Kerkelijke eenheid
1984-06-01
In het "Gereformeerd Weekblad" (Uitgave Bout, Huizen), orgaan van de Gereformeerde Bonders in de Hervormde Kerk, kwamen wij d.d. 13 april 1984 een artikel tegen over "Bezinning op de afscheiding" van de hand van ds W. van Gorsel te Wijk en Aalburg. Hierin gaat hij nader in op wat door ds J.H. Velema uit Nunspeet aan de orde werd gesteld op de gehouden konferentie van het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte. Daar werd door de geachte referent het één en ander over de kerkelijke gescheidenheid opgemerkt aan 't adres van de verschillende kerkelijke groeperingen binnen de zgn. gereformeerde gezindte. Dit gebeurde op een kritische, maar bewogen manier terwijl iedereen daarmee zijn winst kon doen.- Jaargang 28
- nummer 22
Uit genoemd artikel lichten wij het volgende:
Eén nationale gereformeerde kerk?
Velema kwam in zijn lezing opnieuw met de gedachte die hij al eerder heeft geopperd: één nationale gereformeerde kerk, waar allen één zijn in het geloof, zonder het in alles met elkaar eens te zijn. De vorming van zo'n kerk zag hij als een bewijs van trouw aan de akte van Afscheiding waarin verklaard werd "tevens gemeenschap te willen uitoefenen met alle ware gereformeerde ledematen en zich te willen verenigen met elke op Gods onfeilbaar Woord gegronde vergadering, aan wát plaats God dezelve ook verenigd heeft".
Met alle waardering voor het idee van die éne gereformeerde kerk, misschien is het ongeloof, maar ik zie dat niet zitten. Het is volgens mij idealisme te menen dat men ooit synodaal-gereformeerden, vrijgemaakten, Nederlands Gereformeerden, Christelijk Gereformeerden en leden van de Gereformeerde Bond onder één kerkelijk dak zal kunnen samenbrengen.
Maar al zou dat lukken, dan is er ook nog de Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk, die dan de kerk der vaderen zou moeten verlaten.
En stel dat ook dát probleem zou worden opgelost, moeten we dan alles wat in de Herv. Kerk en in de Geref. Kerken niet gereformeerd is en denkt, maar prijsgeven?
We stuiten hier op de vraag naar de grenzen van de kerk. Worden die grenzen bepaald door de instemming met de belijdenisgeschriften? Of liggen die grenzen, terwille van het Verbond Gods, toch ruimer?
Ik ben het met kollega van Gorsel eens, dat het opperen van de gedachte van één nationale gereformeerde kerk niet vrij is van een bepaald idealisme.
In een ander kader heeft ds Velema eens opgemerkt, dat het beter was, dat er twee kerken naast elkaar in vrede leefden dan dat twee kerken zouden fuseren met inbegrip van permanente ruzie. Ik geef het nu maar met eigen woorden weer, maar daarop kwam het neer.
Nu mag men het één niet tegenover het ander uitspelen. Want het is een onloochenbaar feit, dat je in het streven naar kerkelijke eenheid in smal en breed verband regelmatig van twee zijden wordt gedrongen. Aan de ene kant zeg je: We moeten ons ervoor blijven inspannen, want het is een gebod van Hogerhand. Aan de andere kant denk je soms: Laat de zaak maar zoals ze is. Wat halen we allemaal overhoop en wat zal het eindresultaat zijn? Niemand beschuldige de mensen, die last hebben van de laatste gedachtengang, van een vorm van kerkelijk doemdenken. Toch zijn er zo nu en dan lichtpunten! Als je de ingezonden stukken in het ,.Ned. Dagblad" nagaat, ontdek je, dat er steeds meer vragen aan de kant van de vrijgemaakt-gereformeerden rijzen. En in de Gereformeerde Bond denkt men eraan eventueel in 1986 als "Samen op weg" gestalte heeft gekregen, de Hervormde Kerk alléén voort te zetten. Wie weet wat de HERE op langere termijn nog wil doen om de verstrooide kinderen van God bijeen te vergaderen? Want het is niet zo, dat wij mensen de eenheid máken.
Nee, Hij moet ons de eenheid géven!