Persschouw

1986-12-19
  • Jaargang 30
  • nummer 49
In het licht van Genesis?
Onder bovengenoemde titel geeft drs J. A. van Delden in het reformatorisch opinieblad "Koers" een uitvoerige bespreking van het boek: "In het licht van Genesis, christelijke wetenschappers over schepping en evolutie", dat werd uitgegeven door de Vuurbaak te Barneveld. Aan dit geschrift verleenden zowel vrijgemaakte als niet-vrijgemaakte auteurs hun medewerking. Van Delden vraagt zich af of ieder in vrijgemaakt-gereformeerde kring nog vasthoudt aan het onverkorte principiële standpunt en uitgangspunt, dat Genesis 1-3 een historische beschrijving bevat van hoe God mens en wereld schiep. Of, zo vraagt hij in de kop boven zijn artikel, sneuvelen de eerste hoofdstukken van de Bijbel in een proces van vergeestelijking; al of niet ontsproten aan de evolutieleer? In dat verband gaat hij ook nader in op de bijdrage van de Kamper Oud- Testamenticus van de Broederweg Prof. drs H. M. Ohmann en merkt hij het volgende op:

Het geheel in geding
Men zou kunnen zeggen, dat het hoofdstuk over "Het Oude Testament en de natuurwetenschap", dat nu volgt, het-centrale hoofdstuk in dit boek zou moeten zijn.
Prof. Ohnmann schrijft hier over exegetische zekerheden en moeilijkheden.
Helaas stelt dit hoofdstrik zeer teleur. De kern van het betoog in het kader van dit boek is de opvatting van de schrijver, dat we in Genesis te maken hebben met een soort beeldspraak, antropomorfisme. een aan de mens aangepaste manier van spreken over iets, dat in werkelijkheid anders is; Om het onbegrijpelijke toch enigszins begrijpelijk te maken heeft de HERE Zich bediend van de aan iedere , Israëliet en aan ieder mens meest gangbare woorden voor een tijdseenheid: "dag" en "nacht"."
God zou als het ware willen zeggen: "Vergelijk het maar met uw dag en nacht": En elders schrijft prof. Ohmann: "zowel in het woord “dag” als in hef woord "avond" zien we de Zich openbarende Schepper zich aanpasternationaal sen aan ons begrip."
Kortom, God spreekt over dag om Zich aan te passen bij wat wij kunnen voorstellen, maar de exegeet verklaart dat de dag geen dag was, omdat hij zich dat niet kan voorstellen! Hier wordt het denken van de mens de norm voor het lezen van de Bijbel, in .plaats dat de Bijbel de norm vormt voor het denken van de mens. Hetzelfde antropocentrisch exegetiseren komen we tegen in het volgende citaat: "Kan men, zo vragen wij, zich een aarde voorstellen, die ook maar een ogenblik geen deel zou uitmaken van 'een zonnestelsel; zonder met andere' planeten op. de zon als middelpunt betrokken te zijn?
Dan was de aarde eens de aarde niet zoals wij die nu kennen en die de HERE van het begin af onveranderd in stand heeft gehouden."
Ik meen dat een dergelijke redenering principieel moet -worden afgewezen. Stel u voor, dat iemand zou beweren, dat we bij de slang in het paradijs niet moeten denken aan een echte slang, maar aap een- onbegrijpelijk gebeuren, dat we maar moeten vergelijken met een sprekende slang. Of dat wij hét spreken van de slang anders moeten gaan lezen Omdat wij ons geen spreken- de slang kunnen voorstellen. Ik moet zeggen, dat ik geen principieel verschil zie tussen argumenten, die Geelkerken destijds aanvoerde en de argumentatie van Ohmann.
De Generale Synode van de (Vrijgemaakt) . Gereformeerde-Kerken in Nederland heeft op 24 augustus 1984 een brief geschreven aan de Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. In . deze brief wordt van vrijgemaakte zijde bezwaar geuit tegen de opvattingen van prof. Oosterhoff, de hoogleraar Oude Testament in Apeldoorn. Het is op zijn minst verwonderlijk om nu door de vrijgemaakt-gereformeerde oudtestamenticus in Kampen opvattingen te zien' verdedigd, die even aanvechtbaar zijn. De toekomst zal leren of de, vrijgemaakte waakzaamheid naar binnen toe even groot is als naar buiten.
Het hoofdstuk van Ohmann bevat meer aanvechtbare exegeses.
Dit opstel wordt daardoor, ondanks het vele goede dat er ook in te vinden is, tot een teleurstellend en verontrustend geheel.
Om prof. Kamphuis nog eens te citeren: "Hier is het geheel in geding".

Wij veroorloven ons hierbij enkele kanttekeningen. Het is opvallend, dat de vrijgemaakt-gereformeerde van Delden deze kritiek uit aan het adres van een eigen hoogleraar!
Hopelijk leert men hierdoor in die kring eens wat minder hoog, van de toren te blazen. Overigens mogen wij ervoor bewaard blijven vlot klaar te staan met het plakken van etiketjes. Het gaat hier aktueel om indringende hermeneutische vragen.

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief