Einde of nieuw begin? (Gedachten bij 2 Koningen 2)

2011-09-02
  • Jaargang 55
  • nummer 17
In allerlei opzicht leven we in een spannende tijd. Om maar eens iets te noemen: hoe zal het met de westerse christenheid gaan? Als je op vakantie gaat, zie je overal in Europa schitterende kerkgebouwen. Maar zondags zijn ze leeg. Het zwaartepunt van het christendom heeft zich verlegd van Europa naar werelddelen als Afrika en Azië. In ons land verlaten jaarlijks 50.000 leden de grote PKN. Dat is bijna twee keer zoveel als onze 90 Nederlands Gereformeerde Kerken aan leden tellen. Zou de Here ons verlaten?

Die vreselijke gedachte moet ook de profeet Elia door het hoofd zijn gegaan. Hij leefde in een tijd dat de mensen gingen voor het grote genot in plaats van God. Liever Baäl dan de Here. Elia kon er niet meer tegen. En het hoefde ook niet meer. Hij mocht thuiskomen bij God. Het liefst verdween hij ongezien. Tot drie keer toe dringt hij er bij Elisa op aan om achter te blijven, maar Elisa laat zijn geestelijke vader niet alleen. Zo gingen die beiden tezamen.

Terug naar AF
Een merkwaardige weg, zigzag door het beloofde land.
Maar wie de Bijbelse geschiedenis kent, weet dat het een terugweg is. Terug naar AF. Ooit is Jozua langs deze weg het land ingetrokken. Via de Jordaan naar de zwaar beveiligde stad Jericho, en dan verder naar Bethel en Gilgal. God zélf heroverde het zwaar vervuilde land. Hij wilde het schoon maken. Weer bewoond door mensen met aandacht voor hun Schepper en Vader. Mensen die zijn wetten en adviezen serieus zouden nemen, en ook onderling weer iets zouden laten zien van zijn bedoelingen. Een hemels land waar het leven goed is.

Maar wat was er van terechtgekomen? Ja, even leek de Here het weer voor het zeggen te krijgen. De Baälspriesters waren op de berg Karmel te kijk gezet. En het volk had en masse geschreeuwd: ‘De Here, die is God!’ Maar heel snel daarna had koningin Izebel aan Elia duidelijk gemaakt dat zij nog altijd alle macht had. Er veranderde uiteindelijk niets (zie ook 1 Koningen 22:52). De grote profeet Elia is helemaal op. Zo gezien en gevreesd als Jozua het land binnengetrokken was – de schrik des Heren ging voor hem uit! - zo ongezien en ongevreesd vertrekt Elia. En met hem lijkt God zelf zich terug te trekken.

Zien
Maar Elisa kan niet geloven dat God voorgoed afscheid zou nemen van zijn plan om deze wereld te redden. Om het in de woorden van Asaf te zeggen: ‘Zou God ophouden genadig te zijn?’ (Psalm 77) Dat kon toch niet waar zijn…?!
Daarom vraagt Elisa: ‘Laat mij dubbel in uw geest delen.’ (2:10) Een rare vraag? Niet tegen de achtergrond van Israëls erfrecht waar de eerstgeborene een dubbel erfdeel ontvangt.
(zie Deuteronomium 21:17) Door dit te vragen vraagt Elisa dus eigenlijk: ‘Elia, laat mij toch uw eerstgeborene zijn, ik wil in uw voetstappen verder gaan en profeet zijn in Israël. Uw werk voortzetten…!’

Dat was niet aan Elia, maar aan God. Maar Elia zegt: Als God je de ogen opent, ben jij een echte ziener met oog voor de dingen van de Here. Wie weet gaat God dan wel met jou verder! En dat wonder gebeurt: Elisa zag het! Zijn ogen werden inderdaad geopend, niet alleen voor wat er gebeurde, maar vooral om te zien waar een profeet van Israël voor staat. Daarom roept Elisa uit: ‘Mijn vader, mijn vader, strijdwagen en ruiters van Israël!’ De kracht van Gods volk is niet gelegen in strijdwagens en ruiters, tanks en bommenwerpers, maar in het Woord van God. Niets is daartegen bestand. Alle politieke en economische machten leggen het af tegen het Woord van God. Daarin moet Gods volk zijn kracht zoeken. Dan is er toekomst.

Wat moet Elia’s opname ontroerend zijn geweest voor Elisa.
Zijn geestelijke vader opgenomen bij God, maar weggenomen bij hem. Het verscheurt zijn hart, en als teken daarvan scheurt hij zijn kleren. Buiten wordt zijn binnenkant zichtbaar.
Toch raakt hij niet compleet verlamd door verdriet en pijn. Want hij gelooft écht dat Gods Woord een kracht tot behoud is. Daarom pakt hij Elia’s mantel op, en trekt als Gods bode opnieuw het land binnen. Weer door de Jordaan enz. Elia is in de hemel, maar zijn God gaat opnieuw verder op aarde. Nu via Elisa. Wat is God goed!

Wie weet
Zo maakt God met de profeet Elisa een verrassend, nieuw begin. Om in onze tijd vast te houden:

1. Denk niet te snel dat Gods werk een aflopende zaak is, en dat Hij ons helemaal aan onszelf overlaat. Dat kán, zeker, dat komen we in de Bijbel meer dan eens tegen.
Maar nog meer komen we God tegen, die steeds een nieuw begin wil maken. Zolang Hij het laatste woord niet gesproken heeft, mogen we hopen en bidden. Voor onszelf en onze (klein)kinderen en al die anderen in onze samenleving.

2. Je kunt met weemoed terugdenken aan krachtige leiders, die weggevallen zijn. Ook in de geschiedenis van onze Nederlandse kerken. Maar God is daarvan niet afhankelijk.
Hij kan nieuwe profeten roepen. Bid of de Here dat ook in deze tijd wil doen. Jongeren die oog hebben voor de dingen van God, met visie op de voortgang van zijn Koninkrijk. En die te midden van alle geklets in onze samenleving overtuigingskracht hebben door het evangelie.

3. Het is erg belangrijk na te denken over geloofsopvoeding en passende werkvormen voor catechese en jeugdwerk.
Maar we kunnen de kerk niet overeind houden met onze organisatie- of denkkracht, net zomin als met tanks. Ons is gegeven de macht van Jezus’ woord, uit te dragen in woord en daad. Wie weet zullen de mensen dan ontdekken: ‘de Geest van Jezus rust op hen’ en zich óók neerbuigen voor onze Heer. De opgestane Heer, die als Elia ten hemel is gevaren en ons aanmoedigt: Ga maar verder, vertrouw op Mij: Ik heb alle macht in hemel en op aarde. Ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.

Drs. R. Venderbos predikant van de NGK van Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief