"Zij zijn aardsgezind"
1984-05-11
Filippenzen 3: 19 1)- Jaargang 28
- nummer 19
Er zit dus in de Schrift een concentrische beweging naar de Christus toe. Parallel daaraan loopt in de bijbel een proces van vergeestelijking van alles wat de Schrift eerst zelf konkreet aan de orde heeft gesteld. Het woord 'vergeestelijking' roept sterke weerstanden bij ons op. Dat is terecht wanneer 'vergeestelijking' zo iets als 'verdamping' zou betekenen. Als we echter denken aan de Heilige Geest en deze Heilige Geest dicht bij Christus houden (zoals Hij zelf dicht bij Christus wil zijn), dan betekent 'vergeestelijking' geen vervaging van de heilsgoederen maar juist integendeel een zekerstelling ervan.
Het is de Heilige Geest die door een proces van vergeestelijking de dingen bij Christus brengt; bij Christus, die er vervolgens de garant van wordt. Het is belangrijk te merken dat dit reeds in het Oude Testament gebeurt.
Laten we dit eens aan de hand van een bekend voorbeeld demonstreren: de bevrijding van Israël uit Egypte.
We weten allemaal wel dat de theologie van de bevrijding deze gebeurtenis hanteert als een oermodel van wat er in de wereld dient te geschieden, wil er heil tot stand komen. We voelen als christenen aan dat deze theologie daarmee een geweldige fout maakt, maar waar zit die fout? Men beroept zich toch maar op de bijbel!
En inderdaad, de bijbel slaat in zijn begin het thema van politieke en maatschappelijke bevrijding aan en dat is geen vergissing die later weggecorrigeerd wordt. Waar de bijbel eenmaal zijn tanden in gezet heeft laat hij niet meer los. Maar de Schrift gaat er wel mee aan de gang. Zij laat zien waar de bevrijding uit Egypte op uitgelopen is, dat namelijk de zonde van het volk de weg naar de rust en de welvaart geblokkeerd heeft. De Here God evenwel, Die zijn volk écht wil bevrijden, heeft daarin aanleiding genomen om op dat thema van de bevrijding op een dieper niveau terug te komen. Dat gebeurt bijvoorbeeld op het einde van het boek Micha, hoofdstuk 7: 18-20: "Wie is een God als Gij die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertieren!heidl Hij zal zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee.
Gij zult trouw bewijzen aan Jakob, goedertierenheid aan Abraham, gelijk GIJ van oude dagen af aan onze vaderen hebt gezworen".
'Wie is een God als Gij ... ?' - dat grijpt terug op het Lied van Mozes aan de Schelfzee (Exodus 15 : 11) en inderdaad wordt hier een nieuwe doorleiding beschreven, een herhaling van de Schelfzee-genade, zoals de profeet met het woordje 'wederom' (vs 19) ook duidelijk maakt. Alleen, de vijanden zijn nu niet langer de Egyptenaren, maar de zonden van het volk. Die worden nu in de diepten der zee geworpen. Zo zal de Here God zijn trouw aan Jakob en zijn goedertierenheid aan Abraham, waaruit ook al de bevrijding uit Egypte was voortgekomen, verdiepen. Het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat Hij dat doet door de Zoon. Op het trotse woord van de Joden: "Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden?"een woord waarmee zij blijk geven de verdiepende beweging die de bijbel met het woord 'bevrijding' gegaan is niet te hebben meegemaakt - antwoordt Jezus: "Een ieder die de zonde doet, is een slaaf der zonde ...
Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult ge werkelijk vrij zijn" (Johannes 8: 30-36). Hier hebben we de vrijheid op het diepste niveau als geschenk van Christus.
Wanneer we nu de weg die de bijbel met het woord 'bevrijding' gegaan is nog eens overzien en naar het beginpunt ervan terugkeren, merken we dat het oude bericht over de uittocht uit Egypte met andere ogen lezen.
Waar we eerst overheen lazen valt ons nu op. Bijvoorbeeld het op één na laatste vers van Mozes' Lied (Ex. 15 : 17): "Gij brengt hen en plant hen op de berg die Uw erfdeel is; de plaats die Gij, HERE, tot Uw woning gemaakt hebt; het heiligdom, HERE, door Uw hand gesticht".
Hier blijkt dat de Here God zijn volk door de Schelfzee heen naar Kanaän, ja, maar in Kanaän weer naar het midden van Kanaän, naar het heiligdom, naar de tempel, naar de plaats der verzoening gebracht heeft. Zo wordt eigenlijk al van meet aan de bevrijding vergeestelijkt en bij Christus gebracht, zonder overigens iets van haar konkrete inhoud onderweg te verliezen. Het is immers alles onder één hoofd, Christus, samengebracht (Efeziërs 1: 10)?
Met deze strenge onderschikking van alles aan Christus bedoel ik overigens niet alle konkreetheid van de verlossing naar het hiernamaals te verwijzen. Het is waar dat Christus bij zijn wederkomst alle heil dat de bijbel aan de orde gesteld heeft zal meebrengen. Maar het is ook waar dat Hij nu al voorschotten geeft, aan wie Hij wil en wanneer Hij wil. Maar de strenge onderschikking van alles aan Christus betekent wel dat alle spreken van de kerk Christus-prediking moet zijn. Zij màg de beweging die er in de bijbel zit naar Christus toe niet verwaarlozen of ongedaan maken. Zij màg de schepping, de aarde en haar volheid, niet buiten Golgotha om ter sprake brengen, want in de Schrift is de aarde niet los verkrijgbaar.
Als je tegenwoordig aan jonge christenen vraagt: wat is het pand dat ons is toevertrouwd? (Nietwaar, "bewaar het pand dat je is toevertrouwd", I Timotheüs 6 : 20), dan kun je ten antwoord krijgen: de aarde, in plaats van: ons geloof. Het verwarrende is dat ze die uitleg enigszins aannemelijk kunnen maken, omdat de aarde inderdaad ook in ons geloof voorkomt, alleen: niet los, maar onder en in Christus. De beweging in de bijbel om de aarde en haar volheid onder Christus onder te brengen wordt vandaag in veel theologie beantwoord door een tegenovergestelde beweging die juist de aarde en haar volheid van Christus' verzoeningswerk losmaakt en alle bijbelse termen van het heil terugvertaalt naar algemeen menselijk niveau.
Het beroep echter dat men daarvoor op de bijbel doet moeten wij doorzien als voos. Het is een oneigenlijk bijbelgebruik, aldus Herman Ridderbos in Trouw van 3 maart 1984. Deze tegenbeweging in de theologie beschadigt ook het heilswerk van Christus, berooft het van z'n alles omvattendheid en reduceert het tot een aangelegenheid voor de ziel, die dan in dit verband ook niet langer het centrum van de konkrete mens maar zijn bleke schaduw is.
Luister dáártegenover naar Paulus die deze lofzang op Christus neergeschreven heeft: "Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het Hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.
Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is" (Colossenzen 1 : 15-20). 'Alles onder Christus', - dat is maar niet een 'uitvinding' van het Nieuwe Testament, een doekje voor het bloeden omdat de verlossing uitbleef, nee, dat is de voltooiing van een beweging die we in het Oude Testament al zien beginnen, zoals we bij Psalm 24 en het Lied van Mozes hebben gezien. Het is uiterst belangrijk om dat zo te zien, want het Oude Testament lezen los van deze beweging naar Christus toe is de belangrijkste oorzaak van de verjoodsing die allengs in de christelijke theologie is binnengedrongen.
1) Vervolg referaat Opbouw-vergadering.