Naar zuid-Afrika (3)
1985-03-15
Toen mij het verzoek bereikte om in Opbouw iets te vertellen over onze avonturen in .Zuid-Afrika, was het mij niet bekend dat M. de Jonge een reeks artikelen over die Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika en onze zending aldaar zou schrijven. In deze verhandeling wordt teruggegrepen op het uitstekende werk, verricht door Mevr. Chr. Breman met haar scriptie, en dit komt mij achteraf goed gelegen bij mijn verhalen.- Jaargang 29
- nummer 11
Ds P. Veldstra ging naar Zuid-Afrika als deskundige op het gebied van de zending en ondergetekende vanwege het feit dat hij enigermate op de hoogte van het conflict in de zestiger jaren en de totstandkoming van ons akkoord is voor kerkelijk samenleven.
Tijd voor een diepgaande studie over de geschiedenis van die Geref. Kerk heeft mij ontbroken en wat de zending betreft herinner ik me wat indertijd aan de uitzending van ds W. L. Kurpershoek voorafging aan moeiten, speciaal over voorwaarde vier, die inhield dat wanneer er als vrucht van onze zendingsarbeid gemeenten zouden ontstaan, deze zouden behoren tot het verband van de Dopperkerken".
Verder heb ik mijn kennis over de zending van zendingsavonden met films en dia's, als elk gemeenteIid. Gezien de gegeven voorlichtingkan ik mij nu verder beperken tot onze ervaringen ter synode. Bij het betreden van de speciale "synodezaal" bij de kerk van Potchefstroom sloeg mij de schrik om het hart toen we een schare van ongeveer tweehonderd afgevaardigden plus zeventien hoogleraren en diverse deputaten bijen zagen. Zelf heb ik enige ervaring met vergaderingen met afgevaardigden van alle kerken en berekende dat, wanneer elke broeder drie minuten het woord zou voeren, er één synodedag voorbij was.
Voeg daarbij dat we een agenda uitgereikt kregen in de vorm van twee boekwerken in ,kwartoformaat van in totaal 722 pagina's druk. Het was begin januari en ik vroeg me, gedachtig aan "synodale" ervaringen in ons goede vaderland af: Komen we dit jaar nog klaar?
Bijzonder geïnteresseerd waren we daarom naar de wijze van vergaderen. Om te beginnen was men uitnemend geoutilleerd. Er werd vergaderd in een zaal met de vorm van een amfitheater. Er zaten twee afgevaardigden aan één lessenaar met daarop een microfoon, zodat de broeders van hun plaats af het woord konden voeren, wanneer
zij het groene licht daartoe kregen van de praeses, Aanstonds draaide de typekamer op volle toeren en heel wat keren per dag werden ons agenda's, rapporten e.d, uitgereikt. Door de uitvoerige agenda was de vergadering uitnemend voorbereid.
Alle rapporten en voorstellen van deputaten, appèlschriften en brieven waren erin te vinden zodat de rapporten van de commissies heel summier konden blijven door steeds te verwijzen naar, de tekst in de agenda, die zoveel mogelijk werd aangehouden bij de besluitvorming.
Onder de bekwame, weinig opvallende leiding van de eerwaarde voorzitter - zo richtte men zich tot de vergadering- kwam er al gauw de gang in en de laatste dagen sprak men terecht van een sneltrein. Opvallend was daarbij dat er heel wat ruimte bleef voor discussie waarbij op te merken viel dat, de hoogleraren die geen stemrecht hadden, zich geducht roerden. Broeders die een bezwaarschrift hadden, ingediend kregen zelfs de gelegenheid om hun zaak toe te lichten in de vergadering.
Duidelijk werd dat deze Geref. Kerken een goed georganiseerd kerkverband onderhouden dat tot zegen is. Dit klinkt ons wat vreemd in de oren vanwege de ervaringen die wij hebben gehad met synoden en kerkvorsten. Ervaringen zijn niet maatgevend.
Wanneer we in de kerken Hem navolgen, die niet uit was op heerschappijvoering, maar, onder ons was als één die dient, en zo onze Heer is geworden, kan het ook anders in de' onderlinge gemeenschap.
In onze kerken is het agendum van de landelijke vergaderingen niet bepaald overbelast, zeker niet nu het akkoord is aangenomen en de discussies daarover even tot rust zijn gekomen. Zaken die onze kerken in het gemeen raken als: zending, verzorging van emeriti komen in Enschede niet ter sprake, omdat we dit aan zendende kerken en de Stichting Emeritering hebben overgelaten. Dit gebeurt uit een begrijpelijke, maar daarom nog niet terechte vrees voor moeilijkheden. Anders is het ter synode in Zuid-Afrika.
In het agendum treft u rapporten aan over: bijbelverspreiding en bijbelvertaling, verzorging emeriti, zending en zending onder de Joden, financiën, immigratie; kerkelijke uitgaven, christelijk onderwijs de universiteit enz. aan. Zo nu en dan kwam het vrijgemaakte hart wat in opstand, wanneer men b.v. met niet-kerkelijke zaken bezig was of de liturgie in de kleinste finesses regelde. Aan de broeders naast ons vroegen we dan waar ze mee bezig waren. Soortgelijke ervaringen hadden ds G. v.d. Brink en ik destijds op de synode van de, Chr. Reformed Churches in Grand Rapids, waar een veelheid van niet altijd kerkelijke zaken aan de orde was. Het wil mij voorkomen dat wij met onze opvattingen over het kerkverband; er goed aan doen goed kennis te nemen van de wijze waarop gereformeerde kerken in het buitenland met elkaar omgaan. Het kan ook goed gaan in het onderhouden van kerkverband wanneer we anderen uitnemender achten dan onszelf.
Zowel in Amerika als in Zuid-Afrika hebben we gesteld dat wij niet gekomen waren om anderen de wet voor te schrijven, maar om' kennis te maken en te luisteren, om 2)0 enige gave te ontvangen. Intussen is duidelijk dat de kerken in Zuid-Afrika naar onze opvattingen nogal "synodaal" zijn en eerlijk moeten we vaststellen dat men in dit opzicht dichter bij de “binnenverbanders" staat, met synoden, die zelfs psalmen berijmen en vele deputaten uitzenden. Voor ons een zaak van zelfbeproeving, zoals we later duidelijk hopen te maken. Eén troost daarbij: de vergadering besloot de haam te wijzigen van: die Geref. Kerk in die Geref. Kerken. Ter synode aangekomen maakten We onze opwachting bij het moderamen.
Aan de praeses dr F. Visser is aanstonds meegedeeld dat wij niet bereid waren om in de vergaderingen van de synode een publiek debat met afgevaardigden van de vrijgemaakte kerken aan te gaan en de twist van de zestiger jaren niet ter beoordeling zouden voorleggen. Dit werd in dank aanvaard en aan de broeders van genoemde kerken is daarop gevraagd genoemde zaak buiten de publieke discussie te houden. Er waren nog meer gasten uit het buitenland. Ds J. Westerink, tijdelijk onze huisgenoot, vertegenwoordigde de Chr. Geref. Kerken; Ds H. J. de Vries en J. J. Schreuder de Geref. Kerken, vrijgem. Het zal wel voor het eerst na de breuk zijn dat vertegenwoordigers van beide kerken officieel aanwezig waren in een kerkelijke vergaderingen dagelijks verenigd in gebed; schriftlezing en psalmgezang. Een wolkje als ééns mans hand? Het was voorts een grootgenoegen ds C. Boomsma weer te ontmoeten. Hij was indertijd praeses van de synode van de Christ. Reformed Churches die met onze kerken correspondentie aanging en Vertegenwoordigde nu die kerken in Zuid-Afrika. Hij was hier onder de goede zorgen van Prof. drP.Buys, rector van de Theol. Hogeschool, die we hebben leren kennen in Grand Rapids, waar hij de kerken van Zuid-Afrika vertegenwoordigde; een goed en toegewijd vriend. Met veel genoegen denk ik terug aan de zaterdagavond toen we op uitnodiging van Pieter Buys en zijn vrouw aan het "braaivlees" waren in zijn tuin, met ds C. Boomsma en Prof. en mevr. Helder en onder de prachtige sterrenhemel daar hebben gesproken over de vreugden en zorgen in de gereformeerde kerken in onze wereld. Nadat ik de voorafgaande artikelen nog eens doorgelezen heb, wilde ik dit maal niet schrijven over onze moeiten aldaar met een stukje herhaling van de kerkelijke strijd, want dan wordt het verhaal veel te polemisch. Er waren ook leuke en fijne dingen tussen de lange vergaderingen door.