In Uw Handen (vervolg)

1984-05-04
  • Jaargang 28
  • nummer 18
In het artikel van vorige week kan ik de indruk hebben gewekt dat Ik alleen maar negatieve dingen weet te zeggen over de bundel gedichten van Geeske Wiersma: In Uw Handen.
Dat is niet het geval! Om de lezers iets van de bundel te laten proeven, neem ik over: JEUGD

Weet je wat jullie zijn:
een koninkrijk van priesters,
een adellijk geslacht
midden in de wereld,
geen eiland,
of wel een eiland
in het slopende verkeer
tussen stad en land.

Niet meer in een klooster
of een abdij,
waar de stilte
naar God toe drijft.

Maar

een koninkrijk van priesters
in het ruim van een duikboot,
naast een kast met computers,
op een tractor in het veld,

een adellijk geslacht
in een machinefabriek,
achter het stuur
van een deux-cheveaux.

Ook het gedicht Weduwe heeft me getroffen, m.n. de regels: “toen ik in de schuur zocht naar gereedschap, vond ik je oude jasje op de vloer".
Het eenvoudige blijkt toch wel vaak het beste te zijn. Neem nu de laatste twee regels van datzelfde gedicht:

"Ik hunker naar je lach en je gemopper,
ik ben mijn lief, mijn leven ben ik kwijt."

Die eerste regel overtuigt, de tweede doet het niet! De eerste is echt, de andere wil "literair" zijn.
Een uitgesproken zwak gedicht is: Gebed voor de kerk (I). Er mankeert van alles aan de kerk en de kerkmensen.
Ik weet daar voldoende van, maar je kunt dat niet weergeven met o.a. de volgende regels: (over het kerkvolk)

Het voelt zich veilig en zeer uitverkoren
en 't zet "Verboden Toegang" bij Uw kruis.

Ook in het andere Gebed voor de Kerk (11) komen de zonden van Gods volk aan de orde. Het eindigt als volgt:

Doe nog Uw kandelaar niet weg vanuit ons midden,
al hebben wij Uw Geest zo vaak bedroefd.
Hoor ons vandaag om schuldvergeving bidden,
verwerp ons niet, wij werden zwaar beproefd.

Maar dat laatste, die beproeving, komt verder in het hele gedicht niet naar voren!
Er komen in deze bundel heel wat onderwerpen aan de orde, de dichteres is niet binnen een klein kringetje gebleven, ze heeft ook oog voor de nood van de wereld, de jeugd, ze ziet uit naar de komst van de Heer, er is sprake van schuldgevoel als ze zich overdag de tijd niet gegund heeft voor een gebed, ze herdenkt de gevallenen op 5 mei, we vinden twee gedichten die geïnspireerd zijn door de Zuidafrikaanse natuur, enkele gedichten zijn gewijd aan personen uit de Bijbel (de bitterheid van Bathseba komt goed tot uiting) en er is één gedicht opgedragen aan Marsman.
In dat laatste wordt een mysterie aangeraakt waar ik liever af zou willen blijven. Wie iets weet van de afschuwelijke doodsangst van Marsman, zijn pogingen tot op het allerlaatste om maar niet met een schip te hoeven vluchten voor de Duitsers, die heeft toch wel moeite met de volgende regels:
Heb jij in die kortste nacht
het kruis en de tempel herkend?
Het kán haast niet anders,
want, ai wist je het niet,
de God van je doop had je eindeloos lief.

-0-

Zo kom ik terug bij een vraag die ik, zij het indirect, al eerder heb gesteld: voor wie zijn deze gedichten bedoeld?
Een lezerspubliek dat de bijbelse noties herkent, weet vermoedelijk weinig van Marsmans vitalisme (en mortalisme) en van zijn bundel Tempel en Kruis. Het is nu niet het moment daarop in te gaan, ik moet mij nu beperken tot het bundeltje dat onderwerp van bespreking is. Samenvattend wil ik mijn oordeel als volgt formuleren: een sympathieke verzameling gedichten, voor lezers die vertrouwd zijn met de Bijbel in het algemeen behoorlijk te volgen, maar helaas niet erg veel uitstekend boven het niveau van de meeste hedendaagse poëzie uit protestants-christelijke kring. Dat laatste spijt mij voor de schrijfster, maar er wordt nu eenmaal een eerlijk en oprecht oordeel van mij verlangd. Wie zelf de bundel wil aanschaffen, kan die bestellen bij: CAVA, Paolalaan 8, 8072 CP Nunspeet, tel. 03412-3530.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief