De doleantie van 1886 en haar geschiedenis (1)
1986-12-12
Het is aanstaande week 100 jaar geleden dat de kerkeraad van de Nederlandse Hervormde Kerk te Amsterdam vergaderde (16 december 1-886) en het besluit nam "tot afwerping van het juk der svnodale hiërarchie en tot het weer in werking laten treden van de Dordtse kerkorde”.- Jaargang 30
- nummer 48
Dat gebeurde niet zomaar, het was het e i n d e van een lange strijd met de kerkelijke organisatie: met classicale-, provinciale en synodale besturen. Reeds eerder hadden die besturen 80 Amsterdamse kerkeraadsleden geschorst; nu trad ie kerkeraad zelf naar buiten met zijn besluit. Dat was het begin van wat we als "de' Doleantie van '86" kennen. Weliswaar hadden reeds eerder de gemeenten te Kootwijk, Voorthuizen. Kollum en Reitsum de banden met de organisatie van de Ned. Hervormde Kerk verbroken, maar de daad te Amsterdam luidde een landelijke activiteit in. Over deze strijd handelt het boek "De Doleantie van 1886 en haar geschiedenis".
Vijftig jaar tevoren, in 1834, ontstond het eerste grote conflict in de kerk, die haar basis zei te hebben in de Koninklijke reglementen.
Koning Willem I had namelijk daarmee in 1816 de vrijheid van de gereformeerde kerken ingekapseld. Dat maakte toen de plaatselijke gemeenten afdelingen van de éne landelijke (staats)kerk en stelde het geheel onder een bestuurscollege, buiten de, kerken om, door de koning benoemd. Dit, tezamen met het optredende verval, leidde in 1834 en volgende jaren tot "de Afscheiding", Daarin zochten onze vaderen wèg te komen uit de overheersing van besturen en moderne theologie en terug te keren tot de Schriften, zowel.wat betrof de belijdenis als de kerkorganisatie en -regering. Over die strijd handelt het in 1984 verschenen boek. "De Afscheiding van 1834 en haar geschiedenis".
Beide werken (die van 1934' en van 1986) hebben dezelfde redactie:
drs. W. Bakkerdocent kerkgeschiedenis aan de V.D., Amsterdam
dr. O. J. de Jonghoogleraar kerk- en dogmengeschiedenis aan de R.U. Utrecht
dr. W. van 't Spijkerhoogleraar aan de Theol. Hogeschool, Apeldoorn
ds. L. J. WolthuisGereformeerd predikant te Heemstede.
Het lijkt me voor de hand te liggen dat straks, in 1992 D.V., een derde deel verschijnt over "De Vereniging van 1892 en haar geschiedenis"; daarmee zou dan de kerkstrijd in de vorige eeuw uitvoerig voor ons gedocumenteerd zijn. Voor ons, want het gaat om onze voorouders, hun strijd om de Waarheid. Zouden we daar niet sterk bij betrokken zijn? Meer nog: het gaat om wat de HERE als "wonder van de 19e eeuw" aan Zijn volk gaf, Hij is er bij betrokken.
Het boek, dat we nu opslaan, is door Kok te Kampen royaal uitgegeven, de omvang is 280 bladzijden, de prijs f 47,50; net bevat bijdragen van zeven vakmensen op (kerk)historisch gebied en 'beoogt "de Doleantie in landelijk verband (te) beschrijven 'en de vraag niet uit de weg te gaan, waarom er destijds over en weer zo gehandeld, geschreven en gesproken is" (1). Onze bespreking kan slechts summier de geschiedenis uit de vorige eeuw weergeven en enkele facetten daaruit naar' voren halen.
Een bredere tekening van het gebeuren zou echter zeer gewenst zijn, omdat velen, zeker de jongeren, er weinig zicht op hebben.
Wie zet zich daaraan?
Dr. W. J. Wieringa (emeritus hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de V.U.) opent de bundel met een schets "Een samenleving in verandering".
Deze samenleving verschilt nog af wat van de onze.
Ze werd in de eerste helft van de 1ge eeuw sterk beheerst door de standen-verschillen. Dat verleende haar een zekere stabiliteit, ook starheid. Je behoorde in de stand waarin je geboren was te blijven. Vrijwel ieder had daar vrede mee. Dat doodde wel elk initiatief. Na 1860/1870 begonnen zich echter nieuwe ontwikkelingen te doen gelden: de industrialisatie en de daarmee gepaard gaande economische ontplooiing; op politiek en maatschappelijk gebied was er voorts de schoolstrijd, teken óók van een begonnen democratisering; politieke partijen en sociale gemeenschappen traden naar voren.
Dr. A. Kuyper loste mr. G. Groen van Prinsterer af als "leider" van hen, die trachtten tot een christelijke politiek te komen.
Op 1 april 1872 verscheen het eerste nummer van het a.r. dagblad "De Standaard". Allerwege beweging, ook in de kerk, zij het dat de "afgescheidenen" wel wat op de achtergrond bleven. Een duidelijke schets, waarin de "omgeving" van de Doleantie naar voren komt. Jammer is, dat de tekst van deze bijdrage slecht gecorrigeerd is.
Dr. C. Augustijn (hoogleraar kerkgeschiedenis aan de V.U.) sluit daarbij aan en geeft in zijn bijdrage "Kerk en godsdienst 1870-1890" een beeld van het functioneren van beide in de Nederlandse samenleving; 55 % van de bevolking behoorde toen tot de Ned. Hervormde kerk, de volkskerk. Die nam dus met haar bestuursorganen een dominante plaats in. De band tussen volk en kerk was voor velen een vanzelfsprekende, "een historische, een door God gewilde en gewrochte vorm" (49). Middelpunt van het plaatselijke kerkelijk leven was, zeker op het platteland, de predikant. Kerkeraad en kerkvoogdij functioneerden wel, zij het dat velen de plaatsen daarin als erebaantjes beschouwden.
En uiteindelijk maakten de kerkelijke bestuursorganen toch de dienst uit.
In die Ned. Hervormde kerk was de richtingenstrijd hevig gaande, mede ook als gevolg van "de afscheiding". Modernen (vrijzinnigen) roerden zich versus de orthodoxen. Hoewel scherp onderscheiden in "de leer" verdroegen deze groepen in zeker opzicht elkaar, want de organisatorische eenheid van de kerk ging boven al.
Toen trad dr. Abraham Kuyper op. Zijn invloed op politiek terrein was groeiende, maar als predikant zag hij duidelijk, waar het in de kerk aan schortte en dáártegen trok hij te velde. In die kerk werd de Schrift praktisch opzij gezet. Daarin werd tekort gedaan aan het koningschap van de Here Christus. Hij greep terug naar de reformatie in de 16e eeuw, zowel voor wat betreft de belijdenis als de kerkregering.
Dat riep enorme weerstanden op. De bestaande tweedeling (modernen-orthodoxen) werd al spoedig een driedeling, toen de gereformeerden zich binnen laatstgenoemde richting duidelijker profileerden. De strijd om de Waarheid brak in alle hevigheid los, in het bijzonder nadat in 1880 de Vrije Universiteit geopend was en toen het tot kerkelijke conflicten kwam.
Over die conflicten een volgende week.