Ervaringen van een moeder
1983-06-17
Op de ouderdag van 15 januari 1983, georganiseerd door de werkgroep "homofilie in Ned. Geref. en Chr. Geref. Kerken", heeft een moeder iets verteld over haar ervaringen, toen zij hoorde dat haar zoon homofiel was.- Jaargang 27
- nummer 24
Ik laat haar verhaal hiel' in het geheel volgen, om daarna een paar opmerkingen te maken.
De ervaringen van een moeder
Het is geen wetenschappelijke verhandeling geworden over de homo-seksualiteit.
Ik heb geprobeerd de dingen die ik voelde en voel, dacht en denk, t.a.v. de homoseksualiteit van één van mijn kinderen, naar voren te brengen, met de nadruk op mijn gevoelens.
Ik ben me ervan bewust dat deze gevoelens doordrenkt zijn met gedachten.
Hier ontkom ik niet aan, alleen al omdat ik in gedachten terug moest naar twee jaar geleden.
Bovendien heb ik geprobeerd die geveelservaringen in de tijd te ordenen. Ik ontdekte toen dat er een proces in gang was gezet, nl. van gekonfronteerd worden met de homoseksualiteit van een van onze kinderen, daarover gaan nadenken, samen ermee bezig zijn, het leren aksepteren, tot de ontdekking komen dat je 'er soms best nog eens moeite mee hebt.
Ook zag ik een ontwikkeling van alleen maar 10 je gezin ermee bezig zijn naar bezig zijn in de samenleving, o.a de kerk. Wat mij momenteel benig houdt is de akseptatle van homofiele leden in de gemeente. Wanneer ik daarover nadenk maak ik me zorgen.
Zo kwam ik tot de volgende indeling:
- Voordat ik het van mijn kind wist.
- Toen ik het voor het eerst hoorde.
- Toen ik het zo goed als zeker wist.
- Hoe nu verder?
Laat me bij het begin beginnen.
De aanvangssituatie is voor ieder verschillend. Toch zijn er, zo heb ik gemerkt, raakvlakken.
Voordat ik hei van mijn kind wist hield ik me niet zo erg met de homoseksualiteit bezig. Ik had erover gelezen. Wat ik erover bad gelezen betrof meer de ontwikklings-psychologische kant van de zaak, m.n. wat zouden de oorzaken kunnen zijn en kun je homoseksualiteit voorkomen door een andere opvoeding.
Dat 'ik zelf als ouder hiermee gekonfronteerd zou kunnen worden, nee, daar had ik nooit zo bij stil gestaan.
Van huis uit had ik meegekregen dat de homoseksualiteit niet 'gepraktiseerd' mocht worden. Wat dit precies inhield, daarover had ik niet nagedacht en wat dit betekende voor de betreffende persoon, daarin had ik me niet verdiept.
Je kunt toch ook wel zonder seksuele relatie leven", zo heette dat vroeger, Verder wist ik van Willem de Mérode.
De manier waarop hij behandeld was vond -ik verre van goed en christelijk. Hoe je dan wel moest handelen? Met deze vraag had ik me niet zo erg bezig' gehouden, tot het moment waarop ik ging twijfelen aan het gedrag van mijn eigen kind.
Hij zond seinen uit, die ik ook wel min of meer opving, maar aan homoseksualiteit dacht ik niet direkt. Ik dacht veel meer in de richting van leermoeilijkheden en groeiproblemen.
"Die moet je de tijd gunnen", zo redeneerde ik.
Eén keer kwam de gedachte bij me op: "Zou hij homofiel zijn?"
maar ik duwde die gedachte ook even snel weer weg.
Toch heb ik me, na een volgend voorval en misschien onder invloed van mijn intuïtie eens flink in de armen geknepen en tegen mezelf gezegd: "Ook jouw kind kan homoseksueel zijn."
'k Ben, toen de gelegenheid zich daartoe voordeed, naast hem gaan zitten en heb met hem gepraat. 'k Weet nog dat ik hem vroeg of hij zich niet aangetrokken voelde tot één bepaald meisje.
We zijn toen aan de praat geraakt en 'k voel nog de spanning, zou hetzozijn of misschien toch niet?
Dat was het moment waarop ik voor het eerst hoorde dat hij homoseksueel was. 't Was net of stokte mijn adem, dus toch ... 't Was heel dichtbij gekomen, heel konkreet.
De klap kwam nogal hard "'111. 'k Wist eerst niets te zeggen. Zo zaten we een poosje. Tot het tot me doordrong: Het is zo, onherroepelijk.
En toch ... daar was die twijfel, was het wel echt zo?
Allerhande gevoelens kwamen in me opborrelen. 'k Weet nog dat ik ze wegduwde en dacht: het homoseksueel-zijn moet ik accepteren en dan 't verstand voorop. 's Avonds heb ik het aan mijn man verteld en sindsdien zijn we er samen mee bezig.
De volgende dagen ging ik als een razende bellen: met een bevriende kennis die in de hulpverlening zit, met iemand van wie ik wist dat hij van homo hetero geworden was, praten met deze of gene.
Er werd ook geadviseerd: accepteer het niet te gauw. Dat was iets dat me goed in mijn kraam te pas kwam, want een probleem was toen toch wel: is het wel echt? Ik sprak dan ook met mijn zoon in die richting. Ik zocht ook kontakten binnen de kerk, omdat ik vond dat die er mee aan de gang moest.
Verder voerde ik discussies over de oorzaken van de homoseksualiteit.
Ik ging er meer over lezen.
Toch ben ik enige tijd later mijn gevoelens onder ogen gaan zien, want ze waren er. Gevoelens van schaamte, gefaald te hebben in de opvoeding. Ik prakkizeerde me suf wat er dan toch fout was gegaan.
Ik maakte me zelf en we maakten elkaar, als vader en moeder, verwijten.
Gevoelens van teleurstelling m.b.t. de toekomstverwachtingen die er toch wel enigszins waren.
Gevoelens van machteloosheid en verdriet omdat ik 't niet eerder wist. Gevoelens van tekort geschoten te zijn omdat je kind er al zo lang mee bezig geweest was.
Toch heeft bij ons de tijd van onzekerheid niet zo lang geduurd. Ik vond het niet eerlijk tegenover mijn kind te denken dat het misschien wel niet zo zou zijn, terwijl hij zei dat het wel zo was.
Toen ik hel dan ook zeker wist ontdekte ik de kloof tussen hem en ons. Hij had er al zo lang over nagedacht en wij kwamen eigenlijk pas kijken. Ik werd toen gekonfronteerd met zijn ideeën en die van mijzelf.
Waar ik veel moeite mee had en eigenlijk nog, is de spanning die er is tussen normen en waarden zoals homofielen die zelf zien, mijn eigen normen en waarden en de onzekerheid over wat nu eigenlijk de evangelische normen en waarden zijn. Naar die laatsten was ik op zoek.
Ik werd krampachtig, omdat ik: bang was dat bij God en Zijn geboden de rug toekeren zou. Daar kwam bij mijn eigen onzekerheid omtrent de bijbelse gegeven t.a.v. homoseksualiteit. Deze krampachtigheid stond de dialoog, het gesprek, danig in de weg.
Waar ik erg veel moeite mee had was de manier waarop homofielen zich manifesteren b.v. tijdens de kranslegging op 4 mei, in homobars.
Een socioloog zou hierover, denk ik, meer kunnen zeggen.
Ik was er druk mee bezig en ik niet alleen.
Tot lik tot het inzicht kwam: ho eens even, er zijn nog meer kinderen.
Het was goed enige afstand te nemen en me wat meer op de zaken te bezinnen.
Zo verliep er een hele tijd. Om wat preciezer te zijn: ongeveer twee jaren. Een tijd waarin ik geleerd heb om te luisteren naar wat onze homofiele medemensen te zeggen hebben en naar wat de bijbel over de homoseksualiteit zegt.
Wanneer ik nadenk over hoe nu verder, dan denk ik dat dit luisteren één van de belangrijkste dingen is in onze omgang met elkaar.
Hiermee wil ik niet zeggen dat de homoseksuelen helt juiste zicht hebben op de bijbel omtrent hun homofiel-zijn. Ook niet dat we hen daarom in alles gelijk moeten geven.
De mogelijkheid bestaat echter dat onze ogen dichtgeslibd zijn voor het eigenlijke evangelie, door de visie die onze ouders, voorouders hierop hadden.
Daarom moeten we samen op weg.
Samen op weg gaan houdt in dat met direkt een waarschuwende vinger omhoog g:aat wanneer er sprake is van een homofiele relatie.
Heb ik daartoe het recht, wanneer de betrokkenen zelf zeggen dat het evangelie bevrijdend beeft gewerkt en daardoor tot deze relatie heeft geleid?
Ik denk dat we als gemeenten van onze Heer Jezus Christus een aantal zaken goed onder ogen moeten zien:
1. De hele seksualiteit is in beweging.
De homoseksualiteit maakt daar deel van uit.
2. De kerk werkt dikwijls vervreemdend door haar afwijzende houding t.a.v. norrnveranderingen.
3. In de kerk zijn vaak eenzame mensen omdat ze zich niet meer thuis kunnen voelen.
4. Onze kerken gaan, m.b.t. haar funkties. uit van gehuwde mensen.
Een ongetrouwde dominee of ongetrouwd kerkeraadslid nou dat kan, maar liever niet, maar een homo?
5. Er ontstaat eenzelfde kloof, als waar ik in 't begin over sprak, nl. tussen homofielen met hun betrokkenen en de andere kerkleden.
Ik schreef al dat bet proces van bezig zijn met de homofiele mens nog niet afgerond is. Er zijn dan ook nog verschillende problemen, waar ik beslist niet uit ben.
- Hoe ziet de bijbel de Iichamelijke seksualiteit nu precies? En wat is het dan?
- De homoseksualiteit kom je in de bijbel alleen tegen als uitwas en als zodanig wordt het verboden, net zoals hoererij.
En duurzame homoseksuele relaties dan?
- Het hebben van kinderen. De overheid kan bet vrouwen niet verbieden kinderen te krijgen.
Homoseksuele mannen wordt het in de adoptiewetgeving wel onthouden.
- Kan ik hen vanuit mijn heteroseksuele positie ooit begrijpen?
Kan ik me ooit invoelen in hun situatie? Deze twijfel maakt me wel eens wat moedeloos.
Vooral ook omdat het niet alleen hun zaak is, maar een zaak van ons samen. We zullen naar elkaar moeten blijven luisteren en samen moeten bidden om een juist inzicht.
Wat ik in ieder geval ervaren heb, is dat ik tegen bovenstaande vragen anders ben gaan aankijken, sinds ik weet dat ik moeder ben van een homofiiel kind.
Anneke de Vries
-0-
Uit het verhaal van mevr. De Vries blijkt, dat niet alleen homofielen een moeilijke tijd doormaken, wanneer zij tot de ontdekking komen, dat zij homofiel zijn, maar ook hun ouders en de kring daar omheen. Vrienden en de broeders en zusters in de Here. Ik ken eigenlijk geen ander probleem waarmee een mens zó aan botst tegen z'n eigen geweten, Z'n christelijk geweten wel te verstaan. Ouders ervaren dat heel sterk, en dat blijft ook wel uit dit verhaal. We lezen de Bijbel, we lezen daarin schokkende dingen over sexuele misstanden, bet woord homoseksualiteit valt, en je eigen kind is zo.
Hoe moet je als ouder daarmee omgaan? Wat moet je doen, wanneer je zoon of dochter met een vriend of vriendin thuiskomt?
Want dat gebeurt.
Laten ambtsdragers daar toch oog voor hebben. Voor de moeiten van deze ouders, die vaak lange tijd heen en weer geslingerd worden door hevige twijfels.
De Schriftgegevens. die i.v.m. de homoseksualiteit een rol spelen, schilderen ons een donkere achtergrond.
Dat valt niet te ontkennen.
Homoseksualiteit wordt daarom steeds in verband gebracht met perversie, met smerigheid enz.
Toch moeten we hier onderscheidend lezen. Er is in Gen. 19, Richt. 19. Rom. 1, sprake van een bewust aanschoppen tegen Gods geboden.
De wereld wordt op z'n loop gezet en dat gebeurt met wellust. Om de Here God op het hart te trappen. Maar herkent een homofiel zichzelf hierin, wanneer je hem /haar deze Schriftgedeelten voorhoudt? Is er bij hem/haar sprake van een inruilen van de ene omgang voor een andere, zoals Paulus dar noemt in Rom. 1?
Daarom heb ik er ook moeite mee, wanneer deze Schriftwoorden klakkeloos gemikt worden als een soort blauwdruk, waarmee je zonder moeite de homoseksualiteit van tafel kunt vegen.
In dit verband wil ik ook Gen. 38 noemen, waar het gaat over Onan, de zoon van Juda, die weigert om de konsekwensies te trekken uit bet zwagerhuwelijk dat hij met Tamar heeft gesloten. Hij verspilt z'n zaad op de grond. Het gaat te ver, denk ik, om dan te zeggen dat met dit hoofdstuk alles gezegd is over zelfbevrediging. Zou datzelfde ook niet gelden voor Gen. 19, Ri. 19 enz.? Is daar alles mee gezegd?
Terecht kan worden opgemerkt, dat hornoflilie te maken heeft met de gebrokenheid vanwege de zondeval.
We hebben eerder te denken aan een deviant dan aan een variant, zoals dat in diskussies dan genoemd wordt. Een gebrokenheid in Gods schepping. En het is heel wat om dat lijfelijk de moeten ervaren.
Een reden te meer om ons wel heel erg solidair te weten met onze homofiele broeders en zusters.
Die gebrokenheid ligt er. Wat doe je ermee als het je zelf betreft? Zo ben ik, ik heb deze gevoelens.
Ligt de beleving van de seksualiteit dan niet automatisch in het verlengde van wat ik heb aan gevoelens?
Zo ben ik, dus mag ik ook zo wezen!
Hier lopen de wegen echter uiteen.
En het is goed om te weten, dat ook homofielen daar verschillend over denken.
Aan de ene lcant zijn er, die vanuit de zelfaanvaarding gaan leven overeenkomstig hun geaardheid.
Dat behoeft niet altijd bewust zo te gebeuren, soms is het ook wel eens vanuit een bepaalde nood of uit vrees in eenzaamheid te verkommeren.
Aan de andere kant zijn er ook homofielen, die uit de Schrift de konklusie trekken, dat homoseksualiteit zonde is tegenover de Here.
Zij kiezen voor de weg van de onthouding of zoeken de weg van de genezing of de verandering. Ik denk o.a aan het bureau "Evangelische Hulp aan homofielen" (BHAlH) van de vereniging "Tot heil des Volks" en aan de stichting "Onze weg". Een vereniging van ex-homofielen, die zich nadrukkelijk niet willen manifesteren als homoseksuelen.
Beide wegen kennen hun moeiten.
Ook zij, die zichzelf beschouwen als ex-homofielen blijven vaak hun leven lang zich bewust van hun homoseksuele geaardheid. In de levensverhalen van ex-homofielen keert dit gegeven steeds weer terug.
Zij, die naar hun homoseksuele geaardheid willen leven, merken in de praktijk dat een homoseksuele relatie z'n beperkingen heeft. Er zit iets in van het tegennatuurlijke, het niet op elkaar toe geschapen zijn. De polariteit, die de manvrouw relatie zo nadrukkelijk typeert, is hier veel minder aanwezig.
De Schrift tekent ons een donkere horizon, wanneer de ordeningen van God gebroken worden. En in de wereld van de praktiserende homofielen is veel wat huiverig maakt. De wisselende kontakten.
het "homoseksuele leven". Dat doet je de vraag stellen: zou dit voor een broeder of zuster een reden kunnen zijn om te klieren voor de weg van de onthouding?
Ik vermoed dat we voorlopig in de omgang met onze homofiele broeders en zusters voortdurend heen en weer blijven pendelen tussen ja en nee. Tussen oog hebben voor de gebrokenheid (we gunnen hen zo graag een goede partner, een fijne relatie, zoals die er ook zijn), en de ontaarding, die de Schrift als donkere achtergrond tekent.
Wel wil ik daar nog deze opmerkring aan toevoegen: die donkerheid geldt voor alle seksualiteit, wanneer de ordeningen van God gebroken worden. Dan gaat het over onze huwelijksmoraal. En ik heb dat gemerkt in verschillende kontakten, een vriendschapsrelatie, waar in oprechtheid gezocht werd naar een leven in gemeenschap met de Here, daar ging een heilzame werking vanuit. Zo iets is op geen enkele wijze te vergelijken met wat ons in de verschillende bijbelgedeelte wordt getekend.
Ik hoop dat we daar toch ook oog voor zullen krijgen.