Herdenken
1985-05-03
Herdenken?- Jaargang 29
- nummer 18
In de vooravond van 4 mei 1985 zullen in Nederland de vlaggen weer halfstok hangen. Vele landgenoten zullen bloemen leggen bij de graven en gedenktekens. Om acht uur wordt het stil in Nederland. Het vervoer st,kt twee minuten. Ontroerd herdenken we hen) die in de oorlogsjaren 1940-1945 zijn omgekomen. De soldaten) die inde oorlog vielen) dl} burgers) die bij de bombardementen omkwamen) de meer dan 100.000 joodse landgenoten) die ver van hun vaderland in gaskamers vermoord werden) de anderen die in gevangenissen) 1çampenen voor vuurpelotons stierven) omdat zij verzet legen de vijand geboden hadden. Dat wij nu in vrijheid kunnen leven danken wij mede aan hen waarvoor wij twee minuten stilte, in acht nemen.
En dan op 5 (of 6?) mei geven wij uiting. aan onze vreugde en dankbaarheid wegens het feit, dat ons land 40 jaar geleden uit de tirannie van de overweldigers bevrijd werd.
Deze herdenking is moeilijker geworden door het feit, dat een steeds groter aantal Nederlanders de periode 1940-1945 niet bewust heeft meegemaakt. Het zegt hen veel, minder -dan de ouderen op wie deze periode een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten. Van de kant van de jongeren hoor je dan ook wel eens de reactie, dat de ouderen maar steeds over dat verleden blijven zeuren. Daar men het zelf niet heeft meegemaakt, kan men zich de situatie van de anderen ook moeilijk indenken. Ik herinner me nog; dat ik mijzelf weleens wat, ergerde wanneer mijn ouders kwamen aandragen met verhalen over de Ie wereldoorlog, Die verhalen zeiden mij weinig. Het was ZO iets als het moeten kijken naar dia's van een land, dat men zelf niet kent.
Het is daarom merkwaardig, dat juist nu, na 40 jaar, deze periode van strijd en leed zoveel herinneringen oproept. Veertig jaar is geen kroonjaar. Toch komen er dit jaar naast de zeer vele boeken, die al over oorlog en bevrijding geschreven zijn weer 200 boeken uit over de oorlog. Zou dat vooral voer voor ouderen zijn. De ouderen moeten er ook wel voor oppassen niet maar wat nostalgisch naar het verleden terug te blikken en daar bij stil te blijven staan. Het gevaar is ook groot, dat we dat verleden niet meer -helemaal zuiver zien. En dan komt deze tijd er slecht af en gaan we de dagen van weleer verheerlijken, Toch is het goed, dat we na,40 jaar bijzondere aandacht aan bezetting en bevrijding besteden. In 1995, wanneer de bevrijding 40 jaar achter ons ligt, zal het aantal oor- en ooggetuigen nog maar klein zijn. Daarom wellicht ook het grote aantal boeken dat nu verschijnt. Nu zijn gereformeerden nog al erg op feestelijke herdenkingen. Jubilea worden erg in ere gehouden. Op grond van de tekst in Nahum 1:15: “vier uw vierdagen” werd vooral vroeger uitbundig herdacht en gevierd. Deze tekst bevat ook de oproep dat wij bij het vieren aan God dank moeten brengen. Daar moet het bij deze herdenking ook om gaan. Niet om te vertellen over onze heldendaden en de slechtheid van die anderen, maar om ons voor ogen te stellen hoe de goede hand van onze God en Vader met ons was, ook in die donkere jaren van de bezetting.
Mei 1940
Het was op een mooie lentedag, 10 mei 1940, dat de Duitse legers in de vroege ochtend om ongeveer half vier ons land binnenvielen. Slapers zoals ikzelf hebben er in Oost-Nederland niets van gemerkt. Bij het ontwaken op 10 mei waren we al bezet gebied. Voor velen kwam de inval onverwachts.
Hoewel Duitsland in april 1940 onverhoeds Denemarken en Noorwegen had overvallen, leefde toch bij veel Nederlanders de gedachte, dat Nederland ook deze keer de dans wel zou ontspringen. Hoe lang was het geleden, dat vreemde troepen onze grenzen overschreden? Voor onze regering moet de Duitse aanval niet als een verrassing gekomen zijn. Dr. W. Dress vertelt in “Van Mei tot Mei”, dat de regering op grond van mededelingen van onze militaire attaché in Berlijn, majoor Sas, de Duitsers in de nacht van 9 op 10 mei verwachtte. De ongelijke strijd duurde slechts vier dagen. Bijzonder geschokt werden we, toen Koningin en ministers op pinkstermaandag, 13 mei, naar Engeland vertrokken. Op dit vertrek werd door velen zeer kritisch gereageerd. Met name het a.r. dagblad De Standaard liet zich zeer grievend uit. Men sprak over een smadelijke vlucht van de regering, terwijl onze mannen bij duizenden sneuvelden. Terecht echter trachtte de regering door uit te wijken haar vrijheid te behouden. Op deze wijze kon men aan de strijd blijven deelnemen en ook zorgen voor de andere niet bezette delen van het Koninkrijk. Koningin Wilhelmina had zich liever naar de strijdenden aan de Grebbe begeven, wanneer de verbinding daarheen niet afgesneden was, om daar naar een uitdrukking van Willem III "als de laatste man te vanen in de laatste loopgraaf”. (Eenzaam maar niet alleen, blz. 276). Ze was zich bewust, dat haar vertrek een verbijsterende indruk zou maken. Het landsbelang, zo schrijft ze, bracht echter de noodzaak mee de schijn op zich te laden, dat men vluchtte. Het was immers volstrekt duidelijk geworden, dat de Koningin en haar ministers in Nederland het staatsgezag niet langer vrij konden uitoefenen. Op 14 mei kwam de capitulatie. In deze vierdaagse strijd, waarbij om de binnenstad van Rotterdam werd platgelegd en andere steden met de ondergang bedreigd werden, kwamen 2000 Nederlandse militairen en eenzelfde aantal burgers om. Er braken vijf donkere jaren aan.
De bezettingsjaren
Nederland was militair en mentaal niet voorbereid. Daarom was het velen nog niet duidelijk hoe men zich tegenover de bezettermoest opstellen. Verscheidene Nederlanders koesterden nog de optimistische, maar ook naïeve gedachte, dat er toch wel enige samenwerking met de Duitsers mogelijk was. Zo werd de Ned. Unie opgericht, bedoeld als een centrum, dat min of meer geduld door de Duitsers ons volk zou kunnen verenigen om tegenover de NSB in een deel van onze nationale cultuur te redden. Het werd echter al spoedig duidelijk, dat dit alleen in open conflict met de Duitsers mogelijk was. Onrust werd gewekt door een geschrift van dr. H. Colijn een maand na de capitulatie “Op de grens van twee werelden”. Een geschrift, dat in elk geval niet op dat moment had moeten verschijnen. Colijn kwam telkens weer met het beeld van de walvis en de olifant. Wie is de sterkste? Die vraag heeft geen zin, want zij kunnen elkaar toch niet te pakken krijgen. Net zo min zal Duitsland Engeland te pakken krijgen, en andersom. Die conclusie van Colijn was toen juist. Op grond van de toen bekende feiten moest de conclusie wel zijn, dat Duitsland in de toekomst het vasteland van West-Europa zou blijven beheersen. Zelfs met hulp van de VS en Rusland zou het later nog erg moeilijk blijken te zijn om Duitsland te verslaan. Daarom moest er, aldus Colijn, op een vergelijk worden aangestuurd. Nederland moest in die situatie een plaats houden onder leiding van het huis van Oranje en niet, wat men hem toen verweet, een satellietstaat van Duitsland worden. Toch had Colijn beter kunnen zwijgen op dat moment. Er kunnen altijd onvoorziene dingen plaatsvinden. En die vonden ook plaats, toen Rusland en de VS zich tegen Duitsland keerden. Jammer, dat Colijn, waarschijnlijk de meest vooraanstaande politicus van zijn generatie (dr. G. Puchinger “Ontmoetingen met anti-revolutionairen”) met zijn gezag dit oordeel heeft gepubliceerd.
Colijn had overigens in de zomer van 1940 weer zijn evenwicht hervonden. In die tijd hoorde ik hem voor een groep studenten in Amsterdam spreken. Hij riep duidelijk op om stand te houden en waarschuwde ernstig tegen het nationaalsocialisme. Colijn heeft al spoedig een der eersten meegewerkt aan de eerste opbouw van het ondergronds politiek verzet (Puchinger). Daar waren ook andere reacties. Zo riep prof. K. Schilder vanaf het begin op om de schuilkelder te verlaten en een uniform aan te trekken. Een artikel van hem in De Reformatie had tot gevolg dat hijzelf op 22 augustus 1940 werd gearresteerd en De Reformatie verboden werd. Over die vijf jaren Duits schrikbewind wil ik nu maar niet te veel schrijven. Het ergste was wel de massale deportatie van de joden, die tot hun vernietiging leidde. Van de 140.000 joden werden er meer dan 100.000 van het leven beroofd. Ook voor de Nederlanders was de situatie ellendig. Velen werden gevangen genomen en kwamen om in concentratiekampen. Meer dan 200.000 Nederlanders verloren in deze bezettingsstrijd het leven.
Het ging in deze strijd ook niet alleen maar om de nationale vrijheid.
Het ging ook en vooral tegen het nationaal socialisme, een onchristelijke, ja antichristelijke levensbeschouwing die van mensen beesten maakte. We hebben in' die jaren ervaren hoever een mens kan gaan, wanneer hij los is van God. Nederlandse nationaal socialisten waren evenzeer onmensen als de Duitse. Na de oorlog heb ik als officier fiscaal en wrn. Advocaat fiscaal veel Nederlandse oorlogsmisdadigers moeten berechten. De nationaal socialistische levensbeschouwing had velen tot duivels gemaakt. Dat geldt natuurlijk niet voor de vele meelopers die om allerlei redenen, soms ook godsdienstige redenen (onderworpenheid aan de bezettende macht, die door God gegeven was) met de Duitsers meewerkten. En in deze bezettingstijd kregen we nog een- kerkstrijd. gevolgd door een scheuring in de Gereformeerde Kerken. De pogingen van zeer veel kerkelijke vergaderingen om deze zaak uit te stellen, mislukten. Deze kerkscheuring in deze tijd was voor velen wel de zwaarste beproeving.
5 mei 1945
Tenslotte kwam op 5 mei 1945 voor ons land het definitieve einde van de oorlog. Op die dag legden de Duitse soldaten in Nederland de wapens neer. In de middag werd in hotel “De Wereld" te Wageningen de overgave Getekend. Op 7 mei volgde te Reims de algehele capitulatie van Duitsland. Helaas liet voor onze landgenoten in Indonesië de vrede en vrijheid nog enige tijd op zich wachten. Voor ons' in Nederland was nu een donkere nacht, die 5 jaar duurde, voorbij. Nederland was weer vrij. De spanning, de vrees, 'de terreur en het onrecht waren na 5 jaar, bezetting weg. Nederland was een arm land geworden.
Veel burgers waren omgekomen. Veel verwoestingen waren aangericht. Fabrieken leeggeroofd. Vervoersmiddelen naar Duitsland overgebracht. Berooid kwam het Nederlandse volk uit de oorlog. Maar we waren vrij. Daarom konden we de Almachtige God uit de grond van ons hart danken met de woorden van psalm 66. De vrijheidsvreugde was geen feestroes, want er was ook rouw in ons hart om allen, die hun leven gegeven hadden. Koningin Wilhelmina vertolkte dat in de Troonrede, die zij in november 1945 uitsprak. Aan het slot zei zij: "wij werden ontvankelijker voor geestelijke bezinning; meer 'bereid' tot offers, dieper bewust van onze saamhorigheid en vaster besloten onze roeping als natie te verstaan. Te midden der verwoesting liggen hier de krachten voor herstel en vernieuwingen wij gorden ons tezamen aan om de verworvenheden te bewaren en de zwakheden te overwinnen. Te duur hebben wij onze vrijheid gekocht dan dat wij haar nu zouden misbruiken of verspillen." De Koningin droomde van nationale vernieuwing en velen met haar.
1945-1985
I s deze droom In de achter ons liggende jaren werkelijkheid geworden? In zekere zin wel. Nederland was economisch en financieel zwaar getroffen. Zwaarder dan de andere landen. De totale oorlogsschade bedroeg 25 miljard in guldens van' 1940. 40% van het nationale vermogen was teloor gegaan. Het materiële herstel is inderdaad geslaagd Men sprak van, het wonder van de Nederlandse, opbouw wegens het snelle tempo, waarop de gevolgen van de oorlog overwonnen werden. Maar hoe staat het in deze jaren met onze geestelijke ontwikkeling? Is er echt sprake geweest van reformatie of was het niet .meer dan restauratie herstel van de vroegere toestand. En de geestelijke situatie was voor 1940 niet zo goed. De christenen in Nederland hadden' de weelde van hun invloed en machtspositie niet kunnen verdragen. Al tijdens de oorlog kwam er in de Gereformeerde Kerken een scheuring. Sindsdien is de verwijdering in gereformeerde kring nog groter geworden.
Gereformeerd zijn zegt nauwelijks nog iets. De ontreddering in kerkelijk Nederland, protestants en rooms-katholiek is erg groot geworden. De invloed van het Evangelie is tanende. Is er nu voldoende oog voor de bedreiging van onze vrijheden?
Het gevaar van het nationaal socialisme werd voor de oorlog door maar weinigen onderkend.
hoewel “Mein Kampf" van Adolf Hitler daarover duidelijk genoeg was. Van dit geschrift, waarvan de 1e druk in 1925 verscheen, waren bij het uitbreken van de oorlog 8 miljoen exemplaren verkocht. Dat nationaal socialisme zal wel niet in dezelfde vorm terugkomen, maar wel in andere vormen en onder andere leuzen. De democratie wordt thans op verscheiden wijzen o.m. door buiten parlementaire acties ondermijnd.
Is in Nederland bij velen niet een beginselloosheid te constateren, die deze dingen niet meer weet te onderscheiden? In 1945 hoopten wij op een duurzame vrede. Al wordt in West-Europa niet gevochten, daarbuiten zijn steeds weer oorlogen. En ook hier gaan de oorlogsvoorbereidingen door. Alleen is het zwaartepunt, verlegd. Niet meer West-Europa, maar de Ver. Staten en Rusland zijn nu de grootmachten, al hebben in Nederland veel mensen dat nog niet door. De onverdraagzaamheid wordt steeds groter, ook tegenover hen, die naar het Evangelie willen leven. Via zogenaamde antidiscriminatiewetgeving tracht men ook christelijke organisaties van hun, rechten en vrijheden te beroven.
Bezwaren tegen herdenking van de bevrijding op 'Zondag worden genegeerd.
De eerbied van het leven wordt steeds geringer. Men behoeft slechts te denken aan euthanasie en abortus. Steeds minder wordt erkend, dat alleen het Evangelie de weg is naar vrede en vrijheid en dat Jezus Christus de, enige levensvernieuwer is. Wij gedenken dankbaar, dat God ons land van de barbarij heeft bevrijd. Wij gedenken, dat toch ook met zorg in ons hart. Wij gedenken, dat is wij halen ons voor de geest wat er in de afgelopen jaren met ons land gebeurd is. Wij zien daarin toch steeds de goede hand van onze God en Vader. Ook na Auschwitz blijven we geloven, dat er niets zonder God gebeurt. Bij dit herdenken komen er allerlei gevoelens bij ons op. Schaamte over het vele waarin wij als Nederlandse volk en ook persoonlijk gefaald hebben. Dankbaar over wat wij van God mochten ontvangen.
Zorg voor vele verkeerde ontwikkelingen in ons land. Maar ook vertrouwen, dat God ons niet zal loslaten, zelfs als Hij over Nederland zou toornen.
Mijn schild en de betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer!
Op U zo wil ik bouwen,
Verlaat Mij nimmermeer.