Volgen of navolgen van Christus

1984-06-01
  • Jaargang 28
  • nummer 22
Er is indertijd een beroemd boekje verschenen dat de titel draagt : Navolging van Christus. Geschreven door een wereldvreemde broeder. Die zich terugtrok in een klooster. Hij schreef hoofdzakelijk over het innerlijke leven. Hij was een mysticus, een voorloper van latere geschriften over het “innige christendom".

Dat alles heeft weinig of niets te maken met de echte navolging van Christus. Hij trok zich in de regel niet terug uit het volle leven. Hij verzamelde scharen om Zich heen en zocht vooral ellendigen op en hielp hen. Met vergeving of genezing of vermaning.En Hij riep z'n leerlingen niet op om zich uit het leven terug te trekken. Ze moesten wel niet vàn de wereld zijn maar wel er in. Om hun licht te laten schijnen voor de mensen, opdat die hun goede werken zouden zien. Laat ons maar nagaan, wat de Heiland Zelf en zijn apostelen over de navolging zeggen.

In de Griekse wereld werd het woord "volgen" gebruikt van een soldaat, die z'n legeroverste volgde en diende. Of van een slaaf, die in dienst stond van z'n heer. Of van een leerling, die z'n leraar of filosoof volgde. Zo kunnen we ook wel zeggen, dat een christen een soldaat is in een heilsleger, onder leiding van zijn Heer. En van een slaaf, die onderworpen is aan z'n Eigenaar. En van een leerling, die de aanwijzingen van zijn Meester volgt en Zijn geboden onderhoudt. Hij gelooft het Evangelie en spant zich in om naar aanwijzing daarvan te leven.

In de letterlijke zin van het woord volgden de eerste discipelen Jezus op de voet. Zo deden trouwens de leerlingen van wijsgeren ook vaak. Ze woonden niet maar enkele lesuren van hun leraar bij. Maar leefden met hem in een gemeenschap. Zo ook de leerlingen van beroemde Rabbijnen. De scharen volgden de Here Jezus ook wel. Maar soms "om den brode" en soms om wonder-tekenen te zien en wonderlijke genezingen bij te wonen. Toen het er op aankwam hebben ze in meerderheid de Heiland verlaten. Ze vonden Zijn rede hard. En velen hebben geroepen met hun leiders: "Kruist Hem, kruist Hem". Jezus volgen was dus in Zijn tijd, in zijn gezelschap verkeren, Zijn woorden bewaren en alles meemaken wat Hij leerde en deed. Wij hebben de Here Jezus nog te volgen. In Zijn gemeenschap te leven. De Schrift noemt dat: In Hem blijven. Hij leidt ons ook nu vanuit de hemel door Zijn Woord en Geest. En wij van onze kant leven uit het geloof, naar Zijn wil en tot Zijn eer.

Als we het N.T. nagaan dan blijkt, dat het volgen van Jezus radicaal moet zijn. We lezen in Lukas 9, dat sommigen van de hoorders het wel wat te licht opvatten. Er kwam iemand tot Hem en zei: "Ik zal U volgen, waar Gij maar heengaat". Hij krijgt als antwoord..Vossen hebben holen, vogels hun nesten.
maar de Mensenzoon heeft zelfs geen kussen om zijn hoofd op te leggen." Tegen een ander zei Jezus: "Volg mij", Maar toen deze verlof vroeg om zijn vader eerst te begraven - wat wel zal betekenen, dat hij wilde wachten tot de dood van zijn vader - dan staat de Heiland dat niet toe. Van uitstel komt allicht afstel. Een derde wilde eerst afscheid nemen van zijn familie, wat wel een hele poos kon duren. Maar om dezelfde reden als de vorige man, weigert de Heiland dat. En Hij laat volgen: "Wie gaat ploegen en daarbij achterom kijkt, is niet geschikt voor het Koninkrijk Gods". Als iets of iemand tussen ons en Jezus komt in staan, dan moet hij of zij of wat dan ook voor Jezus wijken.
Massa's mensen gingen met Jezus mee. Daar was de Heiland wel blij mee, toch waarschuwde hij hen, dat ze zich wel moesten bezinnen eer ze begonnen. Hij zei: "Wie bij Mij wil komen, kan alleen mijn leerling zijn als hij zijn vader en moeder, zijn vrouwen zijn kinderen, zijn broers en zijn zusters en niet te vergeten zichzelf haat." Dat wil zeggen dat een volgeling van Christus zijn familie en ook zichzelf op de tweede plaats moet zetten. Jezus gaat voor.

Vervolgens zei Christus: "Wie zijn kruis niet achter Mij aan draagt, kan onmogelijk mijn leerling zijn". D.w.z. wie het lijden om Christus' wil niet wil dragen, kan Zijn navolger niet zijn. We moeten niet alle lijden een kruis noemen. Zoals we dat gewoonlijk doen met de uitspraak: Elk huis heeft zijn kruis.
Het kruis van Christus is zijn dood én het lijden om Hem, dat het deel is van zijn discipelen.
We zullen moeten leren er alles aan te geven als het er op aankomt Christus te volgen.
Voor ons vlees, onze oude mens is het dus niet gemakkelijk leerling van Christus te zijn. Maar wel hebben we rijke beloften als we het doen. Petrus zei eens: "Wij hebben alles verlaten om u te volgen, wat zullen wij krijgen?" Hij krijgt dan ten antwoord, dat ze eens als alles nieuw wordt in de heerlijkheid van Christus zullen delen. Maar ook in het heden zullen ze rijke vergoeding krijgen. "Ieder, die huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of landerijen verlaat om wille van Mij, zal honderdmaal zoveel terugkrijgen en het eeuwige leven ontvangen".
Na de Vrijmaking in '46 heb ik daarover eens gepreekt. Natuurlijk is wat velen van ons toen te lijden hadden niet te vergelijken met wat de discipelen ondervonden. Maar wij ondervonden toch ook, dat we veel terugkregen. We verloren vrienden, soms naaste familie, maar we kregen meer terug dan we verloren. Ik althans wel.

Als we zouden denken, dat dus het volgen van Christus maar een heel zwaar karwei is, dan vergissen we ons zeer. Onze oude natuur vindt dat wel, maar het is daarom nog niet waar. De Heiland heeft gezegd: "Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt, bezit het licht, dat leven geeft en loopt niet langer in het donker". In de wereld heerst duisternis en wie daarin wandelt weet niet waar hij terecht komt. En het einde is de duisternis van de dood. Het gescheiden-zijn van God, de Bron van alle leven, en van de Here Jezus, het Licht der wereld. Aan de discipelen zei Christus eens: "Het Licht is nog bij u, maar niet lang meer". Hij zou van hen opvaren. Maar toch is Hij nog bij ons met Zijn genade en Geest. Het komt er op aan dat wij in het Licht geloven. Dan staan we aan de kant van het eeuwige Licht. Er is dan geen duisternis in Hem. Evenmin als in Zijn Vader. Navolgen van Christus is geen nadóen. We moeten dunkt mij ook niet vragen in allerlei omstandigheden: "Wat zou Jezus doen". Maar we zullen met elkaar moeten overleggen, wat Zijn wil is. En als we daarvan overtuigd zijn zonder tegenspreken gehoorzaam zijn. En dan ondervinden we, dat Zijn last licht en het juk zacht is. En dat Zijn geboden niet zwaar zijn.
Dat wil niet zeggen, dat in sommige omstandigheden we het voorbeeld van Christus niet moeten volgen. Ik denk bijvoorbeeld aan de voetwassing in Johannes 13. Als Jezus - terwijl niemand van de discipelen bereid was hun mede-apostelen dat slavenwerk te doen - de voeten van hen wast, staat Hij op en zegt ten slotte: "Ik heb jullie een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan moeten jullie net zo doen. Geloof Mij, een knecht is niet meer dan zijn baas; een gezant niet meer dan degene, die hem gestuurd heeft. Gelukkig ben je als je dat onthoudt en in praktijk brengt."

Voorts kunnen we denken aan wat Petrus schrijft in I Petrus 2 : 21: "Lijden is uw roeping.
Christus zelf heeft voor u geleden en u daarmee een voorbeeld nagelaten. Volg dus Zijn voetspoor.
Een zonde heeft hij nooit begaan, op geen leugen is hij ooit betrapt. Schold men hem uit, dan schold hij niet terug.
Deed men hem leed, dan uitte hij geen verwensingen, maar vestigde hij zijn hoop op God, die rechtvaardig oordeelt". Er zouden minder scheuringen in de Kerk zijn geweest als de gemeente daarnaar geleefd hadden.

Het N.T. is vol van aanwijzingen hoe wij Christus hebben na te volgen. Als "leerjongens"
van Christus zoals in een formulier staat als ik me goed herinner. In onze tijd mogen we daar rustig aan toevoegen als "leermeisjes" van Christus. Leerlingen van goede leermeesters volgen de leer van hun meester. Zo hebben wij te geloven onze Meester, die in zijn woord ons leert. Het Evangelie wordt ons door Christus en door zijn apostelen verkondigd. En door zijn Geest dringt hij ons tot geloof.
We mogen onvoorwaardelijk de woorden van onze Meester geloven. Zomaar op zijn aandrang.
En dan ook ons bekeren. Breken met het oude leven en opstaan als nieuwe mensen. En leven in gemeenschap met Hem. En door zijn genade onderhouden al wat Hij geboden heeft. Dát hoort even goed bij zijn leer als het Evangelie. En nergens staat dat dit een onmogelijke opgave is.
Al laten hele scharen zich dat wijsmaken. Wat naar mijn vaste overtuiging "zorgeloze en goddeloze"
mensen kweekt. De Evangeliën zijn vol van regels voor de navolging van Christus. In Johannes 15 : 13 zegt de Heiland tot zijn discipelen: "Jullie zijn mijn vrienden, als je doet wat ik je opdraag". En aan de aposte len droeg Hij op: "Maakt de volken tot mijn leerlingen en leert hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb". Dat we de volkomenheid in dit leven niet bereiken is ons zo herhaaldelijk en met kracht ingeprent, dat ik dit toch zeker niet herhalen hoef. Laten we er maar enthousiast aan beginnen. En daarin volharden tot het einde. De Evangeliën zijn vol van bevelen.
Niet alleen de Bergrede maar door alle Evangeliën heen. En dito de Brieven. En ergens staat dat Christus zich een volk bereid, laaiend enthousiast om zijn bevelen te doen!


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief