Terloops...

1986-12-19
  • Jaargang 30
  • nummer 49
Niet koud en niet heet
De brief aan de gemeente van Laodicea (Openbaring 3 : 14-22) is een brief, die je niet naast je neer kunt leggen. De mensen in die plaats zullen er indertijd ook wel van geschrokken zijn.
Laodicea was een welvarende plaats in Klein-Azië. Er was industrie en handel, er was een universiteit, er was rijkdom. De mensen daar waren zich dat allemaal ook wel bewust, ze wisten het, dat ze het wel goed hadden. Ze waren ook wel tevreden met hun positie èn met zichzelf. Hadden zij dit alles niet bereikt?
In die plaats was ook een gemeente van de Here Jezus. En die gemeente krijgt een brief, die begint met: 'Ik weet Uw werken, jullie zijn koud noch heet'. De Here Jezus had er heel weinig woorden voornodig om de situatie in deze gemeente te omschrijven. Kort en krachtig zijn Zijn woorden. De gemeenteleden in Laodicea waren lauw.
Er was geen smaak aan. Hete koffie is lekker, koude koffie smaakt niet zo best, maar lauwe koffie is helemaal niet te drinken.
De mensen, voor wie deze brief bestemd was, zijn misschien heel bedrijvig geweest in hun werk en allerlei andere dingen. Met de dienst aan God, het leven en werken voor Hem, namen ze een loopje. Ze zeggen geen 'nee' tegen het geloof en zijn dus niet koud, maar ze lopen er ook niet echt warm voor.' Niet koud en niet heet. In deze brief staat wat vrij vertaald zoiets als het volgende: Jullie weten het allemaal zo goed, maar je doet er niets mee. Jullie gaan naar de kerk, maar je hart is er niet bij. Jullie luisteren naar de preek, maar je geeft het Woord geen kans je leven te vernieuwen.
Jullie lezen deze brief wel, maar zelf zijn jullie beslist geen leesbare brieven voor Mij voor anderen. Aan de buitenkant lijkt het allemaal wel wat, maar als puntje bij paaltje komt, is het allemaal niks.
Je zult als gemeente zo'n brief krijgen. Stel je voor, dat de dominee aanstaande zondag zo'n brief voorleest voor de gemeente, waarvan je lid bent. Ik denk, dat de mensen in de kerk wel even zouden scshrikken. En jij?

Ook voor vandaag
Dat in de kerk voorlezen van zo'n brief hoeft natuurlijk niet.
Want de brief aan Laodicea staat niet voor niets in de bijbel en is dus ook voor ons bestemd. Ook wij kunnen vandaag niet om die brief heen. En dus is het van belang ons af te vragen, hoe het met ons staat. Hoe zijn wij, hoe ben jij? Koud, heet of lauw?
Koud is die jongen, die de kerk uitloopt en zegt God niet nodig te hebbenomdat hij Hem kan missen als kiespijn. Heet is het meisje, dat echt warm loopt voor de Heer en het de Emmaüsgangers nazegt: 'Brandt mijn hart niet in me ... ?' De brief aan degemeente van Laodicea roept ons op tot zelfbeproeving.
Hoe zit het bij ons, waar staan we?
Het is opmerkelijk, dat Jezus tot drie keer toe in deze brief zegt, dat Hij aan de deur staat te kloppen. Hij staat dus buiten.
Maar Hij blijft daar wel staan en Hij blijft kloppen. Hij zegt: 'Omdat ge lauw zijt en noch heet, noch koud, zal ik u uit Mijn mond spuwen'. De mensen in Laodicea hebben het goed kunnen begrijpen, nog beter dan wij met onze lauwe koffie.
Want langs Laodicea stroomde een beekje vanuit een warme bron in Hiërapolis. Het water bij Laodicea was niet heet meer, maar ook niet helemaal koud.
Voor velen was het drinken uit die beek een tegenvaller: lauw water!
Niet te drinken, uitspuwen.
Jezus spreekt duidelijke taal, maar intussen blijft Hij kloppen.
Hij wil die mensen daar hebben, bij Zich hebben en houden en met hen eten en drinken. Als ze maar willen luisteren.
Daar gaat het om.
Toen en nu!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief