Gijs, ga 's naast Sujata zitten

1985-04-26
  • Jaargang 29
  • nummer 17
Veelvoudige vrucht
In de gelijkenis van de zaaier geeft het zaad dat in goede aarde valt veelvoudige vrucht. Wie zich garant stelt voor een van de pupillen van de stichting ‘Redt een Kind’ redt niet alleen een leven, maar zaait tevens het zaad van het Evangelie, dat kiemen en van zegen tot zegen voortgroeien kan. Wie helpt via Redt een Kind investeert rechtstreeks in het Koninkrijk.

Methode ontwikkelingshulp Ik werd daar opnieuw bij bepaald toen ik voor deze recensie de door Redt een Kind uitgegeven onderwijsset "Gijs, ga 's naast Sujata zitten" doornam.
Dankzij een subsidie kunnen scholen en andere onderwijsgevenden een proefexemplaar van de set bestellen voor de ongelooflijk lage prijs van f 4,50, terwijl bij afname van minimaal 10 stuks de prijs van het leerlingenboek voor scholen J 2,50 per stuk bedraagt. Particulieren betalen voor de set: f 10, incl. het lenen van de diaserie. Daarnaast verzorgde de stichting een gestencilde handleiding en een diaserie. De handleiding ontvangt u gratis bij aanschaf van werkboeken; de dia's, met begeleidende tekst, krijgt u in bruikleen. Ik durf het geheel een complete methode ontwikkelingshulp te noemen, geschikt voor de leerjaren 5 en 6 van de lagere school en voor de brugklas van het voortgezet onderwijs.

Thema en doelstelling
Het hoofdthema van de methode is: Een Bijbelse visie op de ontwikkelingsproblematiek, met bijzondere aandacht voor het land India. En de algemene doelstelling: Kinderen bewust maken van de uitzonderlijke welvaartssituatie in Nederland, door allerlei aspecten van de Nederlandse situatie consequent te vergelijken met de Indiase situatie en de kinderen te laten beseffen dat deze wetenschap consequenties heeft voor de eigen levensstijl.

De handleiding
Na een korte inleiding van Annelies van Popta-Kwant, de samenstelster, volgt een naar mijn smaak veel te zwaar aangezette onderwijskundige verantwoording.
Ik denk dat een inventieve onderwijzer de eerste helft over kan slaan. De eigenlijke handleiding begint met het aangeven van mogelijke varianten ten aanzien van de didactische werkvorm. Mij spreekt variant 2 nogal aan: De diaserie is te lang om in een keer te vertonen; beter. lijkt mij daarvoor twee of drie lessen te gebruiken, telkens afgerond door een leer- of een klassengesprek, waarbij de gespreksleider toelichtende informatie kwijt kan. Later kan de verwerking in het werkboek plaatshebben.

Waarom ontwikkelingshulp?
Dat is ook de titel van les 1 in de handleiding. Daarin wordt op indringende en overzichtelijke wijze de ontwikkelingshulpproblematiek besproken. Hierbij komen ook een aantal kenmerken van ontwikkelingslanden en de hulpverleningsvormen aan de orde. Nadrukkelijk wordt gesteld - en aan de hand van de Schrift aangetoond - dat ontwikkelingshulp voor een christen geen kwestie van vrijblijvende liefdadigheid is, maar een gebod van God. In les 2 wordt heel overzichtelijk informatie verstrekt over India. Ik noem een paar kopjes; Algemene gegevens; landbouw, kastenstelsel: huwelijk, bruidsschat en gezinssamenstelling. De handleiding besluit met een literatuurlijst en het geven van enkele nuttige tips.

Diaserie
Deze bestaat uit een zeventigtal simultaan te vertonen diaparen. Steeds worden vergelijkbare situaties in Nederland en in India uitgebeeld. Naar mijn smaak is hier, sprake van een teveel. Vanzelfsprekend kan de gebruiker gaan “knippen"; maar ik vraag mij af of een gethematiseerde set van zo'n vijftien dia's niet effectiever en dus didactisch meer verantwoord zou zijn. Wanneer deze in (door de school in te ramen) strips zouden kunnen worden aangeschaft, kun je er jaren mee vooruit, kunnen de lessen op een vooraf goed te plannen tijd worden gegeven en kan veel rompslomp bij het verzenden worden vermeden.

Het leerlingen werkboek
Over het werkboek, de hoofdmoot van de methode, ben ik beslist enthousiast. Het heeft zes hoofdstukken, die een roenemende intensiteitgraad hebben. In hoofdstuk 1 gaat het om de herkenning varnde ontvangen informatie ("Weet je het nog?"), in hoofdstuk 2 ("Zeg nu zelf") om reproductieve informatie. In het derde en het vierde hoofdstuk' worden productieve activiteiten van de leerling verwacht ("Zit dat zo?" en "Los dat maar eens op"). Vanaf hoofdstuk 5 wordt evaluerend gewerkt: "Daar sta ik achter"; "Aan de slag".
In de eerste vier hoofdstukken wordt een links-rechts-schema gehanteerd: Links de Nederlandse situatie, rechts de Indiase. Er is een grote diversiteit aan opdrachten: werken met het woordenboek, kaarttekenen, navertellen; maar ook: zelfstandig Bijbelgebruik, probleem oplossen, zingen, vormen van handvaardigheid, zelfs koken. En wat vindt u van vragen als: "Waaruit blijkt dat het Hindoegeloof het lot van de allerarmsten niet meer helpt verbeteren?" Of: “Hoe wast een Hindoe zijn onreinheid af?'" tegenover: "Moet een christen ook elke dag zijn zonden afwassen? Wat is de betekenis van de doop?" De functionele en esthetisch te waarderen illustraties zijn van Jan Zwaan. De lay-out werd door Marc de Klijn verzorgd.

Conclusie
Een goede methode voor weinig geld. Ook heel goed te gebruiken voor jeugdclubs!
Gauw even bestellen bij: Stichting Redt een Kind, Dr. Guépinlaan 23, 4032 NiH Ommeren (Gld.), of door het overmaken van de kosten op postgirorekening 2669624 t.n.v. Stichting Redt een Kind, rekening Present, Ommeren, m.v.v.: rekening lesbrief. En daar krijgt u dan geen spijt van!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief