Boekbespreking
1983-06-17
Zicht op de Bijbel Deze reeks (uitgegeven voor Buijten & Sehipperheijn, Amsterdam) groeit gestaag. We ontvingen twee nieuwe delen ter bespreking: - Jaargang 27
- nummer 24
nr. 25 : De brief van Petrus Paas- en doopbrief aan de lijdende kerk door ds C. P. Plooy (71 blz., f 8,90)
nr. 26 - De brie! aan de Filippenzen Leven uit de gezindheid van Christus door ds M. R. 'Vanden Berg (112 blz., f 13,75)
Aan wat ik naar aanleiding van een vorig boek (over de brief aan de gemeente te Efeze) in de nummers van 17 en 24 december j.l. schreef, behoeft niet veel toegevoegd te worden. De "nieuwe Van den Berg" is van eenzelfde goede opzet. Al lezende verplaats je je in de situatie van de gemeente te Filippi. Die hoorde Paulus' brief voorlezen en herkende de situatie, waarop hij doelde. Ze ontving zijn woorden als Gods Woord. Dat ging toen bijzonder over de geeindheid van onze Heer, die we moeten navolgen.
(2: 5 e.v.). Hij heeft zich ontledigd, letterlijk "leeggemaakt", We lezen daarvan "Zoals iemand zijn zakken binnenstebuiten kan keren en ze kan leegschudden om alles wat erin zit eruit te halen, zo heeft Christus zichzelf helemaal binnenstebuiten gekeerd en afstand gedaan van zijn goddelijke majesteit.
(... ) En Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen.
Hij is een mens geworden.
Toen Hij geboren werd als een klein hoopje mens, besmeurd door het bloed van de geboorte (... ) was er helemaal niets meer van zijn goddelijke bestaanswijze en van zijn goddelijke luister te bespeuren". Ontledigd, Zich vemederd, En dan volgt even verder iets van een ontboezeming: "Als je nagaat wat de kerken in twintig eeuwen christendom van die gezindheid hebben laten zien, slaat je de schrik om het hart. (, .. ) hechte machtsstructuren, die geen splintertje van hun macht willen prijsgeven.
Je ziet pausen en prelaten die permanent proberen hun macht te vergroten en te consolideren. Je ziet invloedrijke synodevoorzitters en adviseurs die achter de schermen zo intensief bezig zijn met het uitbouwen van hun eigen invloed en met het uitrangeren van kerkelijke tegenstanders, dat ze geen oor meer hebben voor de schreeuw om hulp binnen en buiten hun kerkmuren." Beijveren wij ons de gezindheid van Christus te tonen?
Het boekje van ds Plooy is heel andere en toch ook soortgelijk aan de enige van deze reeks. Anders van taal en stijl, wals ook de schrijvers zeer verschillende personen zijn. Maar in de opzet ons een actuele, duidelijke en korte verklaring te geven van een bijbelboek, soortgelijk.
De schrijver wijst er op, dat in deze (eerste) brief van Petrus de opstanding van zijn Meester zo'n grote plaats inneemt. Een echte paasbrief zie bijv. 1: 3 - 2: 43 : 21. En ook tevens een doopbrief, zie o.a. 1: 2 - 1: 22 e.v.2: 1-3 - 3: 21. Veel van wat Pe ÛfUS daar schreef, is in het Doopformulier terug te vinden. Hij zegt ervan, als terloops, maar wel to the point, "Zou het niet goed zijn, als wij in tijden van mismoedigheid weer eens lazen, wat er bij onze doop door de kerk is beleden met het oog op ons?"
"Men heeft - zo lezen we even verder - deze brief van Petrus wel willen zien als een paas- en dooppreek.
In paasdiensten werd oudtijds gedoopt en dat niet ten onrechte (zie Rom. 6: 4 en ons doopformulier). Vers 3 van hoofdstuk 1 wijst ook in de richting van opstanding-wedeflgeboorte-doop. "
Daarop let hij ook bij hoofdstuk 2 : 1. "Legt af... Denk u zo'n doopdienst in uit de oud-christelijke tijd. De stoet dopelingen schreed de kerk binden, naar het doopbassin. Nadat ze daar hadden afgelegd alle mooie gewaden en sieraden, daalden ze in het doopwater af en daar doopten ze zichzelf of elkaar, om vervolgens als andere, nieuwe mensen weer uit het doopbassin uit te komen. Daarna deed men hun een glanzend wit kleed aan, en zo schreed dan die blanke stoet naar de Tafel des Heren."
Dat is maar iets uit de rijke inhoud van Petrus' brief en van het hierboven genoemde boekje.
Voor beide verklaringen geldt: een fijne aanwinst in een goede reeks.
M. de Jonge, Voorburg