Radicaal

1985-04-12
  • Jaargang 29
  • nummer 15
Dat woord betekent in alledaags Nederlands: tot in de wortel. Dus kunnen we ook wel zeggen: grondig of totaal. AIs we iets radicaal uitroeien, dan doen we dat met wortel en tak. Radicale politici zijn uitersten. Ze vormen geen middenmoot, Ze behoren tot de vleugels, hetzij rechts of links. Zo is het ook met kerken. Radicalen zijn of zwaardorthodox of geheel vrijzinnig.

Het woord radicaal komt in het N.T. zo niet voor. Maar de zaak wel. En daarom waag ik 'het erop onder dit woord te bespreken, hoe radicaal we mogen en moeten geloven al wat God ons beloofd heeft. En hoe wij ook radicaal mogen en moeten doen wat Christus ons geboden heeft. Dát was immers Zijn opdracht aan de apostelen: Verkondigt het Evangelie aan alle schepselen.
En: leert hen onderhouden alles wat Ik geboden heb. Eerst dus, dat we radicaal geloven mogen.

De Here Jezus spreekt van ongeloof, kleingeloof en grootgeloof. Gelovigen kunnen ook wel een tijd van ongeloof hebben. Dan hebben ze geen oog voor Gods beloften. Dan wordt het zaad van het Evangelie verstikt door allerlei oorzaken. Jezus noemt o.a. materiële zorgen en begeerte naar rijkdom. Geloof is terecht vergeleken met een lege hand, die Gods beloften grijpt. In Luk. 17 vragen de discipelen om vermeerdering van het geloof. Daar gaat Jezus niet op in. Ik hoorde daarover eens een preek en de prediker zei: Geloof wordt niet gewogen bij het pond. Geloof is klein of groot naar mate het weinig of veel van Gods beloften grijpt. Het is dunkt mij te vergelijken bij een zoeklicht. Tijdens de oorlog zagen we zoeklichten, die de hemel aftastten naar vijandelijke vliegtuigen. Er waren van die kleine lichtbundels, die maar een enkel vliegtuig in het licht konden zetten. Maar ook van die brede bundels, die een groot deel van de lucht bestreken. Ze konden een hele zwerm van vliegtuigen bestralen. Een klein geloof grijpt maar een klein deel van Gods beloften. Een groot geloof omvat al wat God beloofd heeft. Jezus zegt in Luk. 17 tot z'n discipelen: Als ge een geloof hebt als een mosterdzaad, dan kunt ge een boom ontwortelen en in de zee verplaatsen. Dat wil niet zeggen, dat ze dit wonder letterlijk kunnen volvoeren. Deze manier van spreken is een raadselspreuk, alleen voor een goede verstaander duidelijk. Zo sprak de Heiland in de Bergrede ook over een hand afkappen en een oog uittrekken. Daarmee bedoelde Hij niet, dat iemand werkelijk zijn hand op het blok zou leggen en met de bijl gaan hakken. Maar Hij wilde zeggen, dat we radicaal de verleiding zouden weerstaan: Een boek in het vuur werpen als het tot zonde zou verleiden en de knop van de tv omdraaien, als het vertoonde ons zou neertrekken. Zo bedoelt de Heiland te zeggen: als je een geloof hebt, zo krachtig als een mosterdzaadje, dan kun je ongelooflijke daden doen. Veel meer dan je zou verwachten. Op een andere plaats spreekt Christus van een geloof, dat bergen kan verzetten. Zoals wij nog zeggen van een man, die verbazend veel werk kan verzetten: Hij kan bergen verzetten. Jezus zegt in Matth. 17: Als je geloof hebt zo krachtig als een mosterdzaadje, dan kun je alles. Met alles is bedoeld: alles, wat van je gevraagd wordt. De discipelen zouden dan de zieke jongen hebben kunnen genezen. Wat voor ons niet meer geldt.

Een mosterdzaadje is wel heel klein, maar zeer krachtig: Zó krachtig, dat het opschiet tot een groot gewas, waarin de vogelen nestelen en schaduw vinden. Zo kan het geloof groeien en steeds meer van God en van Jezus Christus verwachten. Daartoe is Geloofsoefening nodig. Het is onbegrijpelijk,dat sommige (of vele) mensen, die tientallen jaren het Evangelie hebben gehoord, nog bitter weinig van de HERE verwachten. Het Evangelie is toch 'zo rijk. En het komt tot ons met bevel van geloof en bekering. Ik ontmoette in m'n leven heel wat mensen, die zaten met de vraag of ze wel mochten geloven. AIs de Here het gebiedt, zouden wij het dan niet mogen?

Het Evangelie stelt toch geen voorwaarden? Waarom geloven hele, scharen niet; wat ons verkondigd wordt in Joh. 3:16: "Alzo Hef heeft God de wereld gehad". De wereld, dat betekent in elk geval ook de mensenwereld, Gods verkiezende liefde is universeel. Allen tot wie het Evangelie komt door de verkondiging ontvangen de verzekering, dat Gods liefde hen wil redden. We mogen als we God en Jezus Christus geloven op hun Woord onze naam gelovig invullen. God wil niet, dat iemand verloren gaat. Hij wil, dat we geloven en ons bekeren en léven in de volle zin van het woord. AIs één van ons, die de Blijde Boodschap hebben gehoord verloren gaat, dan is dat niet de schuld van God.
Maar eigen .schuld. Ons ongeloof is de oorzaak. Gods genade is verschenen met de bedoeling het heil, de verlossing te brengen tot alle mensen, die de goede tijding horen. God Die volgens Johannes Liefde is dringt door Woord en Geest aan op geloof. Hij dwingt niemand, maar dringt wel aan. Ja, zo hoor ik velen zeggen (ik hoor het nog bijna dagelijks) maar het geloof is toch een gave? Ja stellig. Maar laten we niet vergeten, dat Gods gaven voor ons opgaven zijn. Dat geldt van geloof en van bekering en van volharding en van de praktijk der godzaligheid. Ja van alle goede gaven en volmaakte giften, die ons toekomen van de Vader der lichten. God laat ons de vrijheid om "neen" te zeggen tegen al wat Hij ons belooft. De Here Jezus verweet Jeruzalem, dat Hij haar bewoners' wel had willen verzamelen om zich heen, zoals een kloek haar kuikens onder de vleugels lokt, maar dat zij niet hadden gewild. En zo staat er ook van de Farizeeën, dat zij Gods plan van verlossing verijdelden, door zich niet te laten dopen door Johannes. God wilde wel, maar zij wilden niet. Waarom God die vrijheid gaf en heeft? Ik weet het niet. Alleen dit durf Ik er van zeggen dat Hij niet wil geloofd en gediend worden door automaten of robots. Maar door mensen, naar Zijn beeld geschapen, met wil en verstand. Hij giet ons de gaven niet in, maar biedt ons het medicijn. Als we dat niet aanvaarden en ons toe-eigenen dan gaan we verloren door eigen ongeloof.

Waarom niet radicaal en totaal geloven, dat God is zoals Hij zich toont in Jezus Christus? Die heeft gezegd: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Heeft Jezus iemand afgewezen die tot Hem de toevlucht nam? Een tollenaar, een hoer, een overspelige vrouw? Een Nicodemus? Niemand en zó is Hij nog.
En zó is Zijn Vader. En zó is Zijn Geest. Hij is niet gekomen in de wereld om te oordelen en veroordelen, maar om te behouden.

We' mogen radicaal zijn in ons geloven. Maar dan ook in het .onderhouden van wat Christus ons geboden heeft en nog gebiedt. Dat wordt in brede kringen van het Christendom ontkend. Ik las een Duits rijmpje, dat overgezet betekent: Laat het werk maar staan, want alles is toch allang voldaan. We zijn gekocht en er is voor ons betaald, en nu komt het er niet meer zo op aan, wat wij doen.
Als dat wáár was, zou deze leer zorgeloze en goddeloze mensen kweken. Maar het is niet waar. Ook als vrijgekocht en door de Here zullen we geoordeeld worden naar wat wij gedaan hebben, hetzij goed hetzij kwaad. Wel hoeven wij daardoor niets meer verdienen. Na de komst en het werk van Christus is het uit met het leven uit de wet. Maar evengoed zullen we radicaal mogen en moet onderhouden al wat Christus ons geboden heeft en gebiedt. Dat we ons leven lang wel tegen de oude mens hebben te strijden is waar. Maar daarbij hebben we de belofte. dat we superoverwinnaars zullen zijn. De volmaaktheid zullen we eerst hiernamaals bereiken, maar we zullen er wel naar jagen! En ons uiterste best doen onze roeping en verkiezing vast te maken.

Wat houden die geboden van Christus in? O.a. de Bergrede. En die is wel radicaal. Dat begint al met de zaligsprekingen, Gelukkig worden geprezen o.a. de nederigen: de reinen van hart; de barmhartigen; de vredestichters. Dat zijn de discipelen en discipelinnen van Christus en dat moeten ze zijn. Ze zijn het zout der aarde en het licht der wereld. Ze moeten hun licht laten schijnen, opdat de mensen hun goede werken zien en getrokken worden om met de gemeente God te verheerlijken. Ze moeten de evangelische wet onderhouden. En nauwgezet. Ze zullen niet alleen moord en echtbreuk en diefstal niet plegen, maar ook tegen de wortels van dat kwaad strijden. Ze zullen kwaad met goed vergelden.
Niet maar hun vrienden liefhebben, maar hun vijanden; Alles zullen ze doen, niet om door de mensen gezien te worden, maar voor de hemelse Vader.
Ze zullen hun rijkdom niet in de mammon zoeken, maar rijk zijn in God. Niet bezorgd blijven, maar allereerst' het Koninkrijk Gods zoeken en wat recht is voor God.
Ze zullen niet oordelen (lichtvaardig) en niet de brede weg opgaan, maar de smalle zoeken en vinden.

Vrij algemeen wordt gezegd en in veel kerken ook wel aan de gemeente voorgehouden, dat van onderhouding van dit alles niets of althans weinig terecht komt en dat dit eigenlijk ook niet meer hoeft, na de verzoening. Maar zegt de Heiland dit aan het slot van Matth. 7? Elke bijbellezer kan zich overtuigen. dat Hij heel wat anders zei. We kennen waarschijnlijk allen wel die woorden, maar dringt het wel tot ons door? Niet een ieder die zegt: Here, Here, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan; maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in' uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal ik hun openlijk zeggen, Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der ongerechtigheid".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief