Alle gij volken (vgl. psalm 47)

1984-06-01
  • Jaargang 28
  • nummer 22
1. Alle gij volkeren, jubelt en klapt in de handen!
Zingt Hem een vrolijk lied, mensen uit allerlei landen!
Hij is geducht,
troont boven wolken en lucht:
Hij houdt de aarde-in zijn handen.

2. Om u te redden heeft God de Geliefde gezonden,
voor uw verlossing droeg Christus zijn smaad en zijn wonden
Nu ziet Gods oog
in Hem u aan van omhoog:
gij hebt genade gevonden.

3. Onder gejuich is de Heer naar de hemel gevaren:
Hem gold de lof en het lied van de engelenscharen.
Bazuingeschal
klonk voor de Heer van 't heelal:
Koninq van hemel en aardel

4. Christus voer op om bij God u een plaats te bereiden:
gij hebt een machtige Pleiter aan Gods rechterzijde.
Door 's Vaders Zoon
gaat gij nu vrij tot Gods troon:
Hij trad voor u tussenbeide.

5. Zingt dan, o volken, uw lied voor de Koning der aarde,
die in zijn heiligheid u voor de heiltijd bewaarde.
Die u verhief
tot Abrams zaad, heeft u lief.
Hem zijn de schilden der aarde!

Joop Klein, 1970

Melodie: "Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere" (Liedboek 434)


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief