Evangelisatie in onze situatie (2)
1985-04-19
In een tweetal punten zouden. we het voorafgaande samen kunnen vatten:- Jaargang 29
- nummer 16
1. De gemeente van Christus leeft nu boven alles in zendingsaeoon, een evangelisatietijdperk. Gemeente van Christus zijn is daarom onlosmakelijk verbonden met gemeente naar buiten zijn, Hiertoe is de gemeente geroepen.
2. De wijze waarop we het evangelie naar buiten uitdragen zal per situatie verschillen. Nu aan grootschalige acties ernstige bezwaren kleven zullen we naar andere mogelijkheden moeten zoeken.
3. Om ongelovige medemensen op een directe en persoonlijke manier met het evangelie in aanraking te brengen.
Uitgaande van het gebod en ziende op de situatie willen we vervolgens in een tweetal punten proberen duidelijk te maken hoe o.i. het evangelisatiewerk in de huidige situatie concreet gestalte kan krijgen. Allereerst denken we, dat iedere christen zich moet inspannen om in zijn/haar gezin, kennissen- en werkkring de mogelijkheden aan te grijpen, die God schenkt om het evangelie te verkondigen. Dan valt niet te denken aan een geforceerd en te pas en te onpas noemen van de naam van onze Heiland, maar vooral aan onze levensstijl, die getuigenis aflegt van het vernieuwende werk van de Heilige Geest. O.i. is dit de meest primaire en meest wezenlijke manier waarop de gemeente van Christus het evangelie heeft uit te dragen. We kunnen ons hierbij helemaal aansluiten bij de opmerkingen die ds. De Jong in zijn tweede artikel maakte. In een ander verband hebben ook wij hiervoor gewezen op 1 Petrus 3:15 en 3: 1,2. We stellen ons voor dat ds. De Jong 1 Petrus 2:11 en 12 voor ogen zweefde: “Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel; en dat gij een goede wandel leidt onder de heidenen, opdat zij, nader toeziende op datgene waarin zij u als boosdoeners lasteren, op grond van uw goede werken God mogen verheerlijken ten dage der bezoeking” (verg. Matth. 5:16!).
Toch menen we, dat ds. De Jong een al te groot accent legt op het defensieve en voorzichtigheid. Naast het kader waarbinnen hij over het evangelisatiewerk spreekt – de verkiezing – hangt dit mogelijk ook samen met het feit, dat ij de Schrift vooral opent bij 1 Petrus – uitgezonderd een verwijzing naar Ef. 5: 16. De situatie van die “vreemdelingen in de verstrooiing” laat zich echter niet geheel met de onze gelijkschakelen. Het is waar, zij namen – net als wij nu – een minderheidspositie in. Maar tevens verkeerden zij in een positie waarin laster en verdrukking elkaar al heel dicht naderden. Verg. bijvoorbeeld 1 Petrus 4 : 12 v.v. En in zo'n situatie verkeren wij, (nog) niet; we zijn al wel een belachelijke minderheid, maar nog geen belasterde. Opmerkelijk is het dan ook dat in de brieven van Paulus waarin geen sprake is van christenvervolging een groter accent Egt op een actieve opstelling temidden van de ongelovigen, In Ef. 6: 14, 15 gebiedt Paulus: "Stelt u dan op de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes" hetgeen volgens Prof. dr J. P. Verste eg stellig ziet op de bereidheid om het evangelie uit te, dragen. 3) Ook kan gewezen worden op Kol. 4 : 5, 6: Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. Uw spreken zij ten alle tijde aangenaam, niet zouteloos: gij moet weten hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven". Deze houding is voorzichtig, maar niet defensief. Ze vereist van onze kant een actieve attentie; voordat we het weten verkeren we opeens in een situatie waarin de ander een ongedachte openheid voor Gods Woord heeft, ondanks z'n schijnbare afwerendheid. Hierbij moet de agressie van het naoorlogse evangelisatiewerk ons geheel vreemd zijn; het gaat om een actieve attentie.
We willen nog een concretisering: maken. Naast het persoonlijke getuigen is het ook goed om evangelisatiewerk gemeentelijk te organiseren. Hierbij denken we, zoals uit het voorafgaande al bleek, niet aan grootschalige acties, maar aan kleinschalige vormen van evangelisatiewerk en hulpverlening. Te wijzen valt pp jongerenwerk onder scholieren: het zgn. campingwerk, de verschillende vormen van kinderevangelisatie, opvang van drugsverslaafden, deur-aan-deurwerk enz. In de praktijk blijkt dat deze vormen wel degelijk perspectief bieden. Er zullen heel wat mensen met praktijkervaring zijn, die, met mij kunnen getuigen, dat er onder deze verschillende "doelgroepen" gehoor gevonden wordt. Toch zijn deze vormen niet per definitie succesvol, In het evangelisatiewerk bestaan geen succesformules: steeds weer zijn ,we afhankelijk van God, die de wasdom moet geven. Maar dit betekent niet, dat we het op moeten geven, wanneer een bepaalde weg dood blijkt te lopen; Ziende op de opdracht zal er gezocht moeten worden naar nieuwe mogelijkheden, In verband met de huidige praktijk zouden we een paar dingen willen aanstippen:
- Een van de echte problemen in het kinderwerk is het gebrek aan continuïteit tussen kinderen tienerclub en de kerk. Al te dikwijls verliezen we de, kinderen na het verlaten van de club uit het oog. Met vele honderden kinderen die de clubs bezochten is er geen contact meer. Zou het een oplossing zijn, wanneer er nauwere banden ontstaan tussen de binnenkerkelijke verenigingen en de evangelisatieclubs? In een heel vroeg stadium komen de kinderen dan al in de sfeer van de kerk, Een begaanbare weg? Of zijn er nog andere mogelijkheden? Voorwaarde is, dat elke gemeente bereid is ter wille van de uitwaartse gerichtheid bestaande patronen te doorbeken.
- In ons land zijn heel wat Moslims, voor wie het evangelie onbekend is. Het lijkt ons zeer ongepast om hen met het evangelie aan te vallen. Toch komen we hen steeds veelvuldiger tegen, op school, pp het werk en, mogelijk geven we zelfs les in de Nederlandse taal.
In het dan zo gek om ons als gemeente te bezinnen – primair vanuit de naastenliefde - op de manier waarop we hen met het bevrijdende evangelie kennis kunnen laten maken?
Onlangs werd in de "Persschouw" van ds O. Mooiweer een prachtige aanzet gegeven. 4) Het deur-aan-deurwerk, is dat in onze kerken niet een wat ondergewaardeerde vorm van evangelisatie? Echt, het hoeft niet opdringerig te zijn. Het komt meerdere malen voor, dat er werkelijk een goed gesprek ontstaat. Verder is het mogelijk om na goede voorbereiding deur-aan-deurwerk te doen met als doel het opzetten van een bijbelkring in een bepaalde wijk.
Wanneer we op het bovenstaande terugblikken, dan zouden we nogmaals het woord actieve attentie willen onderstrepen. Uitgaande van het gebod is het ons daar om te doen, zowel op het persoonlijk spontane als op het gemeentelijk-georganiseerde vlak.
En in dit verband willen we nog één keer ingaan op de artikelen van ds De Jong. We vrezen namelijk, dat zijn artikelen onbedoeld een bepaalde onattentheid binnen onze kerken kunnen voeden. Hierbij denken we niet aan de mensen, die concreet aan evangelisatiewerk doen, die zijn er gelukkig, Maar ergens hebben we de vrees dat het evangelisatiewerk, m.n. het gemeentelijk georganiseerde nog maar al te vaak als een vorm van hobbyisme beschouwd wordt, En dat "men!' zo tegen de evangelisatie' aankijkt komt, vrezen we, niet voort uit het welbewuste besef dat een ieder zijn eigen garve heeft, maar uit een tekort doen aan het uitwaarts gerichte gemeente-zijn. Met tot gevolg, dat de van God gegeven mogelijkheden onbenut blij yen liggen.
Hierachter kan een zekere nonchalance zitten, een voorbij leven aan het volgende apostolische woord: "Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?" 1 Petrus 4: 17· Hierachter kan ook een zekere burgerlijkheid zitten: de weigering om temidden van de dagelijkse werk- en leefwereld werkelijk anders te zijn, werkelijk wel in, maar niet van deze wereld.
Toch denken we dat achter het niet evangeliseren binnen onze kerken het meest dikwijls angst schuil gaat. De angst om niet uit je woorden te komen, of om belachelijk gemaakt te worden. Angst voor confrontatie of vervreemding van vrienden en kennissen.
Wanneer ds De Jong nu schrijft, dat God mogelijk zijn aangezicht aan het verbergen is, en dat wij ons defensief moeten opstellen, dan vrees ik, dat deze passieve broeders en zusters dat als argument kunnen gaan hanteren om te blijven zitten waar ze zitten. En ook het artikel van ds De Jong schiet dan zijn doel voorbij. Daarom denken we; dat in de huidige situatie met 'klem op de roeping van de gemeente gewezen zal moeten worden alvorens we overgaan tot een analyse van de situatie. Hierbij hitsen we elkaar op, nee; we bemoedigen elkaar om onze vrijmoedigheid niet prijs te geven. En we doen het in het geloof; dat de evangelisatie niet ons werk is dat zou alleen maar tot krampachtigheid leiden - maar Gods werk. Wij zijn slechts middel van Gods verkiezend handelen.
Noten
3) Prof. dr J. P. Versteeg, De bijbelse fundering van het zendingswerk in "Gij die eertijds verre waard", pag. 55, Utrecht 1978.
4) Opbouw, 29e jaargang no. 5, pag. 44.