Minderheidsstrategie

1985-05-10
  • Jaargang 29
  • nummer 19
Strating enDe Jong
Het is alweer enige tijd geleden dat de heer Strating uit Woerden in ons blad de discussie aansneed over Christelijke actie of getuigenis' (Opbouw, 11 januari '85). Inmiddels zijn we enkele maanden verder, en hebben we - naast een reactie op genoemd artikel door ir. A. Kadijk uit Dronten (1 februari '85) een aantal artikelen van ds H. de Jong gehad over verwante onderwerpen. Ik doel op de artikelen 'De postchristelijke overheid' (15 en 22 februari '85) en 'Aggiornamento' (8 februari '85). Aan laatstgenoemd artikel' heb, ik bovenstaande titel ontleend.

Als ik het goed zie namelijk, dan komt dat wat Strating ,als 'getuigenis' typeert, heel dicht bij wat in het betoog van De Jong onder 'minderheidsstrategie' zou (kunnen) vallen. Leest u nog maar eens de 'uitwerking' van zo'n minderheidsstrategie voor de christelijke politiek, zoals De Tong daarover schrijft in het 2e artikel 'De postchristelijke overheid'.
Ter, illustratie één citaat: "Zou christelijke politiek dan vandaag niet hieruit moeten bestaan dat." wij er (dus) onder het uitdrukkelijk noemen van de naam van God voor ijveren' dat de mens in onze samenleving met zijn gezag (5e gebod), met zijn leven (6e gebod), met zijn gezin (7e gebod), met zijn goed (8e gebod), en met zijn naam veilig is?
Vrij bescheiden doelen zouden we ons dan stellen, maar de naam van God zouden we er publiek bij kunnen opheffen." Nog één citaat, om het beeld compleet te maken: "Want het politieke leven lijdt onder een tekort aan godvrezendheid sic.!) - Het is niet goed als Gods naam nooit klinkt. Daar kwijnt de humaniteit bij weg, ook in haar bescheidenste vormen."
Vergis ik me, als ik meen dat deze opstelling door dhr. Strating als 'getuigenis', in tegenstelling tot 'actie', zou worden aangemerkt?

Tweestromenland
Dhr. Strating ontwaarde in .zijn artikel een Tweestromenland het christelijk getuigenis versus christelijke actie. Hijzelf ziet die zé duidelijk, dat hij het voor onmogelijk houdt dat een ander ze niet zou zien; hij schrijft over een niet te ontkennen' bestaan van die twee. En hij doet een hartstochtelijk beroep op betrokkenen w.o. het RPF-bestuur om het bestaan van zo'n tweestromenland te erkennen en te werken aan het samenbinden van beide. (of dhr. Strating dus 'Opbouw' voor ogen heeft!) Inderdaad moet toegegeven worden dat zoiets als een tweestromenland bestaat. Maar of de grens tussen die beide samenvalt met die tussen actie en getuigenis, waag ik te betwijfelen, In alle nuchterheid kan ik niet inzien, waarom iemand er tijd en moeite voor zou opofferen om in het bestuur vaneen kiesverenigingzitting te nemen, als hij zij eigenlijk uit is op 'getuigenis i.p.v. actie. Zo iemand kan beter lid worden van een evangelisatiecomité, zendingscommissie, actief meewerken aan evangelisatie of zendingswerk. In een politieke partij is de man/vrouw w.s. toch niet zo 'happy'.

Kun je de RPF afdoen als een getuigenispartij? Kom nou, u weet wel beter! En is de jonge RMU(Reformatorische Maatschappelijke Unie) louter een'getuigenis' tegenover de 'actieve’ CNV? Hoe zit dat met de Stichting Bijbel en Onderwijs versus de Unie School en Evangelie)? Moet toch ook niet – in alle eerlijkheid - gezegd worden dat de EO méér is dan een boodschap? Het is een omroep met de Bijbel, maar dan toch wel een omroep! En zo is ook de RMU een vakbond met de Bijbel, en de RPF een politieke partij met de Bijbel!

Moed vatten
Overigens mag het bestaan van de EO als Bomreep ons aan het denken zetten over de te volgen 'minderheidsstrategie', stellig, als christenen zijn we fors in de minderheid. Maar toch ook weer niet zo, dat we niets meer zouden voorstellen, geen enkele invloed meer zouden kunnen hebben op de samenleving en de cultuur. Zeker, we moeten ons bescheiden opstellen en geen al te hoogdravende idealen nastreven,maar dat we ons op moeten stellen, een standplaats moeten kiezen, dat staat als een paal boven water. We zullen moeten zorgen voor een helder en duidelijk geluid. Niet (teveel) vervormd door stoorzenders. We zullen duidelijk moeten aangeven, uit welke levensbron we putten. En Wie nu eigenlijk de schepping regeert. En Wie liefde uitstort over mensen.

Gewoon. Eenvoudigweg, omdat we het zelf ook allemaal gratis voor niets hebben ontvangen. Omdat het levensecht is! Laten we elkaar vooral niet in de put praten. Zo van: het gaat steeds slechter met de wereld, En ook christenen maken er een potje van. Dat zal allemaal wel waar zijn. En misschien leven we zelfs ai in de eindtijd, en wordt het allemaal veel erger. Maar dat mag ons niet bij de pakken neer doen zitten. Die bij ons is, is meer dan die bij hen is. Aanpakken geblazen! Die kreet is ook al weer uit de mode: God is dood, Marx is dood, en ik voel me zelf ook niet zo lekker. Zelfs 'doemdenken’ is al niet meer in!
Wat voor een christen telt: Gods' belofte en Zijn eis. Gehoorzaam zijn èn kracht ontvangen. En de zegen aan Hem overlaten.

Nee, ik kan echt niet zien dat er een tweestromenland zou zijn, met aan de ene kant alleen maar 'getuigenis' en aan de andere kant alleen maar 'actie'. De grens loopt anders.
Mijns inziens is het onontkoombaar om als gemeenschappelijk kenmerk van genoemde organisaties te noemen, dat ze een (kleinere of grotere) minderheid vormen binnen de Nederlandse samenleving, waar ze opkomen voor gehoorzaamheid aan Gods wetten en normen, waar ze erop wijzen wat de dieperliggende geestelijke oorzaken zijn van het verval in de samenleving (dat heeft dhr. Strating goed gezien!). Dan moeten we hen niet typeren als 'getuigenisorganisaties (versus 'actieorganisaties) maar als gehoorzaamheidsorganisaties.

Vernieuwing van christelijke organisaties
Het moet ons toch aan het denken zetten dat in de laatste 10 tot 15 jaar zoveel christelijke organisaties zijn 'opgevolgd' door nieuwe: de 100-jarige VU door de Evangelische Hogeschool, de 100-jarige ARP door de RPF, de 100-jarige Unie School en Evangelie door de Stichting Bijbel, en, Onderwijs, de 60jarige NCRV door de EO, de 75-jarige CNV door de RM ...

Het is ons toch bekend, hoeveel terechte zorg er is over het christelijk gehalte van al die 'bejaarde' organisaties, ik haast me om erbij te zeggen, dat voor mij - met velen! die zorg gemengd is met enorm grote waardering voor wat die organisaties hebben mogen en kunnen doen in dienst van Gods Koninkrijk, en met nog meer respect (en, waar mogelijk actieve steun) voor de hardwerkende en trouwe christenen die in geweten menen hun post nog niet te mogen verlaten (hetzij als lid, hetzij als werker in het veld). Ik heb op dit punt een andere mening, maar dat laat mijn respect en steun onverlet!

Oppassen voor aanpassen
Is het niet onontkoombaar om de vraag te stellen of met de ouderdom niet ook een forse slijtage van het christelijk elan is verdwenen. Is het verlangen naar macht niet ten koste gegaan van de gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord - met alle goede bedoelingen wellicht? Anders gezegd: heeft men de grondslag en doelstelling niet 'al te vaak aangepast aan wat haalbaar was? (vandaar de titel hierboven: 'Oppassen voor aanpassen!') Moge ik in dit verband herinneren aan wat prof. Berkhof schreef in Trouw van 29 januari j.l over de rol die protestants-christelijke ministers hebben gespeeld (of spelen) in de dechristianisering van onze Nederlandse samenleving.
Hij noemt hen 'koplopers in een proces, waarin God en godsdienstige normen tot privézaak werden', d.w.z. waarin God en godsdienstige normen als 'niet ter zake doende' voor wat betreft de samenleving terzijde werden geschoven.

Kortom, met alle verschuldigde respect voor de vele trouwe christenen binnen genoemde 'bejaarde' organisaties: hoe christelijk zijn ze nog? Of zijn ze ook al ten prooi gevallen aan de geest van 'aanpassing', waarvoor o.m. Schaeffer nog in zijn laatste boek 'A Christian Manifesto' zo nadrukkelijk gewaarschuwd heeft? Ik meen van wel. Het verschil tussen CNV en RMU (of CDA en RPF) is niet dat tussen 'actie' en 'getuigenis'. Ook niet tussen 'niet (meer)christelijk' en 'weer wel christelijk'. Wél dat tussen enerzijds organisaties met een uitgeholde grondslag dan wel gebrekkige binding in de praktijk van het werk aan die grondslag, en anderzijds organisaties waarbinnen opnieuw gekozen voor een duidelijke onderworpenheid aan God en Zijn Woord. Zoals dhr. Strating schreef:

Christelijke actie als getuigenis
Christelijke actie (maatschappelijk, zowel als politiek) moet gericht zijn op hervorming van scheve maatschappelijke verhoudingen. Verhoudingen. over de gehele breedte van de samenleving. De verhouding van burgers tot de Overheid, van groepen burgers tot elkaar, van burgers onderling. Dat eist begrip voor gewijzigde omstandigheden, Christelijke actie zal echter steeds voorafgegaan moeten worden door een toetsing van verhoudingen, aan de normen en waarden van het Evangelie. Die toetsing kan tweeërlei gevolg hebben: acceptatie of afwijzing van bestaande verhoudingen: Op beide moet actie volgen: verdediging of 'bestrijding en verandering van het bestaande. Beide zal met argumenten en overtuiging moeten geschieden. Die twee-eenheid van toetsing en actie (zo u wilt bezinning en actie) zal een christelijk getuigenis naar de samenleving uitstralen. Zo'n getuigenis zal door de eenheid van toetsing en actie geloofwaardig en overtuigend kunnen zijn. Bij dat alles hoeft een bezinning op de geestelijke oorzaken van scheefgetrokken verhoudingen niet te ontbreken. Die geestelijke oorzaken kunnen het resultaat van de christelijke actie zeker afbreuk doen en zelfs geheel teniet doen. Maar dat mag geen reden zijn de actie te beperken of achterwege te laten. Evenmin mag het een reden zijn tot de inzet van ontoelaatbare actiemiddelen (waartoe het stakingsmiddel overigens niet zondermeer gerekend mag worden). Christelijke actie mag niet alleen van de resultaten afhankelijk gesteld worden. Want met de christelijke actie zou ook het christelijk getuigenis verdwijnen.

Ik wil daaraan nog één opmerking toevoegen: Omdat het 'getuigenis' niet te beperken is tot de actie zelf, maar verder èn dieper strekt, is het m.i. niet geheel juist om te spreken van een christelijk getuigenis door enige actie. De actie is eerder onlosmakelijk gevolg van het getuigenis, dan omgekeerd, dat het getuigenis, zou voortkomen uit (of meekomen met) de actie. Daarom: simpelweg lettende op deze causaliteitsvolgorde tussen getuigenis en actie, is het onontkoombaar om eerst met het getuigenis (hoe ook geformuleerd) voor de draad te komen. Anders sticht je verwarring. Wie daarentegen de actie voorop wil stellen, moet zich ervan bewust zijn dat hij onbewust en onbedoeld een groot gevaar loopt, daarmee een ander getuigenis te geven dan een christelijk getuigenis (of althans het christelijk getuigenis niet helder en duidelijk door te geven.). Als gezegd: oppassen voor aanpassen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief