Het functioneren van de belijdenis (deel 1)

1984-06-01
  • Jaargang 28
  • nummer 22
In het kader van de samensprekingen van de Ned. Gerei. kerken van Haarlem en Heemstede met de Chr. Geref. kerken van Haarlem-Centrum en Haarlem-Noord, kwam dit voorjaar op een gezamenlijke kerkeraadsvergadering het functioneren van de belijdenis in Ned. Geref. kring aan de orde. Het gesprek werd gevoerd naar aanleiding van een inleiding van mijn hand. Na afloop van de vergadering werd geopperd, via 'Opbouw' bredere bekendheid te geven aan een en ander: op tal van plaatsen in het land is immers sprake van contacten tussen Ned. Gereformeerden en Chr. Gereformeerden, waarbij dit onderwerp ter sprake kan komen. In dit en het komende nummer van 'Opbouw' bied ik de lezers dan ook mijn inleiding aan; in de drie daaropvolgende nummers wil ik vervolgens nog wat opmerkingen maken over het biblicisme, de tijdgerichtheid van de belijdenisgeschriften en de binding aan de belijdenis.

Op de landelijke vergadering van de Ned. Geref. kerken in Utrecht in 1974 - 5 jaar nadat de scheuring binnen de Geref.kerken (vrijg.) zich overal in het land voltrokken had - werd een officiële verklaring aanvaard, waarin het volgende te lezen staat: "De Gereformeerde kerken in Nederland, die in deze vergadering bijeen zijn, willen elkaar als opnieuw beloven zich gevend eerst aan de Here en ook aan elkaar - zich aan het Woord van God en aan de belijdenis van de kerk van alle eeuwen te houden. Zij verklaren in dat belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, haar eenheid en de grond van haar samengaan te vinden." Toen in 1982 door de landelijke vergadering te Breukelen het Akkoord van kerkelijk samenleven werd aanvaard - d.w.z. de door de Ned. Geref. kerken herziene kerkorde -, werd besloten, voorafgaande aan de 40 artikelen van dit Akkoord, de bovengenoemde Verklaring te publiceren. Wil men dus enig zicht krijgen op de manier van omgang in de Ned. Geref. kerken met de aloude gereformeerde belijdenis, dan onderzoeke men deze officiële uitspraak die toch wel functioneert als omschrijving van de koers die wij willen varen.

Die omschrijving is nodig gebleken, omdat het gereformeerd karakter van onze kerken is aangevochten. De breuk in 1969 is nl. meer geweest dan een ruziënd uiteengaan van twee groepen vrijgemaakten: aan de buiten-verband-raking van een kleine 30.000 gemeenteleden ligt een proces van kerkelijke tucht ten grondslag. Tal van ambtsdragers zijn in de jaren zestig geschorst en soms afgezet, vanwege vermeende ondermijning van de gereformeerde leer. Mannen, die ten tijde van de Vrijmaking geëerd werden om hun Schriftuurlijke inzichten, werden nu als wolven in schaapsvacht te gevaarlijk bevonden om nog leiding te geven aan de gemeenten.
Toen zij, en degenen die hun vertrouwen bleven schenken, zo noodgedwongen aan een eigen kerkelijk leven vorm gingen geven, was het dus een eerste vereiste om klaarheid te verschaffen inzake de aanklachten die tot deze kerkelijke tucht geleid hebben.
Welnu, de overtuiging van de latere Ned. Gereformeerden, dat zij volstrekt ten onrechte als gevaarlijk voor de Gereformeerde kerken waren aangemerkt, heeft hen niet alleen in de jaren '60 tegen de zuiveringsdrift van de synode van Hoogeveen doen protesteren, maar hen ook in de jaren '70 aanleiding gegeven de bovengenoemde Verklaring te doen uitgaan. Zo zijn de woorden 'als opnieuw' te verstaan: wat er ook in de Ned. Geref. kerken veranderd mocht zijn door de verschrikkelijke ervaringen van het recente verleden, níet hun begeerte om in de gereformeerde traditie van Schriftverstaan verder te gaan.
Verkeren de Ned. Geref. kerken dus in het besef, dat de vrijgemaakte broeders een zeer ernstige beoordelingsfout hebben gemaakt toen zij naar het zwaard van de tucht grepen, natuurlijk wordt niet ontkend dat er een niet onbelangrijk verschil van mening was gegroeid. Er kan in het kader van deze inleiding geen sprake van zijn dit conflict ook maar oppervlakkig te analyseren; ik volsta met een enkele opmerking over het voor ons onderwerp meest relevante punt in kwestie: de waardering van de gereformeerde belijdenis. De latere Ned. Geref. kerken kwamen in de jaren '60 op voor voortzetting van de lijn, waarop de drie formulieren van enigheid gehanteerd werden als een aan de Heilige Schrift ondergeschikte norm. In de woorden van de afgescheiden theoloog Herman Bavinck: "De belijdenis der kerk (... ) valt niet met de waarheid saam maar is eenen menschelijke, en dus gebrekkige reproductie van de waarheid, welke in de Schrift is neergelegd.”1) "De belijdenis (... ) blijft, als feilbaar menschenwerk, revisibel en examinabel aan de Schrift." 2) "Ook dwingt de kerk met deze belijdenis niemand noch bindt zij het onderzoek, want zij laat een ieder vrij, om anders te belijden en de waarheid Gods in anderen zin op te vatten; zij luistert opmerkzaam naar de bedenkingen, die eventueel tegen haar belijdenis op grond van Gods Woord worden ingebracht en onderzoekt die naar eisch van haar belijdenis zelve."3) Met dat laatste doelt Bavinck natuurlijk op NBG art. 7. Het was het enthousiasme over het levende en onuitputtelijke woord van God, en niet een modernistisch geringschatten van de traditie, dat kritische vragen deed stellen aan het adres van de belijdenisgeschriften.
Zo achtte ds G. Visee de opzet van zondag 18 van de H.C. bijbels, maar had hij bedenkingen tegen de theologische redenering die hij erin tegenkwam. 4) Prof. dr H. J. Jager had moeite met wat DL 1.12 opmerkt over het zeker worden van de verkiezing op grond van de kenmerken die de gelovige bij zichzelf waarneemt. 5) Ds C. Vonk verwierp de dichotomistische anthropologie (het schema lichaam-
ziel) van de Catechismus en het gebruik van het woord 'onsterfelijk' in NBG art. 37.6) Zo zijn er meer voorbeelden te geven van de bijbels/kritische benadering van de drie formulieren van enigheid, die in aansluiting aan de door Schilder, Janse, Vollenhoven e.a. op gang gebrachte beweging van de jaren '30, vele geesten in de vrijgemaakte kerken bleef boeien. Vele, niet alle; er kwam helaas een hevige reaktie, die zou leiden tot de bovengenoemde tuchtmaatregelen.
Een reaktie, die de Ned. Geref. kerken nog altijd confessionalistisch aandoet. Men vergelijke maar eens dat felle verbod op het stellen van zulke kritische vragen als hierboven genoemd, met wat C. Veenhof in 1959 (!)) over het gevaar van het confessionalisme schreef: "Steeds evenwel was en IS in de kerk van Christus het gevaar acuut, dat men de confessie zo opvat en hanteert, dat het Woord der Schriften daarachter schuil gaat en in feite niet dat gezag en die functie ontvangt, welke ze naar Gods wil hebben moet. (... ) Bekend is in de gereformeerde wereld de nevenschikking van Gods Woord en de confessie, welke tot uitdrukking komt in de bekende formule: "op grond van Schrift en belijdenis". Dat men, zo sprekend, zowel de Schrift als de confessie denatureerde, besefte men veelal niet.
Ook is nog steeds acuut het gevaar, dat men de confessie leest, interpreteert en handhaaft als een wet, een contract of een notariële acte. Dit alles heeft de kerken, en speciaal de gereformeerde, gedurende de laatste eeuw onnoemelijk veel schade berokkend.“ 7) Reeds Calvijn - zo blijkt uit Veenhof’s betoog, waarschuwde ervoor, het geloof aan woorden en lettergrepen te binden als ten aanzien van de waarheid zekerheid bestond. 8) De Ned. Geref. kerken verwijten de Vrijgemaakten, dat zij dát nu juist deden, en wijzen een zodanig hanteren van de belijdenis, als was het inderdaad een notariële acte, ondubbelzinnig af. De nevenschikking 'Schrift en belijdenis' maakt ons inderdaad argwanend.

(wordt vervolgd)

1) H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek I, Kampen 19675, 22.
2) A.w. 63.
3) H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek IV, Kampen 19675, 402.
4) G. Visee, De Catechismuspreek, in: Onderwezen in het Koninkrijk der hemelen, Kampen 1979, 142v.
5) H. J. Jager, Opbouw, Xe jaargang no. 32, p. 255.
6) C. Vonk, De doden weten niets, Franeker z.j., 113, 111. Vgl. C. Vonk, Trouw blijven? 1964, 12vv.
7) C. Veenhof, Prediking en uitverkiezing, Kampen 1959, 199.
8) A.w. 188.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief