Evangelisatie in onze situatie (3)

1985-04-26
  • Jaargang 29
  • nummer 17
In zijn gewaardeerde kritiek op mijn artikelen over de evangelisatie, die de heer J .Mudde in de twee voorgaande nummers van ons blad uitbracht, is veel dat ik hem kan toestemmen. Op twee punten ervan wil ik nader ingaan. Is het waar dat ik het evangelisatiewerk in het kader van de verkiezing gesteld heb en dat, als gevolg, daarvan bij mij het gebod tot evangelieverkondiging naar buiten in de schaduw is komen te staan? En vervolgens: heb ik door mijn artikelen (onbedoeld) voedsel gegeven aan de stilzitters?


Verkiezing en verkondiging
Terecht stelt de heer, Mudde dat er voor ons als nieuwtestamentische christenen een, onder alle omstandigheden blijvend bevel tot verkondiging van het evangelie geldt. Even terecht merkt hij op dat mijnartikelen niet de bedoeling hadden op dat bevel af te dingen, maar dat ze de strategie van het evangelisatiewerk aan de orde stelden: agressieve of afwachtende aanpak Toch vreest Mudde dat, mijn uitgaan van de situatie in ons land het gebod tot evangelisatie in de schaduw zal stellen. Hij proeft daarin een voorrang geven aan Gods verborgen wil. (verkiezing boven zijn geopenbaarde .wil (zendingsbevel) Laat ons zien, Men mag vrijuit zeggen dat de apostel Paulus onder de indruk is geweest van het zendingsbevel van onze Here: ga heen en verkondig. De Schrift zegt zelfs dat hij tot die verkondigingstaak uitverkoren is geworden (Handelingen 9 : 15). Toch horen we hem bij verschillende gelegenheden spreken van een 'geopende deur' (1 Korinthiërs 16: 9, 2 Korinthiërs 2 :12) die hij krijgt om het evangelie te prediken, terwijl Handelingen 16 : 6 ev. ons vertelt van een tegenovergestelde ervaring: En zij gingen door net Phrygisch-Galatische land, maar werden door de Heilige Geest verhinderd het woord in Asia te spreken; en bij Mysië gekomen, poogden zij naar Bithynië te reizen, maar. de Geest van Jezus liet het hun niet toe..." Waaruit Paulus en zijn medewerkers nu opmaakten dat er deuren voor: hen opengingen of in het slot: vielen wordt ons niet gedetailleerd medegedeeld, maar we zullen wel niet ver mistasten als wij denken aan de ingang,die de prediking al of niet vond. In Colossenzen 4 : 3 .heeft de apostel 't: dan ook over 'een deur des Woords' die God voor hem en de zijnen moest openen om te kunnen spreken van het geheimenis van Christus. Paulus heefter niet zozeer op gelet of de omstandigheden wel gunstig waren om het werk der verkondiging te doen. Dat valt duidelijk op te maken uit 1 Korinthiërs 16:9, waar hij schrijft: “…want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders”. Hij heeft hier niet gezegd: weg wezen hier, want er zijn te veel tegenstanders! Veel meer ervoer hij wat velen na hem ervaren hebben dat waar echte tegenstand is, ook heuse belangstelling bestaat, zodat hij naast de gesloten deur van de omstandigheden de machtig geopende deur van het woord vermeldt. Welke geopende deur hij ook binnengegaan is, zoals het verhaal in Handelingen 19 vertelt.
Paulus die zijn gehele verkondigingstaak predestinatiaans verstaan heeft (zie Galaten 1 : 15 e.v.) is ook bij de uitvoering van die .taak voorbeschikkelijk blijven denken. Dat heeft hem niet geremd in 'zijn ijver, maar om niet tevergeefs te lopen heeft hij zich voortdurend afgestemd' op Iemand die onzichtbaar voor hem uit liep. Had hij dat niet gedaan en was hij alleen ziende op het gebod en blind voor de leiding van Boven aan het werk gegaan dan zou hij zich telkens de onzeker' makende vraag hebben moeten stellen: ligt het misschien aan mij, dat de mensen niet geloven? Met andere woorden: zonder op de verkiezende God te letten zou Paulus een gefrustreerd man geworden zijn. Het alternatief voor predestinatie is voor de kerk frustratie. In plaats van mij een probleem op te geven brengt: Lukas mij als evangeliedienaar tot rust als hij ergens in zijn reisverslag van het evangelie (ik bedoel het boek Handelingen) schrijft: " ...en allen die bestemd waren ten eeuwige leven; kwamen tot geloof" (13 :'48). Als ik dit niet geloofde zou ik als prediker stapelgek worden van mijn fouten. Welnu, om dezelfde reden: wil ik niet meer meedoen aan een nieuwe kruistocht in Amsterdam. De resultaten zijn zodanig dat' 't in mijn ogen eigenwijs wordt om daarmee door te gaan. Ik zie geen deur geopend. Het bevel tot verkondiging staat dus bij mij niet in het kader van de verkiezing. Het verband is bescheidener: relatie en interactie.

De stilzitters in de kaart gespeeld?
Betekent dit nu dat ik de stilzitters in de kaart speel? Dat zou kunnen en ik zou dat zeer betreuren.
Want ik geloof dat ook voor een meer afwachtende evangelisatie een uiterste attentheid vereist is. Al gaan er op ’t ogenblik bij ons geen grote en machtige deuren open, dat wil niet zeggen dat alle kansen voorbij zijn. Met de heer Mudde wil ik daarnaar blijven zoeken. Van zijn ervaring op dit gebied maken we graag gebruik. Zeer terecht is het ook dat hij in dit verband wijst op de onder ons aanwezige moslims. Tegenover hen zouden we trouwens de afwachtende houding kunnen laten varen en op middelen zinnen om geestelijk te hen binnen te komen. Hoe dat ook zij, er is werk genoeg aan de winkel. Om een vergelijking te maken niet het politieke leven: ook wanneer ons als christenen alle politieke invloed ontzegd zou zijn en onze rol op dat gebied uitgespeeld, blijft nog de taak bestaan bij de open bijbel allerlei politieke vraagstukken te doordenken, Het zou immers kunnen gebeuren dat men, in grote verlegenheid geraakt, ons om raad vroeg. En dan zou moeten blijken dat de gang van zaken in de wereld ons ter harte is blijven gaan, ook al stelde men op onze bijdrage geen prijs. Zelfs op politiek gebied dus krijgt een christen nooit vakantie. Laat staan als ’t er om gaat de mensen de weg naar het Koninkrijk der hemelen te wijzen. Ook als we teruggedrongen worden van het 'woord' naar het ‘antwoord’, dan komt ook daarin een zware taak mee: gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven" (Colossenzen 4 : 6).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief