Boekbespreking

1984-06-15
  • Jaargang 28
  • nummer 24
Ds P. K. Keizer - "Gevraagd en ongevraagd".
Uitgave van Uitgeverij van den Berg, Kampen, 1983.
121 pag. Prijs f 13,-.

Ds P. K. Keizer heeft ons opnieuw verrast met een boekwerk van zijn hand. De titel doet wat vreemd aan, omdat de auteur in zijn "Vooraf" verklaart, dat eigenlijk na alle referaten en toespreken om "uitgave" is gevraagd. Verder zit er niet veel verband in de verzameling van lezingen etc. en schetsen. Maar dit alles neemt niet weg, dat we met een bundel te maken hebben, die er zijn mag. Ds Keizer kan het raak zeggen en heeft een geheel eigen stijl, die imponerend mag heten. Of het nu gaat over de strijd van de veertiger jaren in de gereformeerde kerken zoals de kern daarvan wordt getypeerd in een boeiend artikel of over het leven in het Verbond zoals dat aan de orde komt in een Bondsdagrede, steeds treft ons weer die zeggingskracht van Keizer.
We geven hier en daar wat voorbeelden:
"De beeldenstorm was niet calvinistisch, maar dopers en meer bruut geweld dan reformatie" (p. 19). "Aanspreekbaar" betekent ook aan-sprakelijk en ver-antwoordelijk zijn als mensen". (p. 23). "Maar zoals een diamant slechts schittert als de zon erop schijnt, zo kunnen wij slechts schitteren als het welbehagen des HEREN over ons straalt." (p. 36). "De HERE vergeten", dat gaat niet zomaar ineens." (p. 40). "Het "evolutie geloof", dat is in drie woorden samen te vatten: "tijd plus toeval" (p. 79). "Denkvragen moet je niet verwarren met geloofsvragen" (p. 95). "Op de bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld", zei Da Costa. Ik dacht, dat het beter was te zeggen: "op de bodem aller vragen ligt Gods eeuwig welbehagen." In mensen, nog steeds, in mensen een welbehagen: hoe is het mogelijk!" (p.97).
We zullen het hierbij laten. De schetsen, die met name handelen over het begin van het boek Genesis, zijn bijzonder instruerend en zetten de lezer aan het denken. Men kan van de ettelijke tekstverwijzingen een dankbaar gebruik maken. De schrijver heeft ten dienste van de bespreking op de verenigingen het geheel steeds voorzien van vragen en opmerkingen.
Het boek wordt afgesloten met een tekst-, naam- en zakenregister.
Het hoofdstuk, dat handelt over homofiel-lesbisch, vinden we wel wat beperkt. De vele aanhalingstekens zijn wel eens wat hinderlijk. En als kollega Keizer schrijft op pag. 35 ”Beware de HERE ons ervoor, dat wij, als vrijgemaakte kerken in Nederland, bekend zouden worden als meedogenloze kerken" moeten we ons beheersen. We zouden heel wat kunnen vertellen over de meedogenloze houding, die de vrijgemaakte kerken tegenover ons hebben aangenomen in uitstotings- en tuchtprocedures, maar menen, dat een boekbespreking een dergelijke uiteenzetting niet toestaat. Maar als we zoiets lezen bruist het wél in ons!
Onze slotkonklusie is duidelijk, dat we menen onze winst te kunnen doen met wat ds Keizer ons in deze bundel biedt. Daarom willen wij dit geschrift van de emeritus-pastor uit Groningen dan ook hartelijk aanbevelen!

O. Mooiweer, Enschede

"Gedenken en Verwachten" -
de memoires van prof. Verkuyl

Vol verwachting greep ik naar het laatste boek van prof. Verkuyl dat zo juist met de post was aangekomen, en zoals dat gaat met boeken van Verkuyl het werd die avond later dan goed voor me was.
Vorig jaar heeft Verkuyl op aandrang van velen zijn levensherinneringen gepubliceerd, uitgegeven bij Kok in Kampen op de bekende meer dan voortreffelijke wijze.
Ik ben blij dat hij voor die aandrang is bezweken. Want het is een boeiend en leerzaam boek geworden.
Ook onder ons is Verkuyl geen onbekende; bij de een zal zijn naam weerstanden oproepen, bij de ander juist niet. En dat is typerend voor hem: hij is nooit een onweersproken man geweest. Hij heeft altijd midden in de storm gestaan, of dat nu in Nederland of in Indonesië of Zuid-Afrika was.
We komen heel wat te weten over de man in kwestie. En wat dan zoals altijd weer treft is dat Verkuyl een broeder in Christus is. Van jongs aan is zijn leven beheerst geweest door wat we het hart van het evangelie mogen noemen: wat God gedaan heeft en doet in Jezus Christus. Ik denk dat dit leven en werken vanuit het hart van het evangelie. hem in een overigens niet spanningsloze balans heeft gehouden.
In, om een voorbeeld te noemen, Indonesië koos hij duidelijk partij voor de Republiek Indonesië in wording, zonder door te slaan naar een kritiekloze bewondering voor alles wat . er gedaan werd in en door de Republiek.
Ondanks zijn grote liefde voor de oecumenische beweging, een ander voorbeeld, is hij nooit terecht gekomen in het kamp van de anti-evangelicals. Ondanks zijn openheid voor modernere theologische ontwikkeling en is hij toch nooit het evangelie kwijt geraakt.
Het is boeiend Verkuyls levensgang te volgen in haar diverse stadia: in Nederland als predikant onder aziatische studenten - op voordracht onder andere van ds G. Visée; in Indonesië aan de vooravond van de oorlog en in de kampen, na de oorlog te midden van de kruitdampen om de onafhankelijkheid van Indonesië; dan als zendeling in Jakarta en in dienst van de Nederlandse Zendingsraad en hoogleraar aan de V.U. voor de missiologie. We komen hem tegen samen met Piet Nak aan het hoofd van demonstraties tegen de Vietnam-oorlog, of in konfrontatie met apartheidsideologen als wijlen dr J. D. Vorster voor de radio in Zuid-Afrika. En er zou nog veel meer genoemd kunnen worden.
Maar altijd en overal werd Verkuyl gemotiveerd vanuit het evangelie, participeerde hij als dienaar van dat evangelie.
Zeker, hij was, en is, een controversieel figuur, die heel wat verzet en tegenspraak heeft opgeroepen. Zelf zou ik me dan ook niet willen identificeren met alles wat Verkuyl gedaan, geschreven en gezegd heeft. Om een paar punten van kritiek te noemen. Van jongs aan is Verkuyl een enthousiast oecumenical geweest. Van harte deed en doet hij mee aan allerlei oecumenische aktiviteiten; de Wereldraad van Kerken staat bij hem hoog aangeschreven. Begrijpelijk dat hij voor de oorlog weinig begrip kon opbrengen voor Schilder in zijn kritiek op Barth niet alleen maar ook in diens ecclesiologie. Hier brengt hij bepaald te weinig begrip op voor wat Schilder ten diepste bewoog. Maar waar het me hier om gaat is dat we bij Verkuyl erg weinig kritiek ontmoeten op de oecumenische beweging. Dat zijn waardering voor Upsala 1968 niet door enige kritiek getemperd wordt wegens de bepaald armoedige theologie die daar heerste naar mijn overtuiging, is een teken van zijn te grote kritiekloosheid. Upsala was voor zeer vele goedwillende evangelicals een absoluut dieptepunt. Het is ook opvallend dat er geen enkele verwijzing te lezen valt naar de evangelische kritiek op de ontwikkelingen van de Wereldraad sinds m.n. 1968.
Het is bekend dat Verkuyl weinig moest hebben van de Frankfurter Erklärung opgesteld in hoofdzaak door prof. Beyerhaus. Maar was er geen enkele aanleiding voor zo'n verklaring? Hij schrijft over de heilloze polarisatie tussen oecumenicals en evangelicals. Maar heeft hij daar zijns ondanks wellicht toch ook niet aan meegewerkt?
Een ander punt zou ik willen noemen.
Verkuyl was hoogleraar aan de V.U. in een tijd dat de theologische faculteit midden in de branding stond van allerlei theologische spanningen.
We vinden er niets van terug in zijn memoires. Dat wil niet zeggen dat hij daarom het wel eens was met alles wat er aan de V.U. in theologicis gebeurde. Bekend is dat hij de bekende theorie van dr Wiersinga over de verzoening niet deelde, zich daar ook tegen heeft uitgesproken. Zelf merkt hij op dat prof. Kuitert hem wel eens tot tegenspraak prikkelde. Maar ik kan me toch voorstellen dat deze jaren niet spanningsloos aan hem zijn voorbij gegaan. Maar toch lezen we geen enkel kritisch woord, wel waarderende opmerkingen over de wijze van theologie-beoefening in vergelijking met die van voor de oorlog.
Ik zou Verkuyl graag kritischer gehad willen hebben. Laat ik zelfs zeggen: gereformeerder in confessionele zin. Zou dat ook geen winst hebben kunnen betekenen voor veel van zijn missiologische werken?

Maar lezend in zijn memoires blijft Verkuyl me boeien, vooral ook hierom dat hij altijd gemotiveerd werd vanuit een besliste keuze voor Christus om te handelen zoals hij gedaan heeft. Bij hem heb ik het zelfde gevoel als ik had bij dr Buskes: een gevoel van verbondenheid terzake van de kernen van het evangelie,een verbondenheid in geloof. Terzelfder tijd schrijnt dan toch ook de wezenlijke afstand die ik konstateer in de uitwerking van dat evangelie, van het geloof.
Een man die schrijft dat het meest onmenselijke dat je een mens of samenleving kunt aandoen, is je mond houden over Christus, zo'n man is mijn broeder. Een man die zich inzet voor recht en gerechtigheid ook in de samenleving als konsekwentie van de dienst der verzoening, herken ik als mijn broeder.
En zo kan ik dankbaar zijn voor veel wat prof. Verkuyl gedaan heeft en geschreven en gezegd. Dat mag toch ook wel eens een keer in ons blad van deze kant gezegd worden. Maar het is niet ongemengd; ik heb mijn kritiek, soms ook wel ergernis, en er is ook wel pijn omdat ik hem op meer dan een weg niet volgen kan.
Maar leest u zijn memoires zelf.

B. Wielenga, Richmond, Natal


Informatieboekje 1984 van de Ned. Geref. Kerken.

Het "blauwe boekje" is weer verschenen.
Dat blauwe boekje is zoiets als de "gele gids" van onze kerken. Ik bedoel het Informatieboekje 1984 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken, onder redactie van ds G. van den Brink, uitgegeven door Buijten en Schipperheijn te Amsterdam.
Het bevat de gebruikelijke rubrieken: predikanten, studenten, kerken, regiogegevens, zending, statistiek en vele op het terrein van de kerken werkzame instellingen, organisaties, commissies, periodieken etc.
Daarenboven het jaaroverzicht van de hand van ds G. van den Brink en een in memoriam ds S. J. P. Goossens, geschreven door IJ. Jacobs.
Handzaam formaat, goed leesbare druk, overzichtelijk ingedeeld, 200 bladzijden met een schat aan gegevens.
Het is boeiende lectuur en dat geldt niet alleen van het jaaroverzicht.
Zo heb ik ontdekt, dat de kerk waarvan ik lid ben een van de weinige is, die geen koster heeft, terwijl de predikantsplaats niettemin nooit lang onbezet is geweest; dat geeft te denken.
Wist u dat wij met elkaar 80 kosters op de been houden tegen slechts 66 predikanten? Onder die kosters is er één christelijke gereformeerde en één van het vrouwelijk geslacht. De kerk van Amsterdam-centrum heeft zes kosters, dat is op elke 45 zielen één!
Een andere merkwaardigheid is de vermelding van de geboortedatum van de predikanten. Je kunt nog zo hoog geklommen zijn in kerken, instellingen of organisaties, je geboortedatum komt er niet bij. Dit voorrecht valt slechts de predikanten ten deel. Ten behoeve van de Stichting Emeritaats Voorziening wellicht? Je moet wel even zoeken om de S.E.V. te vinden, een alfabetische inhoudsopgave van de instellingen etc. ontbreekt.

Het jaaroverzicht 1983 neemt 24 bladzijden in beslag. Het is zeer de moeite waard. Ds G. van den Brink schrijft over fijne en verdrietige zaken en doet dat op een wijze, voorzichtige en vooral blijmoedige manier, 'op een wat beschouwende toonhoogte en in een persoonlijke stijl. De dingen die zorg geven gaat hij niet uit de weg, maar de pen die schreef werd gestuurd door een dankbaar hart. Hoe bemoedigend! Als je het gelezen hebt, zeg je: dank, broeder!

De necrologie van predikanten draagt de nieuwe namen van C. Veenhof en S. J. P. Goossens. Een in memoriam C. Veenhof werd reeds in het vorige informatieboekje opgenomen. De kerken hebben in hun midden meerdere predikantsweduwen. Wij zouden onze gestorven voorgangers, naar de Schrift, op christelijke wijze eren, indien wij hun weduwen niet vergaten. Ik vraag mij af, of wij daar niet bij geholpen kunnen worden, door hun naam (en adres), zo lang zij onder ons verkeren, op te nemen bij die van hun ontslapen man.

Een bespreking, hoe kort ook, is niet geslaagd als er geen kritische noot gekraakt wordt en ja hoor, na ijverig zoeken vond ik iets. Bij de gegevens van de kerken luidt de laatste zin steeds: "Deze kerk is aangesloten bij de regio .... ". Strikt genomen is dat minder juist geformuleerd. Een regio is een gedeelte van ons land. Je kunt de grenzen trekken op de kaart. Een regio is niet een blijvend orgaan van de kerken, waarbij een kerk zich kan aansluiten. Het lijkt mij beter te zeggen: "Deze kerk is gevestigd in de regio .... " of "Deze kerk zendt afgevaardigden naar de regionale vergadering .... ".

Het blauwe boekje hoort 'net als de gele gids bij uw telefoon te liggen.
U kunt het kopen voor twaalfeneenhalve gulden.

C. Huizinga, Heerenveen

Van Nederlands Hervormd tot Nederlands Gereformeerd, 150 jaar Nederlandse kerkgeschiedenis.

Bij het werk in de jeugdverenigingen komt hulp goed van pas. Zeker als het goede hulp is, hulp waarmee je verder komt.
Het GLJC (Gereformeerd Landelijk Jeugdcomité) tracht deze te geven in zijn schetsenbundels, waarvan er inmiddels reeds 14 verschenen zijn. Het in februari j.l. beschikbaar gekomen nummer 14 ligt voor me - titel zie boven - met het verzoek er iets over te zeggen. Ik doe dat graag, ook omdat het onderwerp boeit.
Ds A. H. Algra (Maassluis) heeft deze schetsen verzorgd: een heel ander facet van zijn "pastorale notities"
dan we gewend zijn.
Het was een goede zaak van het GLJC hem dit te vragen. Je proeft nl. in dit boekje zijn liefde tot de kerkgeschiedenis. Hij kent die als weinigen in onze kring. Hoe zou dat toch komen, dat velen van het verleden, ook van het kerkelijk verleden, zo weinig weten? 't Is toch niet onbelangrijk.
Zeker niet als je daarin duidelijk de leiding van de HERE met zijn volk ontdekt en daarin ook die over eigen leven. Of zoals ds AIgra dat op de laatste bladzijde zegt "Ik geloof dat de Here aan jullie (jongeren) een plek gegeven heeft in een echte christelijke kerk". Een zin om een dikke streep onder te zetten.
Over die 150 jaar kerkgeschiedenis (1834-1984) handelen acht schetsen, samen 23 bladzijden druks. Om in die beperkte omvang het gebeuren duidelijk te maken, het is een opgave!
Vanzelfsprekend komen dan enkel hoofdlijnen naar voren.
Eerst 2 schetsen over de afval van de kerk (toen de N. Herv. kerk) ná 1816 en één over het "waarom" en "hoe" van de afscheiding ("het mooiste hoofdstuk"). Daarna een over de doleantie ("nog een mooi hoofdstuk").
En een over het samengaan van die twee "groepen" in de vereniging van 1892 ("een ontroerend hoofdstuk"). Vervolgens - wat ouderen onder ons hebben meegemaakt en waarvan ze vertellen kunnen uit eigen ervaring - "een rustig hoofdstuk": het leven van de (verenigde) Gereformeerde kerken tot 1940. Dan komen we nog dichterbij: de vrijmaking, "een verdrietig hoofdstuk" met een "wordt vervolgd .. ", waarin de scheiding van 1969/70 is beschreven.
Je moet, om een goede inleiding te maken en tot een goede bespreking te komen, wel wat "bronnen" raadplegen; daarmee maak je alles ook levendiger. De schetsen dringen de jongelui in die richting en er is een overzicht van te raadplegen literatuur toegevoegd. Het is dus gemakkelijk gemaakt.
En dit alles - ook voor hen, die de jeugdjaren achter de rug hebben voor slechts f 5,90 franco thuis, na overschrijving van dit bedrag op postrekening nr. 3910300 ten name van G.L.J.C. te Zaandam, onder vermelding "nr. 14".
Bij alle waardering voor dit werk meen ik toch een enkele opmerking te moeten plaatsen. Ds Algra daagt de lezer er min of meer toe uit. Want hij zegt aan het eind van z'n verhaal "Ik heb het niet gehad over het werk des Heren in de Vrijmaking. In zo'n zwaar kader heb ik mijn verhaal niet gezet." Als we nu die woorden "in de Vrijmaking" eens vervangen door "in deze 150 jaar" doen we hem geen onrecht.
Hij heeft situaties belicht, handelingen van mensen en kerkelijke organen ten tonele gevoerd, om ons toch maar duidelijk te laten zien, wat er gebeurde en wat de gevolgen daarvan waren. Maar de hand Gods daarin, in het leiden en bewaren van Zijn gemeente, wees hij niet zo direct aan. Leiding van de Heer der kerk in spanningsvolle tijden. En dát is nu juist wat de Here Christus ons tot troost en bemoediging nagelaten heeft: "Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. . .. en niemand zal ze uit mijn hand roven." (Joh. 10) en op vele andere plaatsen in de Schrift komen beloften als deze tot ons.
In afscheiding en doleantie, zowel als daarná tot in onze tijd toe, zijn mensen druk bezig en we kijken tegen hen aan, dankbaar en/of kritisch.
't Zijn slechts instrumenten, dienaren.
Maar we geloven, zien en ondervinden de waarheid van het woord van onze Meester "Ik ben met u".

M. de Jonge, Voorburg

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief