De wederkomst van Christus (2-slot)
1986-11-28
Aan die komst, aan die parousia, die zichtbare aanwezigheid van de Here Jezus op aarde gaat naar mijn inzicht vooraf wat we lezen in I Thess. 4: 13-18. Het is een bekende tekst, vaak gelezen bij onze begrafenissen, die ik u graag nog eens voorlees: Want dit zeggen wij met een woord van de Here: wij levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here Zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bezuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen methen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht; en zó zullen wij altijd met de Here wezen. - Jaargang 30
- nummer 46
We horen hier eerst iets over de Here en daarna iets over de ontslapenen.
De Here zal neerdalen op een bevel. Met een geroep, zo stond het in de Statenbijbel. De vertaling: "met een teken" is te zwak.
Het Griekse woord betekent: bevel.
Het tweede verschijnsel, dat genoemd wordt,' is het roepen van een aartsengel. Binnen de wereld van de engelen bestaat een bepaalde groep van aanvoerders, de aartsengelen. Paulus spreekt er alleen hier over. Het derde verschijnsel is het klinken van een bazuin Gods. Er wordt niet gezegd wie op deze bazuin van God blaast. Maar duidelijk is, dat het signaal van deze bazuin de grote komst van de Here aankondigt. Deze bazuin is een bazuin van God.
De commandoroep, de stem van een aartsengel en de klank van een Godsbazuin zijn de begeleidende tekenen van de eigenlijke gebeurtenis- waar het om gaat: de komst van' de Here. De Here zal van de hemel neerdalen. Dat woord wijst op de hoogte van God tegenover' de mens, de' hoogte van de hemel tegenover de aarde. Het houdt verband met het oordeel, dat God uitspreekt.
De één zal aangenomen, opgenomen worden, de ander zal achtergelaten worden.
Deze komst van de Here is nog niet zijn komen op de aarde. Ik zou het willen noemen de eerste fase van zijn komst. De Here daalt af in de richting van de aarde. Dan zullen zij, die in Christus gestorven zijn, het eerst opstaan. De Schrift leert een eerste en een latere opstanding..
Daarna zullen de gelovigen die op die dag leven samen met de opgestane gelovigen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht. Paulus zegt er bij: en zó zullen wij altijd met de Here wezen. In een nieuw, veranderd lichaam. Dan is de gemeente, de vergadering van de echte gelovigen bij de Here.
En we weten niet precies wanneer dat zal zijn. Maar het is de eerste fase van de wederkomst van Christus.
De Here zal veel doen. Maar Hij doet niet alles tegelijk. Als we b.v. lezen over de dag des Heren zullen we waarschijnlijk niet aan een kalenderdag moeten denken, maar aan een langere tijd. De dag des HEREN uit het Oude Testament.
Het is m.i. niet mogelijk alles in kaart te brengen. We hebben de laatste jaren wel meer licht gekregen, maar er is nog veel te onderzoeken in de Schrift. En we krijgen niet op iedere vraag antwoord. Als het goed is zijn we niet een veelwetende gemeente, maar wel een wakende, en wachtende gemeente. Laat de roep "Maranatha" onder ons .niet verstommen. Het onderkennen van de tekenen der tijden, het hoopvol uitzien naar de Here, het gelovig bezig-zijn met zijn beloften geeft grote blijdschap.
Het is de lucht, die we inademen: de gelovige toekomstverwachting, de Christelijke hoop. Het is het allerbeste medicijn tegen zoveel vermoeidheid en matheid in de kerken.
De toekomstverwachting van het Christelijk geloof is gericht op de wederkomst van Christus. Er is een hecht verband tussen het kruis en de opstanding van Christus, zijn hemelvaart, zijn gezeten zijn aan de rechterhand van God en zijn wederkomst.
Bij zijn wederkomst zullen engelenlegers om Hem heen meekomen.
Aan hen is een speciale taak toebedeeld, de oogst der aarde. We lezen ervan in Openbaring 14, vanaf vers 14 - "En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk iemand gezeten als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand."
De uitdrukking van Johannes: "En ik zag en zie" is al genoeg om ons opmerkzaam te maken op de bijzondere betekenis van wat volgt. Johannes zag de Mensenzoon op een witte wolk iemand als eens. mensen zoon. Die Mensenzoon op de witte wolk is de centrale figuur in Openb. 14.
Het gezicht van de Mensenzoon op de witte wolk is een troongezicht.
Nieuwere vertalingen hebben: Een witte wolk, en op de wolk een Tronende, gelijk een Mensenzoon. De wolk is een symbool van zijn macht. Zie, Hij komt met de wolken. Dat staat in het begin van het boek Openbaring: Daarover gaat het in dit boek: om de komst van Jezus Christus.
De wolk is een teken van de wederkomst van Christus in heerlijkheid.
Christus verschijnt als de grote Koning, die alle mensenrijken zal neerwerpen om zijn' Rijk te stichten. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken met grote kracht en heerlijkheid.
En dan is het tijd voor de oogst.
De maaiers zijn de engelen - Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het zijn bij de voleinding, Dit heeft onze Heiland Zelf aangekondigd, toen Hij sprak: Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden.
En dan zal Hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels.
Wanneer zal dat gebeuren?
Het moment van de wederkomst is Gods geheim.
Wat we wel weten is waar de wederkomst van de Here zal plaats hebben. Daar maakt de Bijbel geen geheim van. De Here is opgevaren vanaf de Olijfberg en deze Jezus zal op dezelfde wijze wederkomen. De profeet Zacharia noemt de plaats van de wederkomst met name: Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde. De plaats', wordt genoemd en nauwkerig aangegeven: de Olijfberg aan de oostkant van Jeruzalem.
Als we dat weten begrijpen we ook de woorden, waarmee ik vanmorgen begon: Want Ik zeg u: gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam . des Heren! Het zijn de laatste woorden van Matth. 23 en van Lukas 13. Graag wil ik u doorgeven wat Prof. Greijdanus in zijn Korte Verklaring van Lukas over deze woorden schreef, Hij vertaalde ze zo: Ik zeg u echter, gij zult Mij stellig niet zien, totdat het komen zal wanneer gij_ zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren. En toen gaf Greijdanus deze verklaring: "De Here breekt a.h.w. alle gunstige relatie met Israël af, totdat het zich bekeert." Dit gebeurt bij elke Israëliet, die de Here gelovig leert aannemen. En met Israël als volksgeheel zal het zijn bij 's Heren wederkomst. Deze roep is een welkomst- en huldigingsroep.
Daarmede wordt de Here erkend als Godsgezant. Wie die welkomst- en huldigingsroep de Here toeroept, is tot Hem bekeerd, gelooft in Hem, heeft Hem als Heiland aangenomen.
Maar die bekering en gelovige erkenning en aanneming moeten eerst komen, zal de Here Zich in gunst aan Israël vertonen. Bij 's Heren wederkomst zal dat zijn.
Dan juicht ook Israël Hem tegemoet.
En dan is er voor Israël heil. Maar niet zonder en vóór die ware bekering." Ik wil er aan toevoegen: God heeft aan Israël, dat een deksel op het aangezicht heeft, in deze eeuw grote dingen gedaan. Het is niet toevallig, dat Jeruzalem weer een joodse stad is. Dat is ook een teken van onze tijd. Een teken van Gods tijd. Als u hier oog voor krijgt, gaat u de Bijbel als vanzelf anders lezen.
We weten niet hoe dichtbij de wederkomst van Christus is'.
Maar de contouren worden in de wereld van heden steeds duidelijker.
Op het ogenblik van Christus' komst zal het overblijfsel van Israël zich in uiterste nood bevinden. Alle tekenen der tijden laten zien dat de grote dag snel dichterbij komt. Ik noem er negen: de verleiding door valse profeten en valse messias sen, de wetsverachting, de oorlogen en geruchten van oorlogen, de hongersnoden, de aardbevingen, de ziekten, het antisemitisme, de afval van het geloof en het uitlopen van de vijgeboom Israël.
Niet voor niets wordt Israël wel eens genoemd "de wijzerplaat van de wereldgeschiedenis". Dat het nationale herstel van Israël heeft plaatsgevonden betekent, dat de grote wijzer dichtbij, de twaalf begint te komen.
Doch van die dag en die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
De wederkomst van Christus is een heilsfeit.
In de Heid. Cat. wordt daarom gevraagd: Wat troost u de wederkomst van Christus?
En de Ned.' Geloofsbelijdenis zegt: Wij verwachten die grote dag met een groot verlangen.
Het zal een geweldige tijd zijn.
Een macht van volken zal de strijd aanbinden tegen Jeruzalem. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden.
De verblinde volken zullen dan de strijd opnemen tegen de Here en zijn Gezalfde. Vele gedeelten van het profetische Woord spreken daarvan. Ik noem één tekst, die ons vandaag op een huiveringwekkende manier aanspreekt: Dan zal dit de plaag zijn, waarmee de Here alle volken zal treffen, die tegen Jeruzalem zijn uitgerukt: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren en ieders ogen zullen wegteren in hun kassen en ieders tong zal wegteren in zijn mond. Wie denkt niet aan gevaarlijke stralingen die door kernsplitsingen kunnen ontstaan?
Maar dan zullen de Israëlieten Hem zien, die zij doorstoken hebben. Dat wordt de wedergeboorte van het oude volk, wanneer God de Geest der genade en der gebeden zal uitgieten.
Dat wordt een grote dag voor Israël en de gemeente en de hele wereld.
Maar ook en vooral een grote dag voor de Here en Zijn Gezalfde, Zijn Messias.
Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en al Zijn engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon van Zijn heerlijkheid. Dan zal Christus als Koning recht spreken en regeren.
Het gaat door oordelen en rampen heen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Een nieuwe wereld en een nieuw Jeruzalem.
Door heel de Bijbel heen zien we de Here komen. Eerst kwam de Zoon van God in vernedering, stràks zal Hij komen in heerlijkheid.
Ik kan ook zeggen: Hij is komende, alle eeuwen door. Hij is op komst. Voor hogepriester Kajafas, Zijn rechter, heeft onze Heiland verklaard: Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der macht en komende op de wolken des hemels.
Heel de Heilige Schrift wijst vooruit naar die komst.
En heel het gebeuren van onze dagen bepaalt ons er bij, als we oren hebben om te horen en een hart om op te merken. De dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Niet vernietigd, maar gevonden.
Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods.
Ais uw kinderen met angstige gezichten en paniekerige verhalen thuis komen - dat gebeurt soms wilt U als moeders ze dan vertellen dat de Here Jezus bezig is te komen. Dat geeft houvast in deze chaotische tijd. Ook onze oudere jongens en meisjes horen graag spreken over de bijbelse toekomstverwachting. Als het' daar over gaat heeft een dominee het oor van zijn catechisanten.
Ik denk, dat ik veel losgemaakt heb vanmorgen. Misschien bent U wel wat geschrokken. U had een brave orthodoxe toespraak verwacht van een brave orthodoxe dominee. Dat ben ik ook wel. Maar ik weet me geroepen als dienaar 'des Woords het Woord van God na te spreken.
Dat Woord kan ons opschrikken.
En dan hebben we het voorrecht, dat we het persoonlijk en in onze verenigingen mogen lezen en onderzoeken.
Om zo te groeien in kennis en inzicht, in geloof, hoop en liefde. We moeten de Maranathaboodschap niet aan de "groepen" overlaten. Ons is dezelfde boodschap toevertrouwd.
De boodschap van de zichtbare komst van onze Here.
Hij komt, Hij komt de aarde
richten,
Hij komt,O volken, weest
verblijd.
Hij komt Zijn Koninkrijk
hier stichten,
Zijn heil en Zijn gerechtigheid.