Vrijgemaakt en Nederlands Gereformeerd (1)
2011-07-29
Op 27 mei waren vertegenwoordigers van onze Nederlands Gereformeerde kerken te gast op de generale synode van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, waar ze hartelijk toegesproken werden door de synodepreses, ds. P. Niemeijer. Uit De Reformatie van 17 juni neem ik een aantal passages uit zijn toespraak over: - Jaargang 55
- nummer 15
Als je puur naar de jaren zestig kijkt en je voor het heden je blikveld tot onze beide kerken beperkt, dan is het niet moeilijk om serieuze verschillen te zien tussen beide kerken.
Als je vandaag breder om je heen kijkt dan alleen naar onze beide kerken, zie je ook iets anders. Als we samen tegenover een moslim staan of tegenover een libertijn, dan weet je je één. Dat geldt ook als je als gereformeerde en Nederlands gereformeerde samen discussieert met een roomse of een vrijzinnig hervormde of een ouderwetse synodaal-gereformeerde. Voor een zgn. bevindelijk-gereformeerde zijn u en wij inzake verbond en toe-eigening van het heil één pot nat.
Het lastige voor ons, gereformeerden, is om die twee perspectieven bij elkaar te brengen: aan de ene kant die verschillen als je je op ons beiden concentreert, aan de andere kant dat wat ons in het veel grotere geheel bezien met elkaar verbindt. Het zijn twee perspectieven, twee paradigma's. Ze lijken elkaar te verteren. Maar moet dat per se? Of zijn ze te verbinden?
Ik keer nog even terug naar de verhouding tussen de jaren zestig en nu. Indertijd kende u diverse stromingen. Er was de Open Brief van 31 oktober 1966 aan de zgn. Tehuisgemeente in Groningen die duidelijk koos voor een koers richting de synodaal-gereformeerde kerken en moderne oecumene.
Maar er waren er ook die daar niets van moesten hebben. Er waren bij u zgn. Telderianen, maar ook die de leer van Telder faliekant afwezen. Er waren er die onze binding aan de confessie te rigoureus vonden, maar er waren er ook die zich graag op de klassieke wijze aan de gereformeerde leer bonden maar moeite hadden met het kerkelijk onrecht dat in hun ogen aan trouwe broeders werd aangedaan. () Er zijn in de jaren zestig en zeventig velen de door de Open Brief gewezen weg naar de synodaal-gereformeerde kerken gegaan. Maar er zijn er veel meer gebleven. Zij vormden een kerk met een eigen Nederlands gereformeerd profiel. Daarin blijkt in de loop van de jaren plaats te zijn voor een groeiende binding aan de drie formulieren van eenheid en voor toenemende landelijke regelingen en kerkverbandelijke bezinning en oordeelsvorming. En de heftige distantie tot onze kerken uit de jaren zeventig heeft langzamerhand plaatsgemaakt voor een weloverwogen oriëntatie op en voor een verlangde afstemming met onze kerken. Dat betekent dat we elkaar niet meer met sjablonen uit de jaren zestig tegemoet kunnen treden. Er is wat veranderd.
Ook bij ons trouwens. Want het is niet netjes om zo nadrukkelijk op u te focussen en aan ontwikkelingen bij onszelf voorbij te gaan. Dat zou ook niet eerlijk zijn.
De zin die indertijd in de Open Brief als typerend voor ons werd gezien - dat de bedding van de kerk van Christus in Nederland via de Vrijmaking liepstond in het kader van de discussie over de houding die moest worden aangenomen tegenover de synodaalgereformeerde kerken. Haal je de zin uit dat verband weg en verklaar je die tot absolute regel in alle situaties en voor alle mensen, zoals dat soms wel gebeurde, dan wordt het grotesk en vervreemdend - dat hebben wij inmiddels wel ingezien. Wat betekent zo'n zin voor een moslim die zich vandaag bekeert en nog nooit van een Vrijmaking gehoord heeft? En voor iemand die uit het pure ongeloof komt? De weg naar Christus loopt toch niet via de zuivere taxatie van Afscheiding, Vrijmaking enzovoort? () Wisselende tijden, schuivende panelen: waar vinden we onze vastigheid? Is het niet ten diepste bij de eeuwige God en bij zijn Woord? Ons gebed is of zijn Geest ons in de huidige tijd bewaart bij Christus en zijn evangelie. Laten we daarin één mogen zijn! Want als de brón waaruit we putten dezelfde is, mag voor de toekomst wat verwacht worden!
Voor mijn besef gebeurt in dit verhaal van mijn verre familielid (wij delen één setje overgrootouders) iets eigenaardigs.
Eerst tekent hij onze Nederlands Gereformeerde afkomst te somber (lees de Open Brief nog eens na, zou ik zeggen), maar daardoor creëert hij wel de ruimte om ons nu behoorlijk positief tegemoet te treden.
De suggestie is: Jullie, Nederlands Gereformeerden, vallen mee; jullie gaan steeds meer op ons lijken.
Terwijl het in werkelijkheid (verontruste Vrijgemaakten wijzen daar terecht op!) eerder andersom is: het is niet zozeer de NGK die veranderd is, maar veeleer de GKV.
Er valt meer over te zeggen. In de volgende Opbouw blijf ik daarom nog even bij dit onderwerp.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.