Nog eens

1984-06-15
  • Jaargang 28
  • nummer 24
Om nog eens terug te komen op mijn stukje van vorige week: ik had geschreven, dat Maarten 't Hart het heeft over de reeks boeken onder de titel "De voorzijde leer", met een "ij" dus.
De zetter op de drukkerij van "Opbouw" heeft er “voorzeide leer" van gemaakt, waardoor het effect van mijn opmerking verloren ging. Die zetter is zeker een man, die de boeken van Vonk en van Deursen bestudeerd heeft; de juiste titel zit hem goed in het hoofd. Zo kun je vaker aan een schrijver of zelfs aan een zetter merken, welke "achtergrond" hij heeft. In een spoorboekje van enkele jaren geleden las ik, nadat een aantal regelingen was weergegeven: "Nu eerst de tussenzang" en je weet dan feilloos zeker dat de spoorman, die de dienstregeling redigeert, een gereformeerd man is, of althans geweest. Dat heb je ook als iemand het woord "onlosmakelijk" gebruikt, of "Woordverkondiging" of “Romeinenbrief".
Maar de reden waarom ik op de notitie van vorige week terugkom, is in de eerste plaats om te zeggen dat ik het jammer vind dat ik die bepaalde zin over prof. Kamphuis geschreven heb, nl. dat je van hem of over hem nooit meer iets leest of hoort.
Toen het stukje al weg was, een paar dagen voor de verschijning van "Opbouw", las ik dat er een boek van hem uit zou komen, over het verbond, als ik het wel heb. Het is dus niet zo, dat hij niets meer publiceert. Ik bedoelde meer, dat hij, anders dan voorheen, uit de publiciteit is; ik althans lees in de kranten die ik onder ogen krijg, nimmer meer iets van zijn hand. Dat is op zichzelf geen schande, het ligt er ook aan welke kranten je leest, maar mijn zinsnede suggereert dat wel, en geeft in ieder geval de indruk, dat de betrokkene in het vergeetboek terecht gekomen is; en dat vindt niemand aangenaam. Ik heb iemand gesproken die vond dat ik de jeugd had moeten waarschuwen voor dat boek van Maarten 't Hart. Ik bekijk dat iets anders. Zulke boeken als dat van hem worden toch gelezen, of je waarschuwt of niet. Het is, dunkt mij, beter er rekening mee te houden dat zo'n boek gelezen wordt en dat het je iets doet. In plaats van te zeggen: ik wil niet dat je dit boek leest, kan een ouder, geloof ik, beter zeggen: jongen, meisje, wat vond je ervan. Dan raakt het kind meteen los uit de beklemming; uit de ban. Ik heb ronduit geschreven, dat ik het boek aangrijpend vond, omdat die hele geschiedenis van vroeger, van, laat ik zeggen, "zestig" tot "zeventig" je weer voor de geest kwam te staan, nu je een man hoorde, die erbij betrokken is geweest en er zware geestelijke averij door opgelopen heeft, zodat hij de haven nog niet binnenlopen kon.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief