Thuiskomen in het vergezicht van de Schrift
2011-09-02
Vanaf 1996 reis ik ‘s zondags met het openbaar vervoer van Leeuwarden naar Groningen om de kerkdiensten van de Tehuisgemeente te bezoeken. Toen de trein de eerste jaren onderweg het kleine station van Zuidhorn binnenliep, zag ik ze al staan. Een bejaard, maar vitaal echtpaar: de Holwerda’s. Hij stond fier rechtop, zij wat gebogen. - Jaargang 55
- nummer 17
Toen ze bij het klimmen der jaren de kerkdiensten niet meer konden bijwonen, bleef ik hen opzoeken. Er ging geen gesprek voorbij zonder te hebben gepraat over talen in het algemeen en die van de Bijbel in het bijzonder. Ik heb genoten van de private hoorcolleges van professor Holwerda. Want als hij sprak, doceerde hij.
Singuliere gaven
Hij kwam uit het noorden van Friesland, niet ver van het dorpje Holwerd vandaan, waar zijn geslacht de familienaam aan te danken heeft. Zijn vader, die een landbouwbedrijfje had, werd op latere leeftijd predikant op artikel 8, wegens singuliere gaven dus.
Vader Holwerda diende in Groningen twee gemeenten, die van Westerlee en Houwerzijl. Vanuit dat laatste dorp volgde de jonge Douwe in de stad Groningen de gymnasiumopleiding en koos daarna voor de klassieke talen. Met zijn elf jaar oudere broer Benne had Douwe een bijzondere band en toen deze broer als jong hoogleraar Oude Testament aan de vrijgemaakte Theologische Hogeschool in Kampen volkomen onver wacht stierf, betekende dat voor Douwe dan ook een enorme klap. Hij raakte depressief. Dat kan niemand uit zijn directe omgeving hebben verbaasd, want de getalenteerde wetenschapper had een wat zwaarmoedige inslag. Lichtvoetigheid was hem in elk geval vreemd.
Vrouw uit duizenden
Juist op dat moment kwam Tiny Galenkamp in zijn leven, een intelligente kruideniersdochter uit Hasselt bij Zwolle, die in Groningen werkte en studeerde. Kort na haar overlijden in het najaar van 2010 vertelde hij me, dat hij destijds ‘hartstochtelijk verliefd’ op haar was geworden. Ze trouwden en hadden meer dan een halve eeuw een gelukkig huwelijk. Hij typeerde haar ooit als ‘een vrouw uit duizenden’.
Samen kregen ze vijf kinderen en elf kleinkinderen. Ze spraken met liefde en trots over hen.
Achter elk groot man staat een bijzondere vrouw. Holwerda had nooit kunnen bereiken wat hij deed, zonder de toegewijde zorg van zijn echtgenote.
Zij zorgde niet alleen voor de huishouding, maar waakte ook over zijn psychische balans. Met haar evenwicht, opofferingsgezindheid, geduld en milde, wat ondeugende vrolijkheid voorkwam ze dat zijn felheid en zwaarmoedigheid de overhand kregen.
Bovendien corrigeerde ze nauwgezet de teksten van zijn boeken en artikelen, waarbij ze ook inhoudelijk bijdroeg.
Ze gaf voorzichtig precies het tegenwicht dat haar man nodig had.
De scherpe kantjes gingen er af.
Veel bereikt
Holwerda kon dus bloeien in de omgeving van zijn geliefde. Hij mocht veel bereiken. Ooit zei hij me dat hij van alle projecten, waar hij in zijn lange leven mee begonnen of nauw bij betrokken was, de voltooiing had mogen meemaken. Het begon allemaal met een eervolle academische promotie op een in het Latijn geschreven proefschrift.
Daarna volgden in zijn universitaire werkkring de tekstuitgave in 17 delen van de Basilica, een Griekse vertaling van het in het Latijn gestelde vroegere Romeinse recht, en ook die van de Scholia op Aristophanes. Vanaf 1969 was hij lector, vanaf 1980 hoogleraar Griekse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Maar Holwerda leverde ook zijn bijdragen aan kerk en theologie. Afgezien van ouderlingschappen en ander kerkelijk werk verschenen er van zijn hand talloze artikelen en een aantal boeken. Zo schreef hij artikelen in De Reformatie en in Opbouw, waarvan er veel een plekje kregen in het boek De Schrift opent een vergezicht (1998).
Tot aan zijn dood toe bleef hij studeren in de Bijbel wat resulteerde in de juweeltjes Hebreeën (2003), Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen (2006) en Gespitst op het komende pinksterfeest (2009). En natuurlijk mag zijn bijdrage aan de Groninger Bijbelvertaling (2008) niet ongenoemd blijven.
Scherpzinnig en emotioneel
Voor Holwerda was theologie in de eerste plaats Bijbelse filologie, taalkunde van de Schrift. Exegese ging bij hem vooraf aan de dogmatiek. Hij leverde originele bijdragen aan de uitleg van de Schrift, bijvoorbeeld over de verkiezing, die volgens hem in de tijd plaatsvond, en over de uitdrukking ‘grondlegging van de wereld’, die volgens Holwerda niet betrekking had op de schepping, maar op de uittocht uit Egypte. Ook had hij zijn eigen visie op het duizendjarig rijk, dat naar zijn overtuiging begonnen was na de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus.
Hij kon eenmaal ingenomen standpunten verdedigen als een terriër, waardoor hij soms moeite had zich werkelijk open te stellen voor een andere opvatting. Zijn hartstocht was kracht èn zwakte.
Op zulke momenten merkte je dat Holwerda met al zijn analytisch vermogen een emotioneel mens was. Hij kon stralen als hij een nieuwe exegetische vondst met je deelde. Hij was ook altijd bereid zijn visie te geven op een bepaald stukje Bijbeltekst. Soms stuurde hij me daartoe een handgeschreven brief. Het was iedereen duidelijk waar zijn passie lag. Hij was in de meest letterlijke zin dienaar des Woords.
Even intens was zijn teleurstelling als mensen zijn artikelen oversloegen, omdat ze deze te ingewikkeld vonden.
Maar Holwerda was nu eenmaal niet de man van het exegetische fast food en wat dat betreft had hij het tij de afgelopen decennia niet mee.
Denken over de dood
Douwe Holwerda was een aanhanger van de visie van ds. B. Telder waarover vroeger veel is gestreden in de nog ongescheurde vrijgemaakte kerken.
Maar toen de ziekte van Parkinson zijn geniepige sloopwerk bij hem begon, vertrouwde hij me toe dat hij een tussentoestand tussen dood en opstanding geen prettig vooruitzicht vond. Dit geeft te denken. Dat het geloof kennis zoekt, is een goede zaak maar we moeten dat niet overdrijven, zeker niet als het gaat om wat er na onze dood gebeurt. Ons kennen blijft onvolkomen. Uitgerekend mijn laatste tweegesprek met Holwerda ging daarover, naar aanleiding van 1 Korintiërs 13:2. Kennis zonder liefde betekent niets. Het stemde ons ootmoedig en we beleden samen de hoogmoed, die zo gemakkelijk annex is met wetenschapsbeoefening.
Daarna vroegen we God Holwerda te verlossen uit zijn lijden en hem weg te nemen. Dat gebed is nu verhoord.
Hij stierf op 12 augustus jongstleden.
Op 18 augustus hebben we hem samen begraven op de plek waar zijn vrouw vorig jaar al was neergelegd.
Aan het vers gedolven graf zongen we Gezang 225 vers 5: Wij zullen naar zijn land geleid, doorleven tot in eeuwigheid, en zingen bij zijn wederkeer, een nieuw gezang voor God de Heer.
De precieze gang van zaken is onze immers zelf opgestane Heer wel toevertrouwd.
God is trouw aan zijn beloften.
In het voorjaar nam ik bij één van mijn laatste bezoeken aan Holwerda een opname mee van het Parijse jubileumconcert van het Urker Mannenkoor. Samen luisterden we naar De Lichtstad. Mijn hooggeleerde broeder beaamde hevig geëmotioneerd de daarin vertolkte boodschap over het nieuwe Jeruzalem. Daar zal ik mijn Heer ontmoeten. Zo kwam hij net als zijn vrouw thuis in het vergezicht van de Schrift, waar hij zich met haar liefdevolle steun altijd met zoveel eerbied en overgave in heeft verdiept.
Laten we hen in dankbare herinnering houden.
Ab van Langevelde is econoom, geograaf en kerkhistoricus. Volgend jaar hoopt hij een biografie af te ronden van Prof. C. Veenhof.
Hij is lid van de Tehuisgemeente in Groningen.