steeds jonger. Gruwelijke beelden roept dit op. Dit mag en kan een kind niet aangedaan worden.
Een kind heeft geen kans, maar recht op geluk.
Rebecca en ik wandelen verder. We praten hier en daar met een bewoner van een van de shacks, zoals de huisjes hier heten Dan horen we plotseling een snik. Een snik in de nacht. Ik stop en kijk vragend naar Rebecca. Dan horen we weer dat snikkende geluid en een zachte kreet. Ik doe mijn zaklamp aan. Die heb ik tot nu toe uitgelaten om als blanke niet op te vallen in de zwarte nacht. Dan zie ik hem. Het is een klein jochie van een jaar of vier.
Hij zit op de grond, zijn hoofd op zijn opgetrokken knieën en zijn armen eromheen.
Met tranen in zijn ogen kijkt hij verschrikt en hulpeloos mijn kant op. Rebecca knielt bij hem neer en vraagt in het Tswana wat hij hier doet en waar zijn vader of moeder zijn. Hij antwoordt: ‘Ik heb geen vader en moeder meer en ik ben op zoek naar eten.’ Op de vraag of hij nu alleen is, antwoordt hij dat zijn twee zusjes ook ergens rondlopen op zoek naar voedsel.
Langzaam en haperend komt het verhaal uit zijn mond. Een vader heeft hij nooit gekend, zijn moeder is een heel tijdje terug overleden. Hij blijft nu met zijn twee zusjes bij een Mozambikaanse vrouw. Hij heeft nog een broertje en een zusje, maar hij weet niet waar die zijn. Die heeft hij na het overlijden van zijn moeder nooit meer gezien.
Terwijl we met hem praten komen ineens zijn twee zusjes uit het duister tevoorschijn, samen met een vrouw. Deze vrouw overlegt even met Rebecca en daarna gaan we hutje voor hutje langs voor eten. Overal krijgen we iets mee.

Inmiddels weet Rebecca waar de kinderen wonen en met z'n vijven lopen we door Freedom Park naar de shack van de Mozambikaanse vrouw. Daar aangekomen horen we aan de binnenkant wat gestommel en gedoe. Een vrouw kermt, een man hijgt, een bed kraakt. We zien door de kieren van de hut dat er een zwak lichtje brand. Zien doet begeren. Dat geldt hier waarschijnlijk ook. Aangezien ik niet van plan ben om voor de hut van een verdere hoorbare liveshow te gaan ‘genie ten’, klop ik op de ijzeren deur. Het feest in het bed gaat onverdroten door, maar een meisje van ongeveer 18 jaar opent de deur. Door de open deur zie ik, in het licht van een kaars, twee kinderen onder een dun dekentje op de grond liggen. De kinderen slapen gewoon door terwijl zich in de hut van alles afspeelt. Het meisje kent de kinderen die bij ons zijn en laat ze binnen.
Dan gaat de deur weer dicht. Het hutje van 3,5 x 3,5 meter bergt nu acht mensen: twee volwassenen in een bed en zes kinderen op de grond.
Aangeslagen loop ik met Rebecca terug naar haar tweekamer-shack. Zij gaat naar haar slaapkamer, door een dun doek afgescheiden van mijn logeerbed in de kamer. Rebecca blaast haar kaars uit en het donker vult de hut. Ik staar naar het plafond en hoor buiten de geluiden van Freedom Park.
De dag maalt door mijn hoofd: ‘Vader in de hemel, dit is niet mogelijk!’ Maar het is wel mogelijk. Dit is een dagelijks gebeuren in dit Park. Freedom Park, een ironische naam voor een achterbuurt met de grootte van Veenendaal.
Kinderen, die geen keus hebben. Kinderen die recht hebben op geluk en bescherming, maar dit recht wordt met voeten getreden. Vrouwen die geen keus hebben en proberen te overleven in deze mensonwaardige omgeving.
Ook kunnen zij niet terug naar hun geboorteland. Die weg is afgesneden, daar worden ze ook niet meer geaccepteerd.
Zij worden gezien als verliezers die hun land verlaten hebben. Ik denk aan Ruth uit de Bijbel en vergelijk haar met die vrouw in die hut.

De volgende dag keerden we terug naar de shack. De vrouw was alleenmet zes kinderen, drie van haar en drie aangelopen kinderen. De ‘vriend’ was er niet meer. Zij wist niet hoe hij heette en waar hij vandaan kwam. Of ze hem ooit nog terug zou zien, wist ze ook niet. Ze was 50 rand (5 euro) rijker: net genoeg voor drie dagen eten voor de zeven mensen in de shack. Omdat ze uit Mozambique komt en niet geregistreerd is krijgt ze geen steun. Over drie dagen komt er misschien een nieuwe vriend en kan ze weer een paar dagen leven.

Ik denk dat als je als vrouw je lichaam geeft om te overleven, dat je dan je leven, je ziel geeft. En die geeft ze, niet alleen voor haar zelf, maar ook voor haar kinderen en zelfs voor kinderen die niet de hare zijn – vreemdelingen.
Toen moest ik denken aan 1 Johannes 3:16: ‘Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters’. Is dat niet, wat deze vrouw doet? Deze vrouw geeft haar leven voor drie wildvreemde kinderen, die zij liefdevol opneemt in haar hut en zorgt ervoor dat deze kleintjes ook te eten en drinken krijgen. Dat maakt me stil. Dat doet het oordelen verstommen en drijft uit tot erbarmen. En het maakt een diep verlangen wakker om licht te brengen in de duisternis.

Wanneer u dit leest is het nog steeds nacht in Freedom Park.

Ton van der Smit is lid van de NGK Voorthuizen-Barneveld en oprichter en projectleider van Eye For Others.

Eye For Others organiseert groepsreizen naar Zuid-Afrika om wees-, aidsen achterstandskinderen te helpen, die veelal getraumatiseerd zijn door en in hun leefgebied. De hulpverlening richt zich ook op (alleenstaande) vrouwen die veelal verkracht zijn en een gezin draaiende proberen te houden.
Ton van der Smit is als oprichter en projectleider al 20 jaar betrokken bij groepsprojecten waarin mensen hun handen uit de mouwen willen steken en met hun hart een ander hart bereiken.
Meer informatie? www.EyeForOthers.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief