Mijn getuige-deskundige rapport In de zaak van de Goeree's (2)

1986-12-12
  • Jaargang 30
  • nummer 48
Een volgend punt dat tegen een antisemitische of racistische gezindheid van de Goeree's tegen de Joden pleitis het feit dat van de Jodenvervolgingen uit vroeger en later tijd met grote afschuw wordt gesproken.
Op geen enkele wijze blijkt dat zij met de aanrichters van de holocaust eensgeestes zouden zijn. In het artikel 'Wat moet ik?' lezen wij: "ze (de 'Joden) zijn gehaat, vervolgd, uitgemoord op een beestachtige wijze. Alleen al in de tweede wereldoorlog zijn er zes miljoen Joden vernietigd. Onze generatie heeft dit voor zijn ogen zien voltrekken.
Jaarlijks worden we er weer mee gekonfronteerd. Via de televisie worden deze verschrikkingen de huiskamers binnengebracht.
Het is afschuwelijk ... ".

Een volgend getuigenis is nog sprekender. Via een eigenaardige uitleg wordt de door Pilatus losgelaten moordelaar Barabbas uit het evangelie gelijkgesteld met de duivel die verantwoordelijk is voor de Jodenvervolgingen de eeuwen door. Van deze duivel heet het: "De moordenaar heeft zich niet onbetuigd gelaten.
Hij heeft hen de eeuwen door achtervolgd. Hij is een moordenaar.
Hij heeft de Joden vermoord.
Hij heeft ze vernietigd.
Hij heeft-ze allemaal uit willen roeien. Hij is de kreator van Auschwitz en Dachau. Hij is de schepper van de holocaust. Hij is de inspirator van Hitler en de zijnen. Hij is nog steeds los. Tot op vandaag zit hij de Joden op de hielen. Tot vandaag zijn zij opgejaagd en schichtig en weten niet waar zij het moeten zoeken.
De moordenaar, zijn naam, is duivel en satan, zal hen blijven achtervolgen totdat zij hun toevlucht zoeken bij Jezus Christus de Zoon van God" (artikel 'Iedereen weet ervan').
Wat men hier ook uit afleiden kan, maar in geen geval een geesteshouding tegenover de Joden die verwant zou zijn aan die van de vervolgers van het joodse volk. Jodenvervolging is duivelswerk, dat is wat hier in alle duidelijkheid te lezen staat.

I.5. Een laatste punt in dit verband: een duidelijke begeerte dat 't de Joden goed mag gaan en dat zij rust mogen vinden, blijkt uit de volgende aanhaling: "Vrede, verlossing, voorspoed, gezondheid, blijdschap en vreugde, alles wat een mens zich maar wensen kan heeft God met zijn volk voorgehad. Hij wilde het een hemel op aarde geven" (artikel 'Wat moet ik?').
Het is waar dat deze rust en welvaart gebonden worden aan de voorwaarde dat zij zich tot Jezus Christus bekeren. Dat hierin door de Joden iets bedreigends kan worden gevoeld, moet, gelet op de historie, op z'n minst voor begrijpelijk worden gehouden.
Maar alweer, antisemitisme of racisme spreekt hieruit niet.
Veeleer liefde tot het joodse volk, al zal een Jood het als een apenliefde kunnen opvatten. '

II.1. Maar - en hier komt de tweede vraag - wordt een Jood door deze wijze van evangeliseren niet aangetast in zijn godsdienst of levensovertuiging?
Dat kan niet geheel ontkend worden. De vraag is alleen of dit op ongeoorloofde of beledigende wijze gebeurt. Maar dàt 't gebeurt is iets onvermijdelijks.
De christelijke boodschap is tegenover niemand vrijblijvend en stelt ieder mens onder fundamentele kritiek. De joodse' mens maakt daarop geen uitzondering.
In die zin kan wat de Goeree's geschreven hebben een aantasting van de gevoelens der Joden genoemd worden. Zoals ieder mens zelfs door de lezing van hei: 'evangelie al geschokt kan worden.
Hierbij mag trouwens, ook wel bedacht worden dat daar wat betreft het jodendom nog iets bijkomt.
Het is dit feit dat de christelijke kerk langs de weg van een zeer diepgaand konflikt met de synagoge ontstaan is. Langs de weg van een werkelijk zeer diep konflikt waarvan de nagalm sindsdien de gehele geschiedenis vervult: Is Jezus Christus Gods Zoon of een godslasteraar? Het is bekend dat het jodendom het , destijds en sindsdien op het laatste gehouden heeft. Degene die de christelijke kerk belijdt als de Zoon van God, geldt bij de synagoge als een godslasteraar die terecht gevonnist is. Weliswaar is er de laatste tijd van joodse kant sprake van een zekere herwaarderingvan rabbi Jezus van Nazareth (te denken is aan auteurs als David Plusser en Pinchas Lapide), maar .zodra van christelijke kant de belijdenis van Jezus Christus als Gods Zoon weer nadruk krijgt, herleeft opnieuw de , oude afwijzing. Welnu, het Nieu-' we Testament zelf spreekt zo aanhoudend en indringend over dit uiteenwijken van de beide wegen dat het konflikt met het jodendom wezenlijk voor het christendom gehouden moet worden. Zonder die zeer diepe tegenstelling bestond de kerk niet eens, althans niet tegenover de synagoge.
Mag dan van christenen verwacht worden dat ze over het jodendom en tegenover het jodendom zullen zwijgen? Dit lijkt me echt teveel gevergd.

II.2. Maar, zal iemand tegenwerpen, het jodendom van nu is het jodendom van toen niet meer.
Echter, als het jodendom zelf deze verandering ten opzichte van Jezus Christus nergens aangeeft, en dat zonder bekering ook niet kan, is het dan niet ieders plicht om die principiële gelijkblijvendheid binnen het jodendom van toen en nu serieus te nemen? Het is toch menselijk gesproken een eerlijke zaak dat men de messiaanse pretenties van Jezus van Nazareth afwijst?
Niemand kan daarover toch voor een menselijk gericht worden gedaagd?
Het behoort evenwel op gelijke wijze tot de mensenrechten dat christenen Joden voor de religieuze konsekwenties van hun weigering waarschuwen door hen te wijzen op het goddelijke gericht. Dat wordt voor Joden dan pas gevaarlijk wanneer dat vanuit een machtspositie gebeurt, en met stokken achter de deur die niets geestelijks meer hebben.
Daarvan is echter bij het evangelisten-echtpaar Goeree geensprake.

II.3. Maar zouden zij met hun evangelisatie-arbeid dan misschien onbedoeld toch niet kunnen aanzetten tot een antisemitische opstelling van de samenleving tegenover de Joden? Antwoord: er wordt wel vaak gesteld dat 't zo werkt, maar het moet toch ontkend worden. Het is juist heel anders: hoe geestelijker de bestrijding van het joodse geloof door christenen is, des te beter zal de burgerlijke positie van de Joden onder ons worden.
Men laat dan namelijk aan God over wat anders menselijk ter hand wordt genomen.
Laten we dat eens verduidelijken met een voorbeeld uit een andere sfeer. Ieder weet dat het konflikt tussen Rome en de Reformatie aan protestantse kant kan ontaarden en ook veelal is ontaard in een plat antipapisme. Kun je nu zeggen dat een geestelijke behandeling van dat konflikt aanzetten geeft tot dit antipapisme?
Is, het werkelijk te vrezen dat (bijvoorbeeld) in een kerkdienst waarin de afdeling van de Heiderbergse Katechismus behandeld wordt die de paapse mis in de grond een vervloekte afgoderij noemt (vraag en antwoord 80), wanneer dat in de geest van dat leerboek gebeurt, de mensen zodanig worden opgejut dat ze uit 'die dienst komend hun roomse medeburgers gaan molesteren?
Of is het juist zo dat een zodanige geestelijke behandeling van dat konflikt zuiverend en verheffend werkt! Wanneer (een ander voorbeeld) de Noord-Ierse , dominee lan Paisley zich nu eens als de bekende schoenmaker bij zijn leest zou houden en zijn katechisanten eens het geestelijke verschil tussen roomsen en protestanten ging bijbrengen, zou hij dan niet meer doen voor de vrede in dat land dan nu hij de preekstoel voor de barricade heeft ingeruild? Men zal zeggen: hij zou nog oneindig veel meer voor de vrede doen als hij ging aantonen dat dit hele konflikt nergens op slaat. Maar zoiets kan alleen door on-verschil-ligen (in de letterlijke zin des woords) gezegd worden. De gevolgde redenering gaat er inderdaad van uit dat er tussen roomsen en protesanten een beduidend verschil bestaat.
Stellig zal het voorkomen en zeker is het ook voorgekomen dat kwaadwilligen misbruik maken van de geestelijke strijd die tussen Joden en christenen gevoèrd wordt. Het voorbeeld van onze tijd: de ideologen van Hitler zijn de geschriften van Luther doorgekropen om te zoeken wat van hun antisemitische gading was.
Maar let op: zij kwamen met die uitspraken van Luther op de proppen die duidelijk bleven beneden het geestelijke niveau waarop hij doorgaans deze strijd voerde.
Daarom valt goed staande te houden dat het antisemitisme aan de geestelijke bestrijding van het joodse geloof zoals die door sommige christenen de eeuwen door toch ook gevoerd is, niets heeft. Sterker: dat het anti semitime deze geestelijke 'bestrijding vreest. En terecht, want historisch gesproken is het toch zo, dat het antisemitisme pas z'n kans heeft gekregen toen het vanwege de verwereldlijking van de kerk met de geestelijke bestrijding van het jodendom gedaan was. Het antisemitisme moet derhalve als een degeneratie-verschijnsel beschouwd worden. We zien het in onze kultuur optreden waar de mensen ophouden uit de Geest van het evangelie te leven. Omgekeerd gaat er van bijbels christendom een zuiverende werking uit op het geding tussen kerk en synagoge. Het legt dit geding tot op z'n ware diepte open en legt 't dan vervolgens in Gods hand.
Hier valt een parallel te trekken met de verhouding tussen Israël en Edom in het Oude Testament: twee broedervolken die geestelijk door een zeer diepe kloof van elkander gescheiden waren.
Dit konflikt tussen de oudere en de jongere broer trad in de geschiedenis van beide volkeren keer op keer aan de dag en werd aan Israëlitische kant ook regelmatig op zeer indringende wijze behandeld. Maar hoe diepe uitspraken er dan ook gedaan werden, (bijvoorbeeld in Maleachi 1 : 2, 3: "Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat"), dat neemt niet weg dat Mozes zijn volk verbood met dit geschil een anti-edomitische kant op te gaan: "De Edomiet zult gij niet verafschuwen, want hij is uw broeder" (Deuteronomium 23: 7).
Onder een gelijk konsigne staat de christelijke kerk tegenover de Joden (zie Romeinen 11 : 28).
Van de Goeree's kan opnieuw niet gezegd worden dat zij dit konsigne aan hun laars hebben gelapt. Zonder het zeer diepe verschil met de Joden te verdoezelen, zijn ze toch duidelijk uit op hun behoud.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief