De weg naar Chalcedon

1985-04-26
  • Jaargang 29
  • nummer 17
Hoewel ik dus zie dat de strijd om de kleine woordjes zeer groot zal zijn, onttrek ik mij, met de hoop op loon, niet, aan de inspanning…
Ik getuig voor ieder mens die Christus erkent en God loochent, dat Christus hem niet zal helpen, of voor wie Gods aanroept, maar de Zoon verwerpt, dat zijn geloof ijdel is; en voor wie de God afwijst, dat het geloof in de Vader en de Zoon voor hem op niets zal uitdraaien en dat hij het (geloof) niet kan hebben, wanneer de Geest niet aanwezig is.

Basilius de Grote, Over de Heilige Geest 1)

Ooit een Bisschop gezien?
"De drie grote Cappadociërs" heten ze. Drie mannen, twee broers en één vriend, die met elkaar op de Kelk een belangrijke invloed hebben uitgeoefend. Voorbereiders van het Tweede Oecumenische Concilie kan men hen noemen. Ze hebben veelal uitgeblonken in godsvertrouwen, rechtzinnigheid en helderheid van formuleren. Drie grote Kerkleiders: Gregorius van Nazianze,Gregorius van Nyssa en diens broer Basilius van Caesarea, die vaak “Basilius de Grote” genoemd wordt.

Voor deze Basilius heb ik een zwak; sinds ik het verhaal las dat Walter Nigg over hem schreef. Walter Nigg is een bekend protestants deskundige geweest op het (zo weinig protestante) gebied der heiligenlevens. Basilius leeft in een tijd waarin de besluiten van het Concilie van Nicea door een nieuwe keizer worden miskend. Hij wil die bisschop uit de provincie, die zo ongeveer de belangrijkste tegenstander van zijn beleid is, wegkrijgen. Ik citeer: “Op indrukwekkende wijze gaf Basilius als bisschop van Caesarea…uiting aan zijn geloofsovertuiging. Hij deinsde er niet voor terug om in zijn strijd tegen het Arianisme ook tegenover keizer Valens front te maken. Toen de heerser te Byzantium hem bij monde van Modestus bedreigde met in beslagneming van goederen, verbanning, marteling en dood, liet Basilius zich hierdoor niet van zijn stuk brengen en gaf de keizerlijke prefect ,het volgende moedige antwoord: "Anders niet? Van al deze dingen raakt er mij geen een. Van iemand die niets bezit, kan men geen goederen in bezit nemen; het enige wat dit u zou opleveren, zijn mijn afgedragen kleren en een paar boeken; waaruit mijn gehele rijkdom bestaat. Verbanning ken, ik niet want ik ben overal thuis op Gods grote aarde. Ook martelingen kunnen wij niets doen, aangezien mijn lichaam toch reeds op zijn laatste benen loopt. De dood echter is mij welkom, want deze brengt mij sneller tot God. Ook ben ik grotendeels reeds gestorven en ik ijl naar het graf." Het gebeurt niet iedere dag dat een vertegenwoordiger van de Kerk op een dergelijke onvervaarde manier met een keizerlijk ambtenaar spreekt. De Christelijke onverschrokkenheid, waarmede Basilius geen stap achteruit ging, maakte een zichtbare indruk op Modestus die onthutst mompelde: "Nog niemand heeft het ooit gewaagd zo vrijmoedig tot mij te spreken:" Waarop Basilius een einde maakte aan het heftige gesprek metde woorden: 'Dan hebt u zeker nog nooit met een bisschop te doen gehad.' 2)

Een man van de stilte Die Basilius is inderdaad een indrukwekkende man geweest, als je de verhalen mag geloven. Hij kwam uit een zeer gegoed christelijk milieu, waarin ondanks die rijkdom een grootvader als martelaar voor het geloof gestorven was. Er was aandacht voor de noodzaak voor Christus te lijden, maar er was ook aandacht voor cultuur. Basmus had als jongeman gestudeerd in Athene, het centrum van de wijsbegeerte, al was het toen al wel enigszins een stad van vergane glorie. Hij had daar kennis geraakt: met. allerhande aspect van de ‘wereldse cultuur', die hem erg aansprak. Hij was op een goed' moment door zijn zuster Macrina aangevallen op zijn bluffende eigenwijze houding, Zozeer maakten haar woorden indruk op hem dat hij ernstig overwoog wat hij met zijn leven moest doen. Hij ging op reis langs kloostergemeenschap: pen in het tegenwoordige Turkije, Egypte, Syrië en het Heilige Land. Hij kwam na een reis van ruim een jaar tot het besluit zèlf een kloostergemeenschap te gaan stichten; waar, volgens Nigg,
“een idyllische sfeer" heerste, omgeven als het klooster was door een landschap van grote schoonheid. Basilius schreef een kloosterregel voor zijn gemeenschap. Deze regel wordt nu nog door nagenoeg alle gemeenschappen in het Oosterse Orthodoxie gevolgd. Hij is een ordestichter bij uitnemendheid; in het Oosten is zijn positie vergelijkbaar met die van Benedictus in het Westen.

Een man van de drukte
En die man, die stil en teruggetrokken wilde leven, die ·een leven van overpeinzing en beschouwing wenste, die de stad verafschuwde, werd bisschop. In een stad! In een. stad waar een ontzettende 'hongersnood' kwam en de bisschop met een soort voorschot voor een 4e eeuwse tegenhanger van onze gaarkeuken bemande. Een stad waarin woekeraars leefden, die bij Basilius geen leven hadden!' Waarin sociale misstanden voorkwamen, zodat hij (opnieuw volgens Nigg) ook opkwam voor "vrije beroepskeuze voor kinderen ...een menswaardige behandeling van slaven en de aanleg van straten". Een wilskrachtige man, een geboren leider, een man die door zijn moed (en door Gods bescherming, mag je daar toch zeker aan toevoegen) als enige "Nicener" door de overheid niet werd lastiggevallen.

Meer zou te noemen zijn van Basilius' activiteit. Hij was een groot liturg. Nog steeds komen in de mooie, Oosterse diensten zijn bewoordingen van de lippen van de koorleden.

Een man van de rechtzinnigheid
Hij was ook een voorvechter van rechtzinnigheid. Dat is in dit kader voor ons van belang. Het werk waarin hij, meer dan anderen, zich als rechtzinnig theoloog kennen laat, is een werk dat Over de Heilige Geest heet. Het is een boekje van zo'n 130 bladzijden. De door mij al eerder genoemde zusters Benedictinessen
uit het Belgische Bonheiden hebben, naast andere voortreffelijke boeken van en over Kerkvaders, ook van dit werk een fraaie en nuttige uitgave gemaakt. Ze hebben het werk voor de Nederlandse lezerskring ontsloten, door een duidelijke vertaling en een uitstekende inleiding erop te leveren.

Voorzetsels
Het werkje is mijns inziens zeer de moeite waard om te zien hoe een Kerkvader van 16 eeuwen geleden de Schrift citeert en hanteert, hoe die voor hem van doorslaggevende betekenis' is; maar ook hoe hij zijn argument opbouwt en hoe hij de confrontatie met tegenstanders niet schuwt. Degene aan wie het werk wordt gericht, Amphilochius, krijgt al heel gauw te horen dat voor her rechte kennen van God ook studie van 'kleine woorden' van groot belang kan zijn. "Daarom valt het onderzoek van lettergrepen niet buiten ons doel". .. Vooral echter richt de Kerkvader zich op voorzetsels. Dat had zo zijn reden: “Toen ik onlangs met het volk bad en op beide manieren de doxologie (lofprijzing, PJvK) aan God de Vader afsloot, nu eens ‘met’ (meta) de Zoon ‘samen met’ (sun) de Heilige Geest, en weer ‘door’ (dia) de Zoon ‘in’ (en) de Heilige Geest, kwamen enige aanwezigen op mij af en zeiden dat ik vreemde, en tegelijk met elkaar tegenstrijdige woorden gebruikte... " Bijna onmiddellijk vervolgt Basilius: "De vitterij van die. mannen over lettergrepen en woorden is niet iets eenvoudigs, zoals men zou denken, of dat slechts tot klein kwaad leidt, nee, ze heeft een diepe, duistere bedoeling tegen de godsvrucht. Ze spannen zich immers in om aan te tonen dat de uitspraken over Vader, Zoon en Heilige Geest ongelijk zijn, om, daaruit gemakkelijk het bewijs te halen van het verschil ook in natuur." 3) Voor wie dat niet meteen 'pakt', Basilius stelt hier dat tegenstanders, Ariaans gezinden dus, uit de verschillende voorzetsels die worden gebruikt, verschillen in positie tussen God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest willen afleiden: "Aan God de Vader" delen zij, het 'uit wie', toe. Aan God de Zoon wijzen ze, het 'door wie' toe aan de Heilige Geest het 'in wie' ...Want met het 'uit wie' willen ze de Schepper aanduiden; met het 'door wie de helper of het werktuig en het 'in Wie' wat de tijd aanwijst of de plaats." En dit gebeurt, zegt Basilius, "tot kleinering van God het Woord en tot verwerping van de Heilige Geest." 4)

Waar het om gaat
Maar dan komt Basilius met een keur aan Bijbelteksten - het hele betoog staat er bol van, al worden die vaak op een ietwat anders te wijze instelling gebracht dan wij gewend zijn. Hij toont aan dat het niet waar is! Het is onjuist te zeggen dat eik van de genoemde (en door Basilius als goddelijk beleden) Personen slechts één (min of meer vast) voorzetsel bij zich zou hebben, 'Uit wie' wordt niet alleen van de Vader gezegd, net zo min als 'door wie' per sé op Christus betrekking heeft, etc. De betekenis van de voorzetsels in hun relatie tot de Personen wordt toegelicht. Een technische discussie, zegt menig lezer wellicht, maar dan ziet hij niet hoeveel er voor Basilius van afhangt. Aan de hand van de Schrift, aan de hand van een zeer nauwkeurig en strak gestructureerd het oog komt Basilius tot een verdediging van het rechtzinnig verstaan van God.

(wordt vervolgd)

Noten
1) . Basilius van Caesarea, Over de Heilige Geest, I, 2 en XI, 27 en geciteerd uit editie, verzorgd door Zusters Benedictinessen te Bonheiden, pp. 61 en 99.
2) W. Nigg, Het Geheim der Monniken, Amsterdam, 1954, p. 84.
3) Basilius, a.w., p. 61, 62, 63.
4) Basilius, a.w., p, 65.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief