Ter synode in Zuid-Afrika
1985-03-29
Op 15 januari j.l. kwam in de voltallige vergadering van de synode het rapport vin de deputaten voor oecumenische aangelegenheden over de contacten met onze kerken aan de orde. In opdracht van de synode van 1982 was er een indringende studie gemaakt van de leerstellingen en kerkrechtelijke grondslag van onze kerken. Het resultaat was Positief, want de broeders waren tot de conclusie gekomen dat' "die Ned. Geref. Kerken en die Geref. K.S.A. één is in leer, diens en tug", zodat aanbevolen werd onze kerken correspondentie aan te bieden. In zo'n eerste bespreking ter synode wordt.- Jaargang 29
- nummer 13
afgetast of de zaak in geding rijp is voor afhandeling: blijkt dit niet het geval dan volgt verwijzing naar een commissie uit de synode.
Het was in deze eerste bespreking dat er door onderscheiden sprekers geduchte kritiek op onze kerken werd uitgebracht. Het was ons bekend dat de Geref. Kerken, vrijgem. alles in het werk hadden gesteld om onze kerken verdacht te· maken, maar de felheid in het spreken van sommigen was verre van aangenaam. Het is een wonderlijke ervaring, wanneer je vriendelijk bent uitgenodigd om een synode bij te wonen zo'n onweer boven je te zien losbarsten. Het was daarom beter dat wij ons niet in de discussie mengden, want heet van de naald spreken als je verontwaardigd bent is riskant. Wat had men dan afzoop onze kerken aan te merken.
Aangezien mijn verhaal niet te lang mag worden; moet ik me beperken en me tot de hoofdzaken bepalen. Allereerst moest de preambule van ons kerkelijk akkoord het ontgelden. "Je hebt een kerkorde, maar je bindt er de kerken niet aan", aldus ds L. H. Stavast. In verband hiermee kwam de binding aan de belijdenis ter sprake. Prof. Van der Linde 'drukte het later zo uit: De Nederl. Geref. Kerken hebben geenszins aangetoond dat ze de belijdenisverwerping in hun kring aanpakken".
Er werd verwezen naar de laatste nummers van Opbouw en er werden namen· genoemd van voorgangers die afwijkende opvattingen over de verkiezing, in strijd met de belijdenis, hadden gepubliceerd. Verder viel het woord homofilie en dat doet het altijd. De moeilijkheid deed zich daarbij voor dat de Vinger werd gelegd bij publicaties waartegen ik zelf bezwaren heb.
De zaak in geding moet daarom zuiver gesteld worden: van vrijgemaakte zijde is een sterk vertekend beeld van onze kerken gegeven, waarbij naast halve waarheden ook hele leugens zijn verteld. Er zijn ook zaken genoemd, die we niet konden en wilden weer: leggen; we hebben we één en ander tot de ware proporties teruggebracht en zo schrijvers in bescherming' genomen, al deelden. We hun inzichten niet. Het is een nare zaak wanneer 'je de kerken vertegenwoordigt en een kerkelijk akkoord overhandigt en je krijgt als "bewijs" tegen: ons nummers onder de neus gedrukt van het blad waarin ik nu schrijf. Het is niet het moment om hier breder op in te gaan, maar de kerken zijn: verplicht duidelijkheid te verschaffen op de vragen van de kant van hen, die voor ons gekozen hebben. Niet iedereen zal weten welke vragen er zijn rondom de preambule van ons kerkelijk akkoord en daarom lijkt het me goed enkele citaten uit dit stuk te geven. De preambule kent drie punten (dat gaat nog altijd door voor goed gereformeerd). Eerst wordt in een verklaring o.a. gezegd dat:Zoals sedert de dagen van de Reformatie de eenheid van de kerken allereerst en ten diepste bestond in hetzelfde geloof;" in de' gehoorzaamheid aan het Woord van God en in de gemeenschappelijke. belijdenis. Zo willen de Geref.Kerken, die in deze vergadering bijeen zijn, elkaar als opnieuw' beloven – zich gevend eerst aan den Here en ook aan elkaar -zich aan het Woord van God en aan de belijdenis te houden. Zij verklaren: in dat belijden Van de Waarheid van de Heilige Schrift zoals in de .drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, haar eenheid en de grond voor haar samengaan te vinden.
Van belang is vervolgens: punt 2
Uitspraak. "De kerken spreken uit, dat het al of niet aanvaarden van het (een) kerkelijk akkoord geen oorzaak van breuk of verwijdering mag zijn tussen gemeenten die één zijn in geloof en belijden".
In dit stuk wordt allereerst instemming betuigd met de belijdenis en daarna gezegd dat wanneer, men één is in geloof en belijden, het al of niet aanvaarden van het kerkelijk akkoord geen oorzaak van breuk of verwijdering mag zijn. Zou iemand van mening zijn dat de preambule ruimte laat voor afwijking van de belijdenis of verzet er tegen (zo wordt het uitgelegd), heeft hij het stuk waarschijnlijk nooit gelezen. Het is dan ook niet juist, wanneer onze belijdenis binnen de kerken wordt bestreden in woord of geschrift; zulks behoort niet voor te komen, Zou iemand,moeiten hebben, dan is er een uitnemender weg. Er was ter synode niet alleen kritiek op onze kerken; verschillende afgevaardigden uitten hun waarderingen aangezien' wie zwijgt, toets temt, bepalen de tegenstanders op het eerste horen de discussie. Er waren heel wat broeders, die hartelijk met ons meeleefden en beslist niet blij waren met deze verwelkoming" .
Merkwaardig en vermeldenswaard is dat de predikant; die als eerste het vuur op ons opende; mij later vertelde dat hij bij bezoeken aan ons land wel in onze kerken is voorgegaan en ze uit eigen ervaring kent. Het benieuwt me of ik hem nog eens onder de preekbeurten aantref.
Nadat duidelijk was geworden dat de zaak in geding niet rijp was voor een beslissing, werd deze doorverwezen naar een commissie voor nader overleg en onderzoek.
Diezelfde dag kregen de afgevaardigden uit het buitenland gelegenheid de vergadering toe te spreken om de groeten en goede wensen van hun kerken over te brengen. Helaas moet ik het verhaal aanzien: lijk inkorten, want ik heb al te veel ruimte in beslag genomen. Daarom volsta ik met een weergave van ons deel. Ds P. Veldstra sprak de vergadering toe en wees op de, goede 'samenwerking gedurende vele jaren zendingsarbeid waardoor we, geen vreemden voor elkaar waren en er een gemeenschap was rondom de prediking van het evangelie, het eerste kenmerk van de kerk. Zelf begon ik met op te merken dat ons, was gebleken dat er in Zuid-Afrika intens wordt meegeleefd met onze kerken omdat ik die morgen had gehoord dat, bladen en boeken uit onze kring, ijverig worden gelezen; enkele broeders maken de indruk dat zij onze kerken beter kennen dan wij: Ik heb de broeders wat gerustgesteld door, te zeggen dat de "grote tegenstellingen" binnen onze kerken niet groter zijn dan de verschillen onder hen, naar mij uit discussies ter synode , gebleken was. Wel heb ik geprotesteerd tegen de verhulde beschuldiging inzake wat ik maar kortweg aanduid als homofilie; met de toezegging dat we daar in de commissie op terug zouden komen. Nu gaan we met haast naar de commissie.
Bij de commissie
Het liep druk bij de broeders die in de commissie zich over de vraag al dan niet correspondentie met de Ned. Geref. Kerken bogen. De vrijgemaakte broeders melden zich daar, voorzien van memoranda en dikke acta van synoden; de broeders die ter synode bezwaren hadden maakten hun opwachting, waarbij verteld kan worden dat één van hen verontschuldigingen maakte over onderdelen van zijn kritiek. In het eerste gesprek met de commissie hebben we er op gewezen dat wij door het optreden van de binnenverbanders op grote achterstand zijn gekomen en dat de tijd die beschikbaar was beslist onvoldoende was voor een grondige bespreking van memorandum I en II enz. Nu kregen wij de indruk dat de broeders in Zuid-Afrika niet zo rijk waren met het “plakboek van onze afdwalingen en overtredingen” dat zij aangeboden hadden gekregen. Men wilde ons beoordelen naar onze papieren: belijdenis en k.o. Er is daarom maar kort gesproken over het eerste memorandum. In dit stuk wordt voorlichting gegeven over onze kerken en daarbij is alles gebracht onder de noemer: aantasting van de belijdenis en kerkelijke indepentisme. Zo wordt van de Open Brief gezegd, dat daarin de belijdenis is weersproken en discutabel gesteld. Dit is een pertinente leugen, die al zo dikwijls is weerlegd. Over de zaak waar het om ging: het vrijmakingsgeloof, wordt met geen woord gerept, want daarmee komt men niet ver bij andere kerken in binnen- en buitenland. In het kort hebben wij de ontwikkelingen in de vrijgemaakte kerken die tot de breuk leidden geschetst en duidelijk gemaakt hoe de aarzelingen om tot een nieuw kerkverband te komen zijn te verklaren. Om te beginnen wensten wij geen “nieuwe kerk” en aangezien 25 predikanten w.o. Prof. C. Veenhof, tweemaal in hun leven slachtoffer van synodale heerschappijvoering waren geworden in schorsingen, afzettingen e.d. hadden wij de schrik goed te pakken. Er is daarom niet veel haast gemaakt met de opstelling van een aangepaste kerkorde, het overgrote deel van de kerken hield zich aan de oude kerkorde voor zover dit mogelijk was. We hebben niet verzwegen dat er kerken zijn die bezwaren houden tegen kerkverband en kerkorde, maar daar ze met ons één zijn in geloof en belijden willen we hen graag vasthouden om :de eenheid te bewaren. Nu de kerken in grote meerderheid het akkoord voor samen leven hebben aanvaard moeten we er mee leven en ervaring opdoen ook t.a.v. de preambule. In de bespreking bleek dat de commissie kennis had genomen van de brief van de synode van de Christ. Geref. Kerken aan onze landelijke vergadering, waarin nog al wat kritische geluiden te horen zijn over de prediking en vragen over ons kerkelijk akkoord. Hierop hebben wij verwezen naar een artikel van Prof. dr W. van 't Spijker, die na bestudering van ons akkoord tot de conclusie kwam dat het een gereformeerde kerkorde is.
Volgende keer het slot.