Overdenking bij een herdenking

1985-05-03
  • Jaargang 29
  • nummer 18
In de maand mei van dit jaar zal op vele plaatsen in Europa het feit herdacht worden, dat op 7 en 8 mei 1945 respectievelijk in Reims en in Berlijn de capitulatie van de Duitse legers zijn beslag kreeg. Dit alles is nu 40 jaar geleden. Er zal weer veel aandacht gegeven worden aan wat veertig jaar geleden in ons werelddeel zich afspeelde. Radio en tv zullen er ruim aandacht aan besteden. Ook zullen er weer veel boeken verschijnen over het thema Tweede Wereldoorlog, ergens las ik minstens vijftig nieuwe boeken. Ook zullen er weer duizenden op de avond van de vierde mei staan bij het monument op de Dam in Amsterdam, op de Waalsdorpervlakte, bij dat, althans wat mijzelf betreft, zo ontroerende monument op de heide bij Westerbork, vanwaar 93 treinen volgepakt met Nederlanders en joden, hun reis begonnen naar de vernietigingskampen in Polen.

Er zal een korte stilte betracht worden, er zullen ongetwijfeld weer mooie woorden gesproken worden, waarin we elkaar weer opnieuw plechtig beloven dat we alles in het werk zullen stellen om te voorkomen, dat opnieuw een totalitaire ideologie het leven tot een hel zou maken in de wereld, waarin wij nu, en onze kinderen in de toekomst, moeten leven. En vooral zij, die het zelf meemaakten, zijn met grote bezieling bezig iedereen, voor wie dit afles steeds meer een verhaal uit een boek dreigt te worden, er van te doordringen hoe belangrijk het is te weten, wat er gebeurde en ook proberen te begrijpen, waarom de dingen gebeurden, zoals ze gebeurden. Alleen hun aantal wordt steeds geringer en er komt een moment, dat ook de indringende, waarschuwende stem van de laatste oorlogsveteraan zal verstommen. Maar dan hebben we, dacht ik, het verhaal van de oorlog in vele toonaarden kunnen horen en je vraagt je wel eens af, wie alles wat er nu nog verschijnt, ook daadwerkelijk zal gaan lezen. Heeft deze vloed van litteratuur nu ook bijgedragen tot een groeiend historisch besef? Of komen we in ons land niet verder dan te constateren, dat het wel heel erg is geweest om dan vervolgens onder het motto, dat je nu eenmaal niet zo lang bij het verleden kunt stilstaan, rustig verder te leven, ons wat afsluitend van de wereld rondom ons heen, ons .misschien ook wel wat afschermend tegen stemmen, die ons waarschuwen willen en ons oproepen waakzaam te zijn voor bedenkelijke ontwikkelingen in onze tijd. Natuurlijk hoeven we als christenen niet onmiddellijk in elke demonstratie mee te lopen, ons niet direct in te zetten voor wéér een nieuw actiecomité, er worden ook veel loze kreten geslaakt, vaak blijkt ook veel onkunde, men wordt dan ook heel gemakkelijk gemanipuleerd

Fascisme
Als het gaat om de zin van de herdenking dit jaar zal daar ongetwijfeld heel vaak gesteld worden, dat die hierin gelegen is, dat we inzien welk een gevaar het fascisme in zich bergt en dat we elke vorm van neofascisme de kop moeten indrukken. Daarbij zal het accent vallen op de bestrijding van het racisme, zoals dat zich openbaarde in Hitler-Duitsland. Ik denk ook, dat die aandacht voor dit aspect van het fascisme terecht is. Bovendien is de term fascisme kennelijk voor velerlei uitleg vatbaar, wat niet zo vreemd is, aangezien ook de kenners er moeite hebben een duidelijke definitie te formuleren. Tegenwoordig is het al gebruikelijk om de term fascisme te hanteren in al die gevallen, waarbij de overheid het noodzakelijk acht bepaalde vormen van geweld toe te passen ten einde onze rechtsstaat in bescherming te nemen. Toen na de wereldoorlog in Oost-Europa de ene volksdemocratie na de andere ontstond, waarbij uiteindelijk een puur communistische staat overbleef, werd allen, die hier niet aan mee wilden werken, voor het gemak maar aangeduid met fascisten. En de Prawda, schrijvend over de Hongaarse opstand in 1956, concludeerde, dat hier sprake was van duidelijk fascistische invloeden. Op deze manier wordt de term fascisme niet meer dan een ordinair scheldwoord. Wie soms de uitingen van de "spuitbuscultuur" op muren, viaducten en schuttingen leest, kan ook daaruit concluderen, dat er. zeer vreemd met de term fascisme wordt omgesprongen. Willen we serieus waken voor de herleving van het fascisme in onze tijd, dan is het nodig eerst goed te weten, waar de wortels van deze ideologie in het verleden hebben gelegen en dat is niet eens zo'n eenvoudige zaak. Vanzelfsprekend kan dit artikel in Opbouw niet de pretentie hebben dit volledig te doen. Er zijn over dit thema zeer grondige studies verschenen, het enige wat ik in het kader van dit artikel zou willen doen, is een poging te wagen aandacht te vragen voor een aantal oorzaken, die leidden tot het ontstaan van het fascisme bij bepaalde groepen in de samenleving.
Cultuurcrisis
Een oorzaak die vaak genoemd wordt is die van een door een grote economische crisis getroffen samenleving, waarvan velen zich in hun wanhoop laten misleiden door een demagoog als Hitler en hem dan blindelings volgen. Dan de lieden van bedenkelijk allooi. die zich uitstekend thuis voelen in de sfeer van gewelddadigheid, waarin ze hun lusten kunnen botvieren. Dit was er natuurlijk óók, maar dan blijven we toch met de vraag zitten, hoe het mogelijk is, dat óók mensen, die allerminst in een wanhopige situatie verkeerden, soms hoogbeschaafde mensen, soms ook eerlijke idealisten, zich toch aansloten bij de Nazi-partij of er althans mee sympathiseerden, Als we dit constateren kunnen we het niet laten bij een sociaal economische verklaring alléén. We kunnen dan vaststellen, dat de oorzaken veel dieper liggen, nl. dat er eigenlijk een sprake is van een cultuurcrisis. Er was vóór de eerste wereldoorlog toch duidelijk sprake van een vooruitgangsoptimisme, we waren toch op de goede weg. Je komt dit tegen bij de liberale denkers, ook het democratisch socialisme ziet steeds meer van haar idealen verwezenlijkt, de technocraten hebben het idee, dat de mens steeds meer greep krijgt op het wel en wee van deze wereld.
En in deze wereld breekt dan een wereldoorlog uit, die slechts verschrikkingen biedt die mensen diep heeft geschokt. Voor hen stort de wereld in, ze zijn radeloos, ze zijn de zin van hun leven kwijt geraakt. Dan komt daarbij nog in 1917 de Russische Revolutie. Uiteraard voor de aanhangers van de leer van Marx een teken van hoop, echter voor verreweg de meesten hier in het westen een schrikbeeld, zeker als men constateert dat het bewind van de Bolsjewieken al vrij spoedig afglijdt naar een dictatuur, die zeker in de tijd van Stalin in bepaalde opzichten een griezelige verwantschap vertoont met het Nazi-regime in Duitsland. Voeg daarbij dan ook de naoorlogse jaren geen herstel brengen van de stukgeslagen zekerhedenmet name in Duitsland en Italië verslechtert de situatie eigenlijk alleen maar+ dan is daarmee wel voldoende getekend de diepe crisis waarin Europa zich bevindt.
Wat Duitsland betreft kwam daarbij uiteraard ook nog de vernedering, de verloren oorlog, het gevoel onrechtvaardig te zijn behandeld.
In dit Duitsland schreef Oswald Spengler zijn "Untergang des Abendlandes", waarin alle optimisme verdwenen is en eigenlijk ook geen enkel perspectief meer geboden wordt. En in deze volgens Spengler tot ondergang gedoemde wereld, verschijnen dan mensen als Missolini en Hitler ten tonele, zij pretenderen wél een toekomst te kunnen bieden voor al die onzekere, vertwijfelde mensen. En hun aanhang groeit, ook bij mensen, die maatschappelijk gezien, misschien geen reden tot wanhopen hadden. Sommigen doen dat zeer overtuigd, anderen wat aarzelend, op de duur toch overstag gaand, slechts weinigen komen tot de overtuiging, dat ze misleid worden en hebben de moed om terug te keren op hun schreden, om tenslotte zelfs actief verzet te plegen.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief