Paulus kan Agrippa’s hart niet raken
2011-08-19
De apostel Paulus lijkt wel gestrand te zijn in Caesarea, waar hij gastvrijheid geniet in de gevangenis van stadhouder Felix. Zijn mogelijkheden zijn heel beperkt, maar laten we toch eens kijken wie hij in die tijd heeft kunnen bereiken om vervolgens af te sluiten met zijn laatste toespraak in Israël (Handelingen 26).- Jaargang 55
- nummer 16
Paulus bereikt meer mensen dan je op het eerste gezicht zou denken. Direct na zijn arrestatie in Jeruzalem houdt hij op de trappen van de Romeinse kazerne een toespraak voor zijn volksgenoten. Hij voert het woord tegenover de Joodse raad en getuigt voor Felix en Festus en ieder die er verder bij was – soldaten en bedienden. Paulus zal brieven geschreven hebben en ga zo maar door.
Herhaling van zetten
Na twee jaar gevangenschap verandert er in ieder geval iets. Felix wordt naar Rome ontboden en er komt een nieuwe stadhouder, Festus. De Joodse leiders dienen direct weer een klacht in tegen Paulus met de vraag of hij in Jeruzalem terecht mag staan. Dan kunnen ze hun oude moordplan alsnog uitvoeren. Maar Festus zegt dat ze maar naar Caesarea moeten komen als ze iets willen. En dan herhaalt het tafereel zich: zware beschuldigen, die niet te bewijzen zijn. Festus vraagt ten slotte of Paulus bereid is om in Jeruzalem voor de Joodse raad te verschijnen.
Maar Paulus heeft er genoeg van – het duurt nu al twee jaar – en beroept zich op de keizer. Nou, dat kan.
Festus zit wel met een probleem, want er moet wel een dossier mee naar Rome. Hij kan moeilijk zeggen: ‘Hier is een gevangene die van vage dingen wordt beschuldigd en ik weet niet precies waar het over gaat.’ Dan zou de keizerlijke rechtbank waarschijnlijk vragen waarom hij dan niet meteen was vrijgelaten. Nota bene: een Romeins burger.
Getuige-deskundige
Maar dan komt er hulp opdagen uit onverwachte hoek.
Koning Agrippa komt zijn opwachting maken bij de nieuwe stadhouder. Het betreft Herodes Agrippa II, zoon van Agrippa I, die de apostel Jakobus heeft laten vermoorden en die voor Petrus hetzelfde plan had. Koning Agrippa II, het klinkt indrukwekkender dan het was. Hij had een heel klein koninkrijkje ergens in de Libanon.
Maar hij liet zich graag als koning gelden. Agrippa komt als geroepen, want hij is tenminste op de hoogte van de Joodse godsdienst.
Festus zegt het een beetje raar: ‘Er bleken geschilpunten te bestaan met betrekking tot hun godsdienst en een zekere Jezus, die dood is, maar van wie Paulus beweert dat hij leeft’ (Hand 25:19). Festus zegt hier letterlijk: hun eigen bijgeloof. Niet zo fijngevoelig tegenover Agrippa die toch ook als Jood te boek stond, maar ja, als je Romein bent… Afgesproken wordt dat er de volgende dag een hoorzitting zal zijn.
Niet in de verdediging
Agrippa verschijnt in vol ornaat op de hoorzitting met zijn zus Bernice en met notabelen en gezagsdragers uit de stad. Daar zijn weer een aantal toehoorders! Festus legt uit wat het probleem is en dan neemt Agrippa de leiding over en hij geeft het woord aan Paulus.
En dan gebeurt er iets bijzonders. Paulus verdedigt zich niet tegen de beschuldigingen. Hij zaait ook geen verwarring door te roepen dat het eigenlijk draait om de opstanding, nee, hij strekt zijn hand, zijn geboeide hand uit en geeft een indrukwekkend getuigenis. Hij laat zien hoe zijn leven is gelopen, hoe hij van fanatiek vervolger tot prediker is geworden. Hij verzwijgt zijn eigen aandeel in de vervolgingen niet, maar beschrijft levendig hoe het licht bij hem is doorgebroken en hoe hij dat licht heeft doorgegeven.
En dat is precies de reden waarom de Joden hem gegrepen en bijna vermoord hebben in de tempel.
Het evangelie krijgen ze in een paar zinnen te horen: De langverwachte Messias heeft geleden zoals voorzegd was.
Hij is als eerste opgestaan uit de doden om aan zijn eigen volk en de heidenen het licht te brengen.
(Net) niet raak
De reactie van Festus was te verwachten: ‘Man, je bent niet goed bij je hoofd, je bent overspannen.’ Maar Paulus negeert Festus en kijkt naar Agrippa: ‘De koning weet waar ik het over heb, tegenover hem kan ik vrijuit spreken.
Koning Agrippa, hecht u geloof aan de woorden van de profeten? Ik ben ervan overtuigd dat u dat doet.’ Nou, wie weet overdrijft Paulus wel een beetje, toch doet hij een greep naar het hart van Agrippa, die er niet los van is. Om hem zo aan het denken te zetten. Maar het schot schampt af. ‘Het scheelt maar weinig of u maakt nog een christen van me’, zegt Agrippa spottend.
Teleurstellend, als je met iemand zó ver bent gekomen.
Bijna, en dan schampt het alsnog af. Misschien kent u die teleurstelling wel. Een teleurstelling, niet omdat je geen succes hebt gehad, nee, het is iets anders – een verdriet, een scherpe moeheid omdat je iemand niet kon geven wat je zo graag aan hem kwijt zou willen.
En verder?
De koning en de stadhouder staan op en verlaten keuvelend de zaal. In het midden staat Paulus, alleen, geboeid, niet begrepen, tot een soldaat hem wegbrengt.
‘Het scheelt maar weinig of je maakt een christen van me.’ Belangstelling die niet echt aan boord komt en dat kan verlammen, zodat je verder je mond maar houdt.
Ik denk toch nog even aan het publiek bij deze hoorzitting.
Wie weet…
Toen Paulus sprak was het licht nog maar pas opgegaan.
Soms hebben we het gevoel dat het in ons land weer langzaam dooft. Hoe heeft Paulus tegen zijn tijd aangekeken?
Maar we zien dat hij soepel, vindingrijk en eigentijds te werk gaat, hoewel dat ook niet altijd succes heeft. Kunnen we iets van hem leren?
Ds. Han Horsman is emeritus-predikant van de NGK Zwolle (II).