Ziekenzalving

2006-01-20
  • Jaargang 50
  • nummer 2
In een alweer wat ouder nummer van het Centraal Weekblad (7 oktober) schreef Margriet van der Kooi over de ziekenzalving. Na de gedachte afgewezen te hebben dat God geen ziekte wil en dus alle zieken zou willen genezen als er maar heilig genoeg geleefd en hard genoeg gebeden wordt, stelt ze, positief:

Ziekenzalving is betekenisvol handelen van de kerk, waarbij de gelovige gemeenschap biddend en zingend betrokken is. We brengen onze zieken onder het beslag van de levende God en vertrouwen dat onze zieken daar beter van worden, in gehoorzaamheid aan Jacobus 5. Wat dat ‘beter’ is: daar gaan wij niet over.

Vervolgens wijst Van der Kooi erop dat er in Jacobus 5:13-16 allerlei verbanden worden gelegd die van belang zijn:

Ten eerste is er de nadruk op de lofzang. In leed en ziekte worden de hoorders van deze brief opgewekt niet in zichzelf te zakken, maar de nabijheid van God te zoeken. Vervolgens wordt ons een inzicht gegeven in het leven van de gemeente. Ziekte wordt niet buiten de dienst aan God gehouden, maar er wordt een oproep gedaan om de oudsten van de gemeente te laten komen. Zij zullen bidden, met olie zalven en het gebed zal zijn uitwerking niet missen (NBV). Het gevolg van het gebed zal lichamelijke genezing zijn. Jacobus heeft deze verwachting van het gelovige gebed. Iets anders kan men hier niet van maken. Betekent dit nu dat het gelovige gebed altijd genezing ten gevolge zal hebben? Wie alleen koerst op dit bijbelvers zal waarschijnlijk niet aan ziekenzalving willen beginnen. Het zou betekenen dat er met het geloof van de gelovige iets aan de hand is wanneer er geen genezing plaats vindt.
Maar de woorden van Jacobus stroken niet met de ervaring. Nog belangrijker: als men er een algemene regel uit wil halen; stroken ze niet met andere bijbelwoorden. De apostel Paulus is zelf het voorbeeld van iemand die wel bidt om genezing, maar deze genezing niet ontvangt. Wanneer er verbetering, genezing of verlichting optreedt is dit een teken van Gods koninkrijk. Het belangrijkste bij de ziekenzalving is dat de zieke door het gebed van de gemeente voor het aangezicht van God gesteld wordt, in het bereik van de kracht van de Heilige Geest. Wat er dan verder gebeurt, is Gods zaak. Wij geven dat met vertrouwen en verwachting over aan God. () Het gebed van de gemeente en de belofte van de nabijheid van God worden in de ziekenzalving op een manier bij elkaar gebracht die past bij het feit dat we een lichaam hebben. In zalving en handoplegging doen huid en haar mee. Daar zit niets magisch aan, we houden er rekening mee dat God ons in dit zintuiglijk aardse bestaan wil aanraken.

Een ander verband dat in Jacobus 5 gelegd wordt, is de relatie met zondenvergeving.() Er hoeft geen noodzakelijk verband te zijn tussen ziekte en zonde. Als dat verband in de Bijbel wordt gelegd gaat het in de meeste gevallen in elk geval om zonde van de gemeenschap, meer dan van de individuele zieke. ‘Indien iemand gezondigd heeft...’ zegt Jacobus hier. In Johannes 9 wordt door Jezus een rechtstreeks verband tussen de blindheid van de blindgeborene en zonde ontkend. In de traditie wordt bij de ziekenzalving gelegenheid gegeven tot biecht.
Dit verband is niet vreemd aan het evangelie. Waar de mens voor het aangezicht van God gesteld wordt, wordt zijn hele leven voor Hem openbaar. Het kan dan gewenst of zelfs noodzakelijk zijn dat die dingen beleden worden die de omgang met God en de naaste in de weg staan. Het hoeft geen betoog dat hier in liefde en wijsheid mee omgegaan moet worden. Maar het mag ook duidelijk zijn dat de bede om schuldvergeving heilzaam is.
Dat God tekort komt aan ons, dat anderen aan ons tekort komen, is een deel van het christelijk geloof. Het is goed en heilzaam aan dit tekort te herinneren en soms concreet onder woorden te brengen. Het gaat er niet om dat wij alle diepten van schuld zouden kunnen kennen. We zijn van God, met al ons kwaad. Het gaat erom dat dat besef ons troost, niet terneerdrukt. ()

Ik herinner me een oud woord: het gaat om God en het gaat God om mensen. In die volgorde. Het evangelie voorziet niet in een maniertje dat ‘werkt’. Bidden is niet een menselijke functie waarover we beschikken en dat een in bepaald resultaat of product voorziet. Bidden is volgens de Bijbel altijd: het beoefenen van de vertrouwelijke omgang met God.
Daar gaat het om. Het is Gods vrijheid om te antwoorden zoals Hij wil. () Barmhartig omgaan met zieken is: weten dat wij van een broos geslacht zijn, gehoorzaam bidden voor wie ziek is, hen voor Gods aangezicht stellen, onder handoplegging en hen zalven en onze verlangens open voor God leggen. Daar worden we beter van.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief