Christelijke gastvrijheid

2011-09-02
  • Jaargang 55
  • nummer 17
Het boek Engelen als gasten? – door prof. James Kennedy hartelijk aanbevolen – heb ik afwisselend met interesse en irritatie gelezen. Hoe komt het dat ik gemengde gevoelens aan het lezen ervan heb overgehouden?

Te veel en te weinig
De Afrikaner theoloog Robert Vosloo uit Stellenbosch schrijft over een belangrijk onderwerp: gastvrijheid voor vreemdelingen die in allerlei opzichten zo anders kunnen zijn dan wij. Hij schrijft deskundig over deze voor ons als christenen aangelegen zaak. Hij citeert links en rechts veel literatuur door de eeuwen heen over vragen en problemen rond gastvrijheid voor vreemdelingen. Opmerkelijk hoeveel aandacht eraan besteed is door theologen en filosofen. Maar hij geeft te veel van het goede in te weinig woorden.
Lang niet alles kan zo duidelijk worden.
De passage over de betekenis van tijd en eeuwigheid voor gastvrijheid bij Karl Barth heb ik ook na herlezing niet begrepen. De betekenis van Levinas voor het nadenken over de vreemdeling als de ander is mij duidelijk geworden.
Enige voorkennis is echter wel wenselijk.

Openstellen
Heel goed schrijft hij over de taalhobbel waar gastvrijheid op kan vastlopen.
Als we de vreemdelingen in de straat niet kunnen verstaan, kan achterdocht groeien. Er valt een stilte tussen ons en onze allochtone buren, waarin allerlei misverstanden kans krijgen wortel te schieten. Het kost dan tijd om die taalbarrière te doorbreken. En tijd is iets waar we gebrek aan hebben. Gastvrijheid betonen kost tijd, schrijft Vosloo.
Als kinderen van het Koninkrijk zouden wij anders met tijd moeten omgaan, zodat er ook ruimte komt om vreemdelingen gastvrij te ontmoeten, waar we alleen maar beter mens van worden. Gastvrijheid heeft ook met rechtvaardigheid te maken. Gastvrij vreemdelingen opvangen betekent hen rechtvaardig behandelen. Het vraagt om het openstellen van ons land, ons huis, of kerk, maar allereerst van ons hart. Vosloo gaat dan ook uitvoerig in op wat de Bijbel over gastvrijheid te zeggen heeft – en dat is veel!

Vreemdeling in de Bijbel
Het begint al in Genesis 18 waar Abraham gastvrij zijn tent openstelt voor drie vreemdelingen (die engelen blijken te zijn, Hebreeën 13:2). Daar rust zegen op. Maar die openheid staat wel in spanning met de voor vreemdelingen gesloten tempel van na de ballingschap, bijvoorbeeld. En in Ruth wordt er anders met vreemdelingen omgegaan dan in Ezra-Nehemia. Vosloo vindt dat we die spanning moeten erkennen, willen we het Oude Testament recht doen. Het wijst, denk ik, eerder op een theologisch ondiepe behandeling van het Oude Testament door Vosloo. Ook in de wetten van Mozes wijst Vosloo veel aan wat ook vandaag nog onze aandacht moet hebben, als het over gastvrijheid voor vreemdelingen gaat. Dat geldt ook van het Nieuwe Testament. Als we dat nalezen op gastvrijheid voor vreemdelingen, levert dat veel op waar we vandaag niet aan voorbij kunnen gaan. Of we nu Jezus volgen in zijn omgang op aarde, of Paulus op zijn zendingsreizen, steeds weer valt de open gastvrijheid voor anderen op. Nergens wordt de vreemdeling buitengesloten en als een bedreiging getekend, een gevaar voor de eigen identiteit. De ontmoeting met de ander verruimt de eigen identiteit juist, die voor een christen in Christus verankerd is.

Inclusief denken
Vosloo geeft een kort overzicht van het denken over gastvrijheid voor vreemdelingen door de kerkgeschiedenis heen, om ten slotte in vijftien pagina’s Levinas, Kristeva, Ricoeur en Bonhoeffer te bespreken. Het is niet alleen te veel in te korte tijd, maar het komt bij mij ook wat modieus over. Dat gevoel wordt versterkt door de aandacht gegeven aan het feminisme en de interreligieuze dialoog in verband met gastvrijheid, al schrijft hij er heel zinvolle dingen over. Als Zuid-Afrikaan gaat hij niet voorbij aan het Afrikaconcept van ubuntu, medemenselijkheid.
Daar kunnen we in het Westen zeker iets van opsteken, al is hij mij te gedetailleerd (Tiyo Sogo), wat het lezen niet makkelijker maakt. Wel weer heel goed behandelt hij de betekenis van instituten in de publieke ruimte om gastvrijheid (en rechtvaardigheid) voor vreemdelingen mogelijk te maken. Het hangt niet alleen van mensen af, maar ook van organisaties, van de samenleving en de politiek hoe welkom vreemdelingen zijn in ons land. Tegen het heersende xenofobe klimaat bepleit hij een meer kosmopolitisch denken en handelen, dat boven de tegenstellingen tussen ‘wij’ en ‘zij’ uitkomt. Een goed betoog, al is de term kosmopolitisch minder geslaagd in het verwilderse klimaat dat ons land onguur voor vreemdelingen maakt. De kerk is per definitie echter nooit nationalistisch; christenen laten zich niet door het klein-vaderlandse gedoe van de huidige politiek tegenhouden in hun streven om goed te doen aan iedereen, de vreemdeling niet uitgesloten.

Dit boek is belangrijk genoeg om aan te schaffen. De ergernissen en irritaties nemen we maar op de koop toe. De vertaling is wat stijf; de titel dekt niet de inhoud: engelen komen er niet in voor.

Vosloo, R. (2011), Engelen als gasten?
Christelijke gastvrijheid. Boekencentrum Zoetermeer. 176p. €16,50.

Dr. Bob Wielenga heeft als zendeling gewerkt in Zuid-Afrika en is emeritus-predikant van NGK Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief