Het Liedboek
1984-05-18
Lied 250- Jaargang 28
- nummer 20
De volkomen eenzijdige manier van aanspreken van en roepen tot de H.Geest maakt dit Lied moeilijk aanvaardbaar.
Opmerkelijk is in dit verband de volgende uitspraak van de dichter: "Intussen is het een wonderlijke zaak met die bijkans ontelbare aanroepingen van de Heilige Geest...In de Bijbel immers wordt nergens tot de H. Geest gebeden of geroepen! Hoe zou het ook: de Geest immers is zelf de voorwaarde van ons bidden en roepen en zingen". (Comp. pag.599).
De melodie is die van Psalm 134.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 251
Afgaande op de toelichting van de dichter behoeft het niet te verwonderen dat de duidelijkheid en zeggingskracht van dit Lied o.i. veel te wensen over laat. Hij merkt o.m. op "Hoe maakt men een kerklied? Soms misschien doordat men er zo'n behoefte aan heeft de vloed van heilige geheime woorden af te dammen, te bemeesteren in een overzichtelijke vorm, te overzien. Vooral de eerste strofe is ontstaan uit een poging tot samenballing en objectivering, terwijl de tweede reminecenties heeft aan een mij vooral vroeger dierbaar eschatologisch geloof". (Comp. pag. 600).
De melodie achten we niet bijzonder geslaagd.
Tekst: 1; melodie: 2.
Lied 252
Dit Lied geeft de indruk zo hier en daar een product te zijn van een dichterlijk woordenspel. Vgl. in strofe 1: "te vragen honderd-uit", in strofe 2: "te geven honderd-in" en "de adem in en uit". Het lied is volgens de dichter ontstaan tegen de achtergrond van Gal. 5: 16-24.
Merkwaardig is dan wel de 4e regel van strofe 1: "de vrede allermeest".
Waaraan is dit ontleend? Naar 1 Cor. 13 zou de liefde de meeste genoemd moeten worden.
De tekst kan op diverse bekende wijzen gezongen worden. De hier aangegeven melodie is volgens de componist "een probeersel geschikt voor diverse teksten". Hieruit zal dan wel moeten worden verklaard dat de melodie nogal conventioneel klinkt.
Tekst: 1; melodie: 2.
Lied 253
"Al vroeg in de middeleeuwen is dit een geliefd avondlied geweest en ook in later tijden is het betrekkelijk populair geweest en vrij veel vertaald" (Cornp. pag. 604).
Bij overweging van de diverse strofen is o.i. de 3e de beste. Bij de 1e zijn wel enkele vraagtekens te plaatsen: ,,O zalig licht" (?). "Drievuldigheid, die één in hart en wezen zijt" (?) en eveneens bij het slot van strofe 2: "geef dat ons lied Uw lof verspreidt van eeuwigheid (?) tot eeuwigheid".
De melodie is erg mooi, gregoriaans van karakter. "Regel 1, 2 en 4 hebben dezelfde melodie, de zelfstandige regel 3 bevat het melodische hoogtepunt.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 254
We hebben in dit Lied vermoedelijk te maken met het oudste lied van de Duitse Evangelische traditie, een liedbewerking van het groot-Gloria. "In veel lutherse kerken, o.a. in nagenoeg geheel Scandinavië zingt men dit lied elke Zondag in plaats van het onberijmde groot-Gloria". (Comp. pag. 606). Tegen strofe 3 en 4 zou als bezwaar kunnen gelden dat Jezus en de H. Geest daarin rechtstreeks worden aangesproken inzake persoon en werkzaamheid.
De melodie is mooi en goed bekend (b.v. mede door Lied 466).
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 255
Dit Lied mag als algemeen bekend worden verondersteld, al is zo hier en daar de tekst, vergeleken met de vroegere versie, enigszins gewijzigd, zo b.v. in 't bijzonder in strofe 2.
Ook deze melodie is algemeen bekend.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 256
De eerste strofe van dit Lied brengt Lied 116 in gedachten, waar ook de invloed van de middeleeuwse mystiek merkbaar is.
Overigens zijn de sterk gezochte beelden en uitdrukkingen in velerlei opzicht moeilijk te verstaan en in hun onderlinge verband tamelijk ondoorzichtig: strofe 2 is hiervoor wel illustratief.
De melodie is goed, maar niet eenvoudig, zodat wel enige oefening vereist is.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 257
Dit Lied is "een veel en dankbaar gezongen kerklied geworden. Een lied waarin het huisgezin des geloofs zich goed heeft kunnen vinden".
De melodie is reeds bij Lied 221 besproken.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 258
Ook dit Lied kan worden geplaatst in de reeks: algemeen bekende gezangen, zowel wat de tekst als de melodie aangaat.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 259
Voor dit Lied geldt hetzelfde als voor het voorgaande. Dat betekent ook dat een verouderd woord als "Ontzondigd"
geen bezwaren oplevert.
Tekst: 3; melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuuriijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.