Overdenkingen bij een herdenking (2-slot)
1985-05-10
Idealisme- Jaargang 29
- nummer 19
Toch zijn het niet alleen brave doorsnee burgers, die in de twintiger jaren geboeid raken door het fascisme. Er zijn ook jongeren, die vol idealisme om geheel andere redenen zich laten misleiden 'door de kretologie van Hitler en Mussolini. All vóór de Eerste Wereldoorlog heerste er, bij een bepaalde groep jongeren verzet, tegeneen samenleving, die alleen maar uit is op eigen belang, op persoonlijk nut. Tegen een mentaliteit van "we hebben het goed en het wordt nog steeds beter". Voor hen kent deze samenleving geen spanning meer, er zijn geen grote idealen meer om voor te vechten, het is er zo bedompt, ze kunnen er niet meer in ademen. Jacques de Kadt gaat in zijn boek "Het fascisme en de nieuwe vrijheid" zelfs zover, dat hij dit protest tegen een geest van platvloers materialisme in wezen iets goeds noemt en zo tot de uitspraak komt: Ik haat het fascisme niet omdat het alleen maar iets slechts is, doch omdat het de pervertering, het bederf, van zoveel goeds is. En zo zijn e,r jongeren geweest, die hebben ,gemeend, dat het fascisme hen de kans bood om boven de grauwe middelmaat uit te stijgen, om '"heroïsch" te leven. Zo zijn er geweest, hier slechts kort aangeduid, de katholieke jongeren, veelal kunstenaars en intellectuelen, die met name in het optreden van de toenmalige RKSP een verloochening zagen van de zuiver katholieke beginselen. Zij verfoeiden de sfeer van compromissen, die het politieke bedrijf kenmerkten en streefden naar een - zoals zij dat noemden - "integrale" verwezenlijking van de katholieke beginselen in staat en maatschappij. Men spreekt ook wel van de z.g. Herstelbeweging. Er zijn er uit deze beweging, die zich ook zeer aangesproken voelen door de fascistische idealen van met name Mussolini.
Al dient hierbij aangetekend te worden, dat niet iedereen, die bij deze beweging betrokken was, later automatisch zich aansloot bij de NSB. De Brabantse priester, Wouter Lutkie, was een vurig bewonderaar van Mussolini. Hij noemde hem de man, in wie "Gods vinger" kenbaar was.
Toch moest deze Lutkie later niets van de Nazibeweging hebben, hij was heftig anti-Duits en heftig antinazi. Ook deze nuance moeten we aanbrengen. Tevens moeten we vaststellen, dat deze groepen in ons land altijd van zeer beperkte omvang zijn gebleven, vooral door de later zo verguisde verzuiling van ons volk. Tevens stond er ook nooit in hun midden een echte leidersfiguur op, die aantrekkingskracht genoeg uitoefende om ook maar enigszins in de voetsporen te kunnen treden van hun grote voorbeeld Mussolini. Naar ik hoop, is het uit het voorgaande duidelijk geworden, welk een complex verschijnselen het fascisme eigenlijk is en ook hoe op zich zelf eerlijke idealisten, die zich zorgen maakten om de samenleving, waarin zij toentertijd leefden, omdat waarden, die zij bedreigd achtten,. moesten worden verdedigd, toch tenslotte terecht kwamen bij een ideologie, die de onmenselijkheid principieel tot dogma verhief. Het is gemakkelijk vanuit onze situatie in 1985 scherp te oordelen en te veroordelen. Wie de moeite wil nemen, het spoor terug te volgen naar de twintiger jaren en daarna, zal wat bescheidener oordelen en wellicht wat minder snel veroordelen. Naast begrip zullen we er echter ook onze lessen uit moeten leren.
Duitse predikanten
Onlangs las ik een boek over de vragen, die rijzen aangaande de houding van Duitse predikanten in de Hitlertijd, Zij, die wisten van het "Gode meer gehoorzaam moeten zijn dim de mensen" en toch niet hun stem verhieven, toen de Naziterreur losbarstte. Ze sloten zich niet aan bij de Belijdende Kerk, ze zwegen. Ze deden plichtsgetrouw hun werk in hun gemeente, ze brachten géén politiek op de kansel, soms ook was 'hun afkeer van "rood" zo groot, dat men de "bruine" benden het voordeel van de twijfel gunde. En zo wilden ze bepaalde dingen dan ook beslist niet zien. Een dochter van een predikant uit deze dertiger jaren, zit met de benauwende vraag, waarom haar vader, dienaar. van het goddelijk Woord, bij zoveel goddeloosheid toch bleef' zwijgen, Ze doet dat, door ook het spoor terug te volgen, door gesprekken met vroegere gemeenteleden van haar. inmiddels overleden vader. Ze doet dat, op 'n zeer fijngevoelige manier, want het gaat om háár vader en ze wil rot een eerlijk oordeel komen. Ze tekent hem als een man van vrede, die het boze niet heeft weerstaan, .
omdat hij alleen het goede kon en wilde zien. (Als U geïnteresseerd bent, het boek heet: Predikant in Nazi-Duitsland door Ruth Rehman, Uitgave Kok, Kampen.)
Herhaling?
Na deze terugblik nu naar ons herdenken in 1985. Hoe en wát herdenken we? Hoe proberen we een antwoord te geven, op vragen, die vanuit het verleden op ons aflkomen, vragen, die we niet zo maar van ons kunnen afschudden. Op de Oesterbegraafplaats in Amsterdam staat het Auschwitzmonument. Bij dit monument het opschrift: Nooit meer Auschwitz.
Wat het werkelijk voor iemand betekent om in Auschwitz te hebben gezeten- en dan die hel ook nog te overleven, kan ik mij niet .indenken. Wat ik me wel goed kan indenken is, dat je, dit alles mee gemaakt hebbend, zegt: Dit nooit weer. Alleen: zal de wereld echt nooit meer zo iets mee maken? Misschien niet inexact dezelfde vorm, want in die zin zal de geschiedenis zich m.i.
niet herhalen. De mensheid wordt geacht van de geschiedenis het een en ander te leren, maar wie de wereld van 1985 beziet, kan wat dat betreft, onmogelijk van enig optimisme blijk geven. Concentratiekampen zijn er ook nu nog in de wereld, weliswaar niet met gaskamers en crematoria; maar toch oorden, waar een mensenleven niet zo zwaar telt.
Dwaze moeders uit Argentinië demonstreerden jarenlang wanhopig omdat in hun land zomaar mensen verdwenen. En in Peru en Bolivia schijnen deze "verdwijningen" ook voor te komen.
In Oeganda heerste jarenlang een bloeddorstige, zwarte dictator, Idi Amin (of zijn we dat alweer vergeten?). Wat- gebeurt er nu in de woestijnoorlog tussen Iran en Irak? Wat gebeurt er in dat voor ons zo verre, vreemde Afghanistan? En, om bij het onderwerp te blijven, hoe staat het met, de herleving van het fascisme in onze wereld? Geen enkel regiem in de wereld noemt zich officieel fascistisch. Dat zij zo, maar bepaalde trekken van sommige machthebbers komen ons toch wel zeer bekend voor. We horen af en toe van, weliswaar kleine groepjes in Duitsland, die het hebben over de "leugen van Auschwitz" en in ons eigen land hebben we te maken met een Centrumpartij, die we; op zijn zachtst gezegd, dienen te wantrouwen. NI gaat het mij wat ver, om zoals soms gebeurt, een regelrecht causaal verband te zien tussen b.v, de discriminatie van vreemdelingen in ons land en het uiteindelijk resultaat van het racisme in Hitler-Duitsland, nl. de vernietigingskampen in Polen.
Postchristelijk
Wel is het evident dat ook wij een zeer diepe crisis in onze cultuur beleven. Als christenen, gaan we in een eertijds Christelijk Nederland tot een minderheid behoren. Al kan ik me toch niet aan de indruk onttrekken, dat we het verleden, wat dat betreft, wel eens, te' rooskleurig voorstellen. Er wordt gesproken van- een postchristelijk tijdperk. (Overigens las ik gisteren in de krant van een Joegoslavische hoogleraar, die sprak over het postatheïstische(!) tijdperk. Dus in dat kamp voelt men zich ook niet helemaal gerust.) Dat postchristelijke van onze tijd, brengt ons er ook toe ons zorgen te maken over de toekomst, We voelen ons bedreigd door vele ontwikkelingen. We voelen ons gedrongen op de bres te staan voor de waarden van het christendom, als die steeds meer geminacht worden. Anderen spreken van achterhoede gevechten, alsof achterhoedegevechten altijd zonder betekenis zouden zijn: Voor hen, die deze gevechten leveren vanuit de Christelijke hoop, zijn, ze nooit zinloos, Het is alleen wel geweldig belangrijk, hoe we deze strijd voeren. In de twintiger en dertiger jaren zijn er, ook christenen, geweest, die bij het op de bres staan voor de waarden, die ze meenden te moeten verdedigen, het uiteindelijk niet zo nauw meer namen met de middelen die men gebruikte. Zo kunnen ook wij, met de beste bedoelingen en zonder dat we dat zelf beseffen, al verstrikt zitten in de netten van de een of andere ideologie.
Prof Goudzwaard omschrijft daarbij het begrip ideologie als volgt: Een stelsel van waarden, opvattingen, motieven en normen, dat als instrument mag en moet worden aangewend om een allesoverheersend praktisch doel te verwezenlijken. We kunnen ook oude waarden verdedigen, omdat dat ons beter uitkomt, om van moeilijke problemen ons af te wenden, een dergelijk conservatisme kan ook tot een ideologie worden. Een antihouding zonder meer kan nooit een goede, Christelijke houding zijn.
Onze taak
Maar is dan dit alles overdenkend, het dan toch maar niet beter om ons terug te trekken in de laatste bastions, die ons nog resten? Er van uitgaande, dat we daarin ook echt vredig kunnen overleven? Een dergelijke reactie is maar al te begrijpelijk, toch moet het z6 niet. We moeten toch maar weer aan de slag, er moet wat gebeuren.
We hebben toch nog een taak in deze wereld. En natuurlijk moeten we dan wel héél voorzichtig zijn, géén naïef optimisme. De structuren van deze samenleving, zullen heus niet zo snel onder onze "actiebereidheid" bezwijken. We moeten wel de maat van onze mogelijkheden leren kennen en ik denk, dat we ook rekenen moeten met de tijd,waarin we nu leven. We zullen misschien tevreden moeten zijn met een klein berichtje op een achterpagina, al zouden we misschien best ook heel graag nieuws zijn voor de voorpagina, zoals dat b.v. in de dertiger jaren vaak het geval was. We moeten ook in die zin maar heel bescheiden zijn, door niet al te snel te roepen, dat iets ons nooit meer zal overkomen. Op toogdagen en jeugdmeetings werd nogal eens gezongen: Ze zullen ons niet hebben, de goden van de tijd, niet om hun erf te wezen, heeft God ons nu bevrijd. Zo ongeveer zongen we dat. En we meenden het ook nog, vooral als je dat met duizenden tegelijk samen kon zingen. We zingen dit lied, denk ik, vandaag niet zo vaak meer, misschien kunnen we ook beter wat anders zingen. Laten we maar aan het werk gaan. Ook in een postchristelijk tijdperk, want we leven toch in het jaar Onzes Heeren 1985. Zelfs al lijden we voor ons gevoel alleen maar nederlagen.
D-day - V-day
De situatie, waarin wij als christenen nu leven, in de tijd tussen de komst van Christus bijna 2000 jaar geleden en Zijn wederkomst, wordt wel eens gekenschetst aan de hand van de feiten, die, we nu in deze tijd herdenken. Toen op 6 juni 1944 de Geallieerden landden op de kust van Normandië en zij niet weer de zee werden ingedreven, was dat de beslissende dag, althans zo zien wij dat hier in het Westen.
We spreken van D-Day (Decision Day). Het pleit was beslecht, toch zou de uiteindelijke dag van de overwinning nog op zich laten wachten tot mei 1945. Toen werd het V-Day. Daar tussen in moest er nog een zware strijd gestreden worden. Dat besef je heel goed als je eens wat ronddwaalt over het Amerikaanse oorlogskerkhof bij Margraten in Limburg.
Voor velen was de laatste oorlogswinter zwaar en donker.
Voor ons gevoel wordt het in onze tijd alleen maar donkerder. Toch weten we van de V-Day van Jezus Christus, al kunnen we de datum niet in onze agenda's invullen. We zijn met Hem wèl zeker van de overwinning. Epen bekend Engels gezegde luidt: De nacht is het donkerst voor de morgen. Welnu, in die duisternis moeten wij maar proberen lichtpunten te zijn, want daar is dan wel behoefte aan. Misschien doen we dat niet altijd even overtuigend soms zijn het wat armetierige vlammetjes, ze waaien ook wel eens uit, maar toch mogen we het, steeds opnieuw weer wagen, opdat onze werken gezien worden door de mensen. Want onze Lichtbron is ook 40 jaar na de voorval van 1945 nog steeds dezelfde. Het is Het Woord, dat een lamp is voor onze voet en een licht op ons pad. Let wel, voor onze voet en op ons pad. We kunnen dan niet alle problemen oplossen, vele vragen blijven onbeantwoord. We krijgen echter wèl licht genoeg, terwijl het verder om ons heen, donker blijft: om stap voor stap verder, te komen en dat moet ons genoeg zijn.
Geraadpleegde litteratuur
A. A. de Jonge : Het Nationaal Socialisme in Nederland - Den Haag 1968.
L. M.H. Joosten: Katholieken en Fascisme in Nederland - Hilversum 1964.
H. G. Leih: De droom van de revolutieKampen 1975.
B. Goudzwaard: Genoodzaakt goed te wezenKampen 1980.
A. A. de Jonge: Crisis en Critiek der Democratie - Assen 1968.