Praise God for John Stott
2011-08-19
Deze zomer overleed in Londen op negentig jarige leeftijd de Britse theoloog John Stott. Zijn vriend Billy Graham, ook zelf de negentig al gepasseerd, noemde hem één van de grootste, eigentijdse vertegenwoordigers van het protestantisme, vergelijkbaar met de 16e-eeuwse hervormers. - Jaargang 55
- nummer 16
Graham schreef over Stott: ‘Ik ken niemand die zo effectief aan zovelen een Bijbels wereldbeeld heeft geïntroduceerd.’ Het Amerikaanse tijdschrift Christianity Today typeerde Stott als ‘een architect van het 20e-eeuwse evangelicalisme die het geloof van een generatie heeft gevormd.’ In ons land kopte het Nederlands Dagblad bij een foto van Stott op de voorpagina: ‘Een groots leider en een nederig mens’.
Nederigheid
Zulke grote woorden na iemands dood nemen we het liefst met een fikse korrel zout. Stott benadrukte zelf ook vaak dat nederigheid de belangrijkste kwaliteit van christenen behoort te zijn. Hoewel zijn invloed gestadig groeide, was hij zelf een bescheiden en beminnelijk mens die liever op de achtergrond stond. Op 17-jarige leeftijd onderging hij een krachtige bekeringservaring en tijdens zijn studie besloot hij ongetrouwd te blijven om zijn leven geheel in dienst van God te stellen. Hij woonde tot op hoge leeftijd in een eenvoudige huurflat en had een hekel aan veel bezittingen. Zijn kostbaarste bezit waren twee verrekijkers waarmee hij zijn hobby, vogels bestuderen, beoefende. Hij citeerde graag het woord van Luther: ‘Laat de vogels uw theologen zijn.’ Zelf wees John Stott voor het geheim van zijn bediening vaak op de tijden die hij alleen met God doorbracht, dagen die hij levenslang als Q-dagen, quiet days, vooraf plande in zijn agenda en waarop hij ten minste tien uur achtereen alleen wilde zijn. Van kinds af aan was hij verbonden met de Anglicaanse All Souls kerk in hartje Londen; hij werd er op 29-jarige leeftijd benoemd als hoofdpredikant en bleef er tot zijn dood actief als rector en rector emeritus. Gelijktijdig stichtte verschillende organisaties die zijn gedachtengoed verspreidden, maar hij streefde er daarbij altijd naar om anderen op te leiden, zoals Paulus dat deed met onder meer Timoteüs.
Velen kennen hem als ‘oom John’, een geliefde vriend en broer in Christus.
De Britse oudtestamenticus, Chris Wright noemde hem ‘één van de grootste leiders die God heeft gegeven en tegelijk één van de nederigste mensen op aarde.’ Stott belichaamde zelf wat hij vaak predikte als ‘dienend, christelijk leiderschap’.
Wereldwijde impact
Wie de site www.johnstottmemorial.org bezoekt, zal ontdekken dat er in vele landen dankdiensten worden gehouden voor het leven van John Stott: Naast Engeland ook in Amerika, Canada, Nieuw Zeeland, Australië, India, Hong Kong en Singapore.
Stott werd bekend door zijn jarenlange prediking in All Souls, waar vele internationale studenten en gasten de diensten bezochten. Ik kwam er zelf ook geregeld tijdens mijn studietijd in Londen en bewaar warme herinneringen aan de doordachte en doorleefde prediking die werd omlijst door prachtige aanbidding. In juni dit jaar was ik nog in Londen waarbij we op zondag een dienst bijwoonden in de All Souls kerk. We zagen dat er nog elk zondag drie diensten met meer dan duizend bezoekers zijn en werden we verrast door een orkest van dertig jonge mensen dat de aanbidding leidde. Vanuit All Souls wordt overigens momenteel het cursusmateriaal Christianity Explored in vele landen geïntroduceerd.
Stott is vooral bekend geworden door de meer dan vijftig boeken en vele andere publicaties die hij produceerde en die vertaald zijn in meer dan 75 talen. Vooral zijn commentaren op nieuwtestamentische boeken zijn bekend, maar ook bestsellers als De basis van het christelijk geloof, Het kruis van Christus en De Christen als tijdgenoot. Van zijn boeken zijn er tientallen in het Nederlands vertaald.
Toen ik op Marktplaats zocht naar boeken van Stott, stootte ik gelijk op een twintigtal exemplaren. Ook in ons land heeft Stott dus vele lezers.
Persoonlijk beschouw ik hem als een rolmodel die mijn denken en handelen diepgaand heeft beïnvloed. Dat is met wellicht duizenden predikers wereldwijd het geval. De preek- en schrijfstijl van Stott is een mengeling van doordachte, Bijbelse eenvoud en warme betrokkenheid op de actualiteit waarin wij leven. Hij had oog en hart voor de situatie van Christenen in arme landen. In Londen stichtte hij voor het werk onder buitenlandse studenten de All Souls International Fellowship, een vereniging van buitenlandse studenten. Later werd dat uitgebreid tot de Langham Partnership International, een organisatie die zich inzet voor de training en bemoediging van predikers wereldwijd. De verdiensten uit de miljoenenverkoop van Stotts boeken worden gebruikt om voorgangers en kerkleiders in arme landen gratis te voorzien van goede lectuur. De woorden van Graham aan het begin van dit artikel zijn dus niet zomaar niet uit de lucht gegrepen.
Balans
Maar meer nog dan door zijn activiteiten is Stott bekend geworden door de grondige, Bijbelse en tegelijk betrokken manier waarop hij het evangelie wist te vertolken. In Bijbelstudie en prediking streefde hij er altijd naar om ‘dubbel te luisteren: om tegelijk te luisteren naar Gods stem door de Schrift en naar de stemmen van mensen om ons heen. We verkondigen dan goed nieuws dat zowel waar als nieuw is. We leven zo in het heden in het licht van het verleden.’ (‘I believe in preaching’) Hij was een bruggenbouwer die over de muren van kerkgrenzen en culturen heen Christenen wist te verbinden rondom het wezenlijke. Zo speelde hij een belangrijke rol bij het opstellen van de wereldberoemde slotverklaring van de Lausannebeweging, al in 1974, waarin de noodzaak van zowel evangelisatie als sociale actie werd verbonden als twee kanten van eenzelfde medaille. In Londen stichtte hij het Instituut voor hedendaags Christendom, een studiecentrum gericht op doordenking van de verbinding tussen de Bijbelse boodschap en moderne culturen.
Stott’s werk en de weerslag daarvan heeft veelal een verrassend en gezond evenwicht. Hij onderzoekt vaak tegenstellingen, maar weet daar bovenuit te stijgen door te wijzen op wat ons samenbindt. De waarheid is dikwijls niet het één of het ander, maar omvat vaker iets van beide zijden. Tegelijk schroomt hij niet om grenzen te trekken en zonde als zodanig te benoemen.
Een zekere mildheid kan hem daarbij niet ontzegd worden. Zo is hij wel bekritiseerd om zijn mening dat hij niet gelooft dat niet-christenen tot in eeuwigheid in de hel zullen lijden.
Hij gelooft dat ze na de oordeelsdag niet meer zullen zijn. Maar hij is glashelder waar het gaat om de kern van het evangelie: waarachtig behoud is er alleen in Christus. Zijn lievelingstekst was Galaten 6:14, ‘Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heer Jezus Christus…’
Meer weten?
Wie nieuwsgierig is naar het werk van John Stott kan zelf eens op Marktplaats gaan zoeken.
Zijn vijftigste boek, dat in 2007 uitkwam en bedoeld is als een soort geestelijke erfenis, is getiteld De Levende Kerk en kost nu slechts vijf euro terwijl er via internet een gratis studiegids ter bespreking in groepen bij beschikbaar is. Nog niet zo lang geleden verscheen in ons land ook het pittige Bijbels Dagboek waarin de gehele Bijbel aan het woord komt en dat voor elke dag van het jaar oude en nieuwe schatten opdelft.
De stem van John Stott zal nog lang naklinken door het vele goede dat hij heeft nagelaten. Laten we ook in ons land de Here danken voor deze Engelse gentleman in wie Christus prachtig gestalte kreeg.
Ds. Henk van der Velde is predikant van de NGK Voorthuizen-Barneveld.
| De Bijbel: Gods woord voor vandaag De waarheid over het dubbele auteurschap van de Bijbel (het Woord van God en het woord van mensen, of beter gezegd, het Woord van God door de woorden van mensen heen) is het getuigenis van de Bijbel zelf. De oudtestamentische wet bijvoorbeeld wordt soms genoemd ‘de wet van Mozes’ en soms ‘de wet van God’ of ‘de wet van de Here’. In Hebreeën 1:1 lezen we dat God sprak tot de vaderen door de profeten. In 2 Petrus 1:21 lezen we echter dat mensen van Godswege gesproken hebben, waarbij ze geïnspireerd werden door de Heilige Geest. Dus zowel God als de mens sprak. Zij spraken ‘over’ Hem en Hij sprak ‘door’ hen. Beide stellingen zijn waar. Bovendien moeten we die twee stellingen bij elkaar houden. Evenals in het vlees geworden Woord (Jezus Christus) het goddelijke en het menselijke element samengaan en elkaar niet tegenspreken, zo is dat ook het geval in het geschreven Woord (de Bijbel). Deze analogie, die al vroeg in de kerkgeschiedenis ontwikkeld werd, wordt nu vaak bekritiseerd. En het is duidelijk dat hij niet helemaal juist is, daar Jezus een persoon was, terwijl de Bijbel een boek is. Niettemin blijft de analogie zijn nut hebben als we de beperkingen daarvan, maar in het oog houden. We moeten bijvoorbeeld nooit de goddelijkheid van Jezus zodanig benadrukken dat daardoor zijn menselijkheid wordt ontkend, noch zijn menselijkheid zodanig benadrukken dat zijn godheid daardoor wordt ontkend. Zo is dat ook met de Bijbel. Enerzijds is de Bijbel het Woord van God. God sprak en besloot zelf wat Hij zou zeggen, maar niet op zo’n manier dat daardoor de persoonlijkheid van de menselijke schrijvers vervormd werd. Anderzijds is de Bijbel het woord van mensen. Mensen spraken en hadden daarbij de vrije beschikking over hun vermogens, maar niet op zo’n manier dat daardoor de waarheid van de goddelijke boodschap verwrongen werd. Het dubbele auteurschap van de Bijbel heeft gevolgen voor de manier waarop we de Bijbel lezen. Omdat die het woord van mensen is, moeten we hem bestuderen zoals ieder ander boek, daarbij gebruik makend van ons verstand om de woorden en de zinsbouw, de historische oorsprong en zijn literaire compositie te onderzoeken. Maar omdat de Bijbel ook het Woord van God is, zullen we hem bestuderen als geen enkel ander boek, op onze knieën, nederig, God smekend om verlichting en om de bediening van de Heilige Geest, zonder wie wij nooit zijn Woord kunnen begrijpen. Uit: Over God en de Bijbel, hoofdstuk 1. Novapress, 1996 |
| Over nederigheid Ik ben zo vrijpostig te beweren dat de hoogste kwaliteit die het evangelische geloof voortbrengt (of zou moeten voortbrengen) nederigheid is. Ik zie de wrange glimlach op het gezicht van mijn lezers al voor me. Want we moeten toegeven dat onze reputatie heel anders is. Evangelische mensen worden vaak beschouwd als trots, ijdel, arrogant en uit de hoogte. Wat ik bedoel is echter dat de belangrijkste leerstellingen die evangelische christenen koesteren – als zij correct verstaan worden- onvermijdelijk neigen tot nederigheid…. Ik heb getracht te beargumenteren dat evangelisch christendom een trinitair christendom is. We hechten aan de drie R’en – revalatio, redemptio en regeneratio (openbaring, verlossing en wedergeboorte), waarbij de openbaring met de Vader, verlossing met de Zoon en wedergeboorte met de Heilige Geest te maken heeft. We verlangen meer dan wat ook getuigenis af te leggen van het oppergezag van het Woord van God, de verzoenende uitwerking van het kruis van Christus en de onmisbare bedieningen van de Heilige Geest. Maar hoe meer de drie personen van de Drie-eenheid verheerlijkt worden, des te radicaler wordt menselijke trots uitgesloten. Het verhogen van de zelfopenbaring van God is het belijden van onze volkomen onwetendheid zonder haar. Het verhogen van het kruis van Christus is het belijden van onze totale verlorenheid zonde dat. Het verhogen van de regeneratieve, inwonende en heiligende rol van de Heilige Geest is het belijden van onze blijvende zelfgerichtheid zonder Hem…. Zonder de Bijbel zouden we in het duister tasten en struikelen. Zonder het kruis zouden we rondploeteren in diepe wateren van schuld en vervreemding, zonder genade, zonder verlossing, zonder vergeving of hoop. Zonder de inwonende Geest zouden we de hulpeloze slachtoffers zijn van inwonende zonde, van pathetische eigen inspanning en daarmee van onvergeeflijke mislukking. Het is in die zin dat we begrijpen waarom Jezus ons het voorbeeld gaf van de nederigheid van een kind… Jezus doelde niet op het karakter of het gedrag van kinderen, maar op hun status. Alles wat kinderen bezitten, is hun gegeven en alles wat zij weten, is hun geleerd. Daarom worden ze terecht ‘afhankelijk’ genoemd. Net zoals kinderen totaal afhankelijk zijn van hun ouders, zo zijn wij afhankelijk van God, niet in het minst op de drie genoemde gebieden… ‘Wil iemand zich beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen’ ( 1 Korintiërs 1:31)… Het enige lied dat ons past, is het Gloria: Ere zij aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest. Zoals het was in den beginnen, nu is, en altijd zijn zal, tot in eeuwigheid. Amen. Uit: Eenheid, integriteit, trouw. Novapress, 2006. |