Kaïn en Abel, of: cultuur en antithese
1984-05-04
Het geloof in God is een kracht in de wereld. Maar het geloof in de mens niet minder. Tot grote prestaties leidt dat geloof-in-de-mens. Tot de prestaties van cultuur en techniek.- Jaargang 28
- nummer 18
Kunnen slechte beginselen dan in iets goeds eindigen? Brengt de slechte boom dan toch ook goede vruchten voort; de Verlichting naast duisternis toch ook een beetje licht?
De wieg van cultuur en techniek stond op een onfrisse plek. In het gezin van Lamech, symbool van de krachtpatserige mens. Toch plukt ook de kerk de vruchten van wat daar begon. Zonder Jabal, de vader van de tentbewoners, zonder Jubal, de vader van de citerspelers, zonder Tubal-Kaïn, de vader van de smeden, had Israël geen tabernakel, geen citer en cimbaal, geen offergereedschap van metaal. Wat moet je als christen nu denken van cultuur en techniek en van de dragers daarvan? Genesis 4 wijst ons een richting.
De Kaïn- en Abellinie
Genesis 4 laat twee lijnen zien. Die van Kaïn-Henoch-Lamech en die van Abel-Seth-Enos. Die lijnen lopen niet parallel. Ze hebben wel hetzelfde beginpunt (het brengen van een offer, vs. 3 v.), maar niet hetzelfde eindpunt.
De eerste lijn die begint met een offer, eindigt met een brallend lied, met ordinaire veelwijverij en met een dosis cultuurgoederen (19-24).
De tweede lijn die met een offer begint, eindigt daar ook mee. Met het lofoffer van het aanroepen van de Naam van de HERE, in de dagen van Enos (26). Wat wil Genesis met deze lijnen laten zien? Dit. Langs welke lijn de verlossing komt. De verlossing, door God aan de vrouw beloofd bij de uitgang van het paradijs (3 : 15).
De verlossing door haar "zaad", dat de slang de kop vermorzelen zal. Die verlossing komt, zegt Genesis 3. En wel langs déze weg, zegt Genesis 4.
Paradise lost
In hun moeite zoeken Adam en Eva tederheid bij elkaar. En Kaïn wordt geboren.
"Ik heb met des HEREN hulp een man verkregen ("kaniti")!" Kaïn, "Godsgeschenk" .
Hij die spràk van zaad, heeft zaad gegéven, Zal Kaïn, de "man", de verlosser zijn? Abel, zijn tweelingbroer, zeker niet. Hij komt ongevraagd mee - en Eva zwijgt. Zelfs zijn naam krijgt geen verklaring. En ach, dat is ook overbodig. Abel ("habel") - dat mag geen naam hebben.
"Nietigheid" is zijn naam, "ademtocht". De beloofde verlosser: Kaïn? Wie weet! Abel? Nomen est omen ...
Het verschil tussen Kaïn en Abel is er niet een van beroep, maar van offer.
Kaïn offert het eerste het beste (3); Abel het beste het eerst: een van de eerstelingen van zijn schapen en daarvan het vette (4). Net het verschil tussen een offer en een zakengeschenk.
Op Gods reaktie trekt Kaïn letterlijk een lang gezicht ("zijn gezicht viel", 5 v.). Omdat God kiest voor het zwakke (1 Kor. 1: 27 v.)!
Voor Abel, de tweede; voor Israël, de kleine; voor David, de jongste; Maria, het meisje; Jezus, de aanstotelijke.
De aanstoot van het sterke aan het zwakke begint bij Abel. En Golgotha werpt zijn schaduw vooruit: Het eerste bloed vloeit daar waar de sterke, die moet heersen over de zonde (7), zwàk wordt door de haat.
Kaïn redt geen bloed, maar vergiet het. Na de slang, na de aardbodem wordt nu een mens vervloekt (11).
Kaïn is het zaad niet.
Paradise regained?
Zal de slang de kop vermorzeld worden, Kaïn niet. Hij krijgt een taak, een zware (12). God stelt hem onder Zijn eigen bescherming (15). En Kaïn blijft een Godsgeschenk voor de mensen. Hij worstelt tegen zijn ongeluk op. Hij, de zwerver, bouwt een stad en noemt haar naar zijn zoon, zijn trots (17). Zal Kaïn niet verlossen, dan zijn zoon wellicht. Het paradijs komt weer in zicht! Lamech is al een aardig eind op weg, met zijn vrouwen "Schoonheid" en "Schaduw" (veelzeggend voor een oosterling), zijn dochter "Liefje" en zijn zoons die de mensheid vérder helpen.
Het paradijs in zicht: de mannen van naam (Gen. 6), de spreekwoordelijke Nimrod (Gen. 10: 8), de hemelbestormers van Babel (Gen. 11), zij zetten reuze-stappen op de weg naar het paradijs. Het geloof in de mens kan veel. Maar of het de wereld ook verlossen kan?
Hij hoort hun hulpgeroep
Kaïn stelt teleur. Abel is dood. Waar blijft het zaad der vrouw dat verlossen zal? Het komt van God. Seth wordt geboren. "Want, zeide zij (zij weer!), God heeft mij (mij!) een andere zoon gegeven in plaats van Abel".
Seth: "plaatsvervanger" (25). En aan Seth, ook aan Seth (26) wordt een zoon geboren. Kaïn vader van een huis? Seth en in hem Abel óók. De lijn loopt door! En mondt uit in Enos, "de zwakke mens". Hier loopt dé lijn.
Maar zonder de klinkende namen van die van de overkant. Dáár: Godsgeschenk, Schoonheid, Schaduw, Liefje, hier: Ademtocht, Substituut, Zwakkeling.
Maar dit is het verschil, Hier roept men de Naam des HEREN aan (26). Hier. Waar de mens zwak geworden is, daar zoekt hij de hulp van de God die bekend staat als JHWH.
Ginds manifesteert zich de gemeenschap der onheiligen, hier doet men wat schapen doen als een hond in de wei verschijnt. Schapen vechten dan niet, maar dringen opeen, om de herder heen (C. Vonk). Dàt is de Naam des HEREN aanroepen: van Hèm de beloofde verlossing verwachten. "Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen", Psalm 145 : 19. Door Jezus, hèt zaad der vrouw. Dat, Hem heeft de slang op Goede Vrijdag en Pasen de kop gekost.
Cultuur en antithese
De lijn van Kaïn trekt een spoor door alle eeuwen heen. Het geloof in de mens is een grote kracht. Hele culturen zijn er door opgebouwd - en ondergegaan. God is geen vijand van cultuur. Hij is de Gever ervan.
Kain doodde Hij niet. Maar liet hem de taak en de kracht tot ontsluiting en ontwikkeling van de gaven in Zijn schepping. God is geen vijand van de cultuur. Hij is de vijand van de zonde.
Van de slang. Van het God-loze in de cultuur, het boze in de techniek.
Van het krachtpatserige, het mensmiddelpuntachtige erin, van het valse vertrouwen erop. Vals, want cultuur en techniek vermogen veel, maar verlossen - nee. Dat heeft God gedaan door Jezus Christus. In beginsel cultuur en techniek incluis. Vàn de vloek, tót het paradijs. Met die wetenschap kijken we naar de wereld.
Théthisch. Met een boodschap en een opdracht. Om te beginnen voor onszelf.