G.O.S. en apartheid

1985-03-22
  • Jaargang 29
  • nummer 12
In Opbouw van 9-11-’84 verscheen een bespreking van de besluiten genomen door G.O.S. betreffende apartheid. De schrijver, A. v.d. Dussen, blijkt weinig inzicht in de Zuid-Afrikaanse situatie te hebben. Daarom wil ik graag mijn visie op deze zaak geven; ik ben in 1975 naar Zuid-Afrika geëmigreerd en in 1982 daar genaturaliseerd. Om apartheid te verstaan moet gelet worden op de historische achtergrond daarvan. Door toestroming van werkzoekende Bangoes uit omringende staten naar de mijnen, en door een hoge natuurlijke aanwas, is daar thans een situatie ontstaan waarin de zwarten een getalsmeerderheid in de republiek van Zuid-Afrika (thuisland uitgesluit) hebben van 4 tegen 1 blanke. De blanken zijn met deze ontwikkeling bepaald niet gelukkig. Er bestaat namelijk een enorm cultureel verschil tussen blank en zwart, wat assimilatie onmogelijk maakt. Deze zwarte vloedgolf dreigt de blanke weg te spoelen, zoals elders in Afrika herhaaldelijk is gebeurd (Rhodesië ligt nog vers in het geheugen). Vooral voor de Afrikaans sprekende blanke is deze ontwikkeling een bedreiging. Hij stamt namelijk al van de voortrekkers, die in de vorige eeuw uit de (Engelse) Kaapkolonie zijn weggetrokken en hun eigen onafhankelijke Boerenrepublieken (Oranja Vrijstaat en Transvaal) hebben gesticht. Deze zijn later weliswaar in de Boerenoorlog door Engelsen onder de voet gelopen, maar in 1961 in de vorm van de onafhankelijke Republiek van Suid-Afrika, grotendeels teruggekregen. We hebben hier te doen met de wordingsgeschiedenis van een volk, het Afrikaner volk, met een eigen taal, cultuur, en een gereformeerde godsdienst. Dit Afrikaner volk, wat ca. 60% van de blanken uitmaakt, ziet de zwarte vloedgolf als een bedreiging van zijn identiteit en voortbestaan in dit land, wat hij door diverse verdragen en oorlogen verworven heeft. Ik hoop dat U de positie van dit volk, wat vecht voor zijn toekomst, kunt verstaan. Toch dan ook deze Afrikaner bij de verkiezingen van 1948 aan de macht kwam, is direct begonnen om het rassenvraagstuk, eigenlijk een Engelse koloniale erfenis, aan te pakken op de enigste mogelijke manier: scheiding van de volkeren.
De reeds ver gevorderde vermenging werd teruggedraaid door geografische, politieke, sociale, economische en kerkelijke scheiding op een evolutionaire en vreedzame manier door te voeren. Deze politiek is bekend geworden als apartheid. Zij beoogt niet meer en niet minder dan onafhankelijkheid te bezorgen aan de diverse volkeren binnen de republiek. Let wel: vrijheid voor de Afrikaner, maar ook voor de Zulu, Xhosa, Sotho enz.! met deze politiek zijn al grote vorderingen gemaakt. Maar toch dreigt zij te mislukken. Van meet af aan was er binnenlands het verzet van de kant van de Engelse koloniale bevolking (vooral de grote mijnbazen) die hun goedkope arbeidskrachten niet wilden missen. En buitenlanders hebben de massamedia de wereldopinie meer en meer opgezweept tegen apartheid. De Afrikaner is meer en meer alleen komen te staan in de wereld, vooral nu de G.O.S. ons ook nog in de ban gedaan heeft: Al deze agitatie van buitenaf is niet zonder resultaat gebleven. Het moreel is daardoor afgetakeld: velen hebben de moed opgegeven en weten niks beters te doen dan het beste er maar van te hopen.
De regerende partij van P. W. Botha heeft in feite de apartheid verloochend. Het schip· van staat is feitelijk stuurloos en moet binnen afzienbare tijd op de rotsen lopen. Toch is er óok nog een harde kern in' het Afrikaner volk wat vasthoudt aan zijn identiteit, zijn cultuur, taal en godsdienst.
Er bestaat thans een zeer scherpe verdeeldheid, aangeduid met links en rechts, verligtes en conservatieven: de getalsverhouding is ongeveer 1 op 1, maar hoeveel te slechter het gaat, des te meer groeit rechts.
Maar waarom is apartheid toch zo verfoeilijk in de ogen van de wereld? Is dit rassendiscriminatie?
Maar wat dan van Nederland; worden daar Marokkanen, Turken, Surinamers bij scheepsvrachten zonder meer toegelaten? Staan de grenzen wijd open voor ieder die maar wil komen?
Natuurlijk niet, want de regering heeft tot taak haar eigen volk en land te beschermen. Als in Nederland de gastarbeiders zouden blijven binnenstromen zodat ze een meerderheid van 4 tegen 1 krijgen, en zou de situatie immers onhoudbaar zijn geworden.
Toch noemt niemand dit rassendiscriminatie, hoewel het dit in feite wel is: Het individu wordt in zijn "recht" om te gaan en staan waar hij wil, beperkt.
Waarom dan toch deze hetze tegen Zuid-Afrika, waarom dit meten met twee maten? Welke boze macht zit daar achter? Ik weet het niet, maar ik denk vaak aan Ps. 2: Waarom woeien de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? Tenslotte nog iets over de G.O.S. Het is opvallend dat deze organisatie dubbel lidmaatschap van lidkerken met de Wereldraad aanvaardt, dat Zij maar niet tot een besluit kan komen over de dwaalleer in de GKN, en dat zij tegelijk apartheid verkettert. Dit kap allemaal toegeschreven worden aan één oorzaak, namelijk de invloed van de moderne theologie, die vanuit de GKN uitstraalt naar haar dochterkerken over de hele wereld. Terecht heeft v.d, Dussen de relatie tussen moderne theologie en antiapartheid in Nederland opgemerkt, jammer dat hij op wereldniveau de kluts kwijt raakt. Ook hier in Zuid-Afrika komen steeds meer predikanten die aan Schriftkritiek doen en tegelijk apartheid
bestrijden: Dit heeft een man als Prof. v. d. Walt van Potchefstroom.
er zelfs toe gebracht om samen' 'met erkende Godloochenaars een blad op te richten wat als enigste doel heeft om de apartheid af te breken. Verlichtheid op politiek terrein gaat gepaard met verlichtheid op theologisch gebied! Dat deze problematiek grote spanning in de kerken brengt is niette verwonderen; dit moet op kerkscheuring uitdraaien, Ik hoop dat U nog weer eens rustig wilt nadenken over rassenverschillen, rassendiscriminatie en nationalisme (was het verzet in de tweede wereldoorlog ook niet' een nationalistische beweging?). Misschien zult U dan weer wat sympathie voor ons kunnen hebben in onze strijd voor de vestiging van' een christelijke Afrikaner staat aan de Zuidpunt van Afrika. Wij zullen daar zeer dankbaar voor zijn.

A.J. Zeevaart
Pretoria, 9-2-'85.

Commentaar

1. De heer Zeevaart neemt het voor de apartheid op, door te wijzen op de doelstelling van dit beleid: het veilig stellen van de culturele en godsdienstige identiteit vim de blanken, en in het bijzonder van het Afrikaner volk, Die doelstelling is respectabel. De vraag is echter vof alle middelen die de Zuid-Afrikaanse regering hiertoe aanwendt, erdoor gerechtvaardigd worden. De heer Zeevaart schrijft; datde apartheid op een vreedzame manier wordt doorgevoerd; Maar wat is dat voor vreedzaamheid, als de zwarte volkeren niet zelf mee mogen beslissen, en dientengevolge soms dwang en geweld nodig zijn om hen van de blanken te scheiden? Hij schrijft dat de apartheid vrijheid voor de Afrikaner brengt. Maar wat is dat voor vrijheid, als zij alleen bereikt kan worden door het een blanke te verbieden met een zwarte te trouwen? Kortom: afgezien van de haalbaarheid van dit beleid en de effectiviteit van de middelen die men toepast, is het de vraag of zij geoorloofd zijn, gemeten aan de maatstaven van .het evangelie. Wat is er dan fout aan, dat de G.O.S. haar twee blanke Zuid-Afrikaanse lidkerken gevraagd heeft, hun steun aan (of stilzwijgende instemming met) de apartheidspolitiek in het licht van de bijbelse normen van liefde en gerechtigheid te heroverwegen?

2. De heer Zeevaart gaat geheel voorbij aan het feit, dat de christelijke Afrikaners in het verleden heel wat zwaarder geschut in stelling gebracht hebben om de apartheid te verdedigen, dan hij nu doet. Ik doel op de 'theologische rechtvaardiging' van .apartheid: men heeft durven zeggen, dat "rasse-apartheid en voogdyskap van die blanke teenoor die naturel" door Gods Woord geleerd wordt (een uitspraak uit 1944 (!) van een synodale commissie van de Ned. Geref. Kerk in Transvaal)! Zie Ned. Dagblad van 31 augustus 198.3. Moeten wij er ongelukkig ·mee zijn, dat er heden ten dage een stroming in de blanke NG-kerk en de Dopperkerken is, die zich probeert te ontworstelen aan deze apartheidstheologie? Of was de G.O.S. het juist aan de bijbel verplicht om die stroming te' bevorderen, door uit te spreken dat de kerk in strijd komt met het onderwijs der Schrift als zij de ideologie verdedigt, dat kleur of' ras en/of nationale identiteit absoluut bepalend zijn voor mensen?

3. De heer Zeevaart verdedigt niet alleen de geografische, politieke, sociale en economische scheiding tussen de volkeren in Zuid-Afrika, maar zelfs hun kerkelijke scheiding. Maar wij belijden toch een algemene kerk, die haar eenheid vindt in het ware geloof en niet in stam, taal, volk of natie? Dreigt hier voor Christus gemeente geen gevaarlijke wereldgelijkvormigheid?

4. De vergelijking met Nederland gaat mank. De heer Zeevaart schrijft zelf, dat het apartheidsbeleid niets minder' behelst dan een terugdraaien van de reeds ver gevorderde vermenging van de volkeren in Zuid-Afrika. Dat is wel even wat anders, dan dat een stringent toelatingsbeleid voor vreemdelingen gevoerd wordt door een land als Nederland, dat overvol is en een grote werkloosheid kent, en waarin nooit één legaal gevestigde buitenlander met dwang de grens overgezet wordt.

5. De stelling dat bestrijding van de apartheid altijd hand in hand gaat met Schriftkritiek en moderne theologie, is niet vol 'te houden. In mijn artikel in 'Opbouw' van 9 nov. 1984 heb ik voorbeelden gegeven van orthodoxe apartheidscritici, waarvan de heer Zeevaart echter geen nota lijkt te hebben genomen. Misschien zegt bet hem iets, dat het in de kring van de Geref. Kerken (vrijg.) verschijnende Nederlands Dagblad al jarenlang pleit voor een -vorm van politieke medezeggenschap van de zwarte bevolking op nationaal niveau en de blanken waarschuwt voor "een zich krampachtig vastklampen aan bestaande machtsposities." (Ned. Dagblad van 5 sept. 1983). Verraadt deze stellingname, dat ook in de Vrijgemaakte kerken het modernisme reeds verwoestend heeft toegeslagen? Ik vrees, dat ik op de dag waarop ik dat zou geloven, de kluts pas goed kwijt zou zijn!

6. "Een veroordeling van de apartheidspolitiek op principiële gronden, die terecht is, betekent niet dat tegelijk een suggestie of een raad voorhanden is, hoe het vraagstuk in Zuid-Afrika moet worden opgelost." Ik ben ervan overtuigd, dat .deze uitspraak van A. Algra in "Dispereert niet" (deel 5, Praneker 19788, p. 396) meer waar is dan menige apartheidsbestrijder zich, bewust is. Ik gun Afrikaners als de heer Zeevaart dan ook van harte, dat er internationaal meer begrip komt voor hun moeilijke positie, en meer bescheidenheid in de veroordelingen van het beleid van de Zuid-Afrikaanse regering. Maar omgekeerd is het niet minder waar, dat. begrip voor de problemen van de blanke minderheid in dat land nooit mag inhouden, dat ongerechtigheid niet meer wordt aangewezen. Daarom zal de sympathie, waar de heer Zeevaart om vraagt, soms toch echt met afkeuring en kritiek gepaard moeten gaan, wil zij nog christelijk zijn:

Drs A. van der Dussen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief