Als bankier bidden voor de beurskoers

2011-09-16
  • Jaargang 55
  • nummer 18
Het leven zit vol dilemma's. Ook op het werk loop je er soms tegen aan. En je denkt: wat moet ik hiermee? Christencollega’s die samen bidden in een gebedsgroepje kunnen daarover meepraten. Werkt dat bij hen anders, waar lopen zij tegenaan? Een terreinverkenning.

In 1995 werd de NS-gebedsgroep waaraan ik indertijd deelnam, geconfronteerd met een dilemma. Het betrof de rol van NS in de Tweede Wereldoorlog. Geen van de deelnemers had die tijd meegemaakt, en we hadden dus alleen informatie ‘van horen zeggen’. Het had ook geen enkele relatie met het bedrijf op dat moment. We hadden dit dus naast ons neer kunnen leggen. Hoewel: zou het inderdaad in geestelijke zin een smet of misschien wel een vloek over NS hebben gebracht, zoals gesuggereerd werd? Hoewel binnen onze gebedsgroep niet onomstreden (over dilemma’s gesproken), hebben wij hiervoor toch – plaatsvervangend – schuld beleden.
Vervolgens hebben we ook de NS directie uitgenodigd om schuld te belijden, en een ingezonden brief geschreven in het personeelsblad de Koppeling van 5 mei 1995. Dat resulteerde in een officiële afwijzing door de Raad van Bestuur. Toch bleven wij er geregeld voor bidden. Op 29 september 2005 kwam de verhoring alsnog: in een sobere maar indrukwekkende herdenkingsbijeen-komst in station Amsterdam Muiderpoort heeft NS bij monde van de president-directeur zijn verontschuldigingen aangeboden aan de Joodse gemeenschap en de andere betrokken groepen voor de rol van NS in de Tweede Wereldoorlog.

Dilemma’s
Bovenstaande is een voorbeeld van een dilemma op mijn werkvloer.
Maar er zijn legio andere dilemma's te verzinnen. Wat dacht je van een christelijke wethouder (of directeur) die ineens aanschuift bij een gebedsgroep?
Hoe voorkom je dat die gebedsgroep dan een politieke lading krijgt, of gemanipuleerd wordt? Hoe ga je als christen om met de druk vanuit het bedrijf om meer winst te maken en daarvoor mensen te ontslaan?
Moet je vuile was die naar buiten komt ter sprake brengen?
Verzet je je tegen egoïsme of manipulatie van aandeelhouders of commissarissen, of leg je je daar bij neer? Waarvoor bid je als militair op een missie?

Invloedsfactoren
De vraag is, in hoeverre deze dilemma's zich ook in een gebedsgroep openbaren. Wie zich er in verdiept, komt tot de conclusie dat dit van de deelnemers van de gebedsgroep afhangt.
Want, hoe werkt het in de praktijk? Heel simpel en voor de hand liggend eigenlijk. Hoewel elke gebedsgroep per definitie uniek is en zelf bepaalt hoe het er aan toe gaat, zijn er toch hoofdlijnen aan te geven. Voordat er samen gebeden gaat worden zal er meestal eerst een korte tijd van uitwisseling en inventarisatie van onderwerpen zijn. Daar gaat soms een Bijbeloverdenking aan vooraf die bij toerbeurt door de deelnemers wordt geleid. De deelnemers opperen dus zelf de punten van dank en de gebedsonderwerpen. In de gebeden daarna worden hardop ook wel spontaan zaken genoemd natuurlijk, want dat ligt open. Maar of er controversiële zaken aan de orde komen, en ook in welke vorm, dat is aan de deelnemers zelf. De bedrijfscultuur, (kerkelijke) achtergrond, karakter en positie in het bedrijf spelen hier een grote rol in.

Geestelijke dimensie
Belangrijk is in hoeverre de deelnemers de geestelijke dimensie zien.
Beseffen ze dat er een geestelijke strijd gaande is, ook gewoon in hun werksituatie? En dat onze tegenstander, de duivel, maar één ding wil: wanorde, chaos en letterlijk dood en verderf brengen? Eenparig gebed is daarbij een instrument dat hij terecht vreest, en dat hij daarom graag wil lam leggen en ontmoedigen.
Daarvoor schuwt hij letterlijk geen enkel middel… Controversiële onderwerpen en dilemma’s zijn hem dan ook méér dan welkom. Hete hoofden en koude harten, daar smult hij van: de gebedstijd gaat als het een beetje mee (of tegen) zit geheel op aan discussie. En als er toch nog enige tijdje over blijft of de discussie wordt afgekapt, dan is het voor ons christenen veel moeilijker om daarna toch eenparig Gods aangezicht te zoeken. Met een reëel gevaar dat er een wig tussen de deelnemers gedreven wordt, en er onenigheid op de loer ligt. Door de per definitie beperkte (gebeds-)tijd kan er immers miscommunicatie en wanbegrip over en weer te ontstaan.
Met frustratie en het wegblijven van deelnemers als gevolg – en dat is nou precies wat onze tegenstander wil!

Aanvaarden
Maar, die geestelijke dimensie heeft ook een andere zijde. Pas samen met alle heiligen kunnen we immers de veelkleurige wijsheid van onze geweldige God laten zien. Dat betekent dat er per definitie ruimte moet zijn voor ieders unieke inbreng. We kunnen niet zonder elkaar. Hoe zat het ook weer met die hand of voet of dat oog?
Een ieder heeft dus ook een eigen en unieke rol. Maar intuïtief kunnen we er nog wel eens genoeg van hebben, dat ‘wij de enige zijn die dit of dat zien of inbrengen.’ We verwijten dan de anderen dat zij niet zijn zoals wij.
Als we zo denken, hebben we 1 Korintiërs 12:12-27 nog steeds niet begrepen.
Pas als we elkaar en onszelf als volstrekt uniek aanvaarden, kan de Geest ten volle werken zoals Hij wil.
In een gebedsgroep speelt dit net zo sterk: iemand kan altijd aandacht vragen voor een bepaald onderwerp, en een ander steeds voor een andere zaak. Beiden hebben een volwaardige en waardevolle inbreng die we moeten koesteren! Dan is er ook geen probleem om controversiële onderwerpen en dilemma’s in te brengen, want die zijn niet bedreigend meer.
Waarbij we natuurlijk wel wijs met ieders inbreng moeten omgaan.

Durven
In de huidige tijd van kredietcrisis liggen sommige dilemma's voor het oprapen: de banken en verzekeringmaatschappijen met hun ondoorzichtige hypotheek- en spaarproducten en de bonuscultuur. Of een gebedsgroep daar zelf iets mee doet, is dus niet vanzelfsprekend. Allereerst: vangen ze de signalen hierover op? Zo ja, hoe zien ze dat zelf als enerzijds burger van Nederland, onderdeel van die organisatie en collega maar ook als burger van het Koninkrijk van God?
Voelen ze solidariteit met hun organisatie, of ervaren ze ook iets van onrecht en plaatsvervangende schaamte?
Het zou ook nog kunnen dat deelnemers zelf hieraan hebben meegewerkt, of het hebben gedoogd of zelfs goedgekeurd. Hiervan een punt maken kan dan begrijpelijk worden aangevoeld als een aanval op hun functioneren. Dat ligt dan dus heel gevoelig. Menselijkerwijze ga je dan in de verdediging, relativeer je en voer je verzachtende omstandigheden aan. Fouten erkennen en toegeven wordt dan moeilijk. Onder leiding van de Heilige Geest kan dat heel anders gaan: dan zeg je met Nehemia ‘wij hebben gezondigd’, en vraag je om vergeving. Soms moet je dat laten volgen door enige vorm van actie, want anders blijven het goedkope en ‘loze’ woorden. Dat zal je niet altijd in dank worden afgenomen, maar dat zij dan zo. Want als we één ding uit de Bijbel kunnen leren, dan is het dat onze God een God is van gerechtigheid en waarheid, die egoïsme, gesjoemel en leugen en bedrog in welke vorm dan ook haat en verafschuwt.
En die de kant kiest van de arme en hulpeloze en ons verantwoordelijk houdt voor onze daden. Wie zwijgt, stemt toe en is medeverantwoordelijk.
Zou het toevallig zijn dat veel klokkenluiders christen zijn?

Tevoorschijn
Als ik om me heen kijk, constateer ik dat christenen zich in de laatste drie decennia hebben laten wegdrukken uit het publieke domein. We hebben de boodschap van Gods Koninkrijk laten klinken in kerk en huiskamer, maar lieten ons geluid daarbuiten verstommen, met alle gevolgen van dien.
Ik durf de stelling aan dat wij daardoor mede schuldig zijn aan de huidige crises.
Gelukkig zie ik ook hoopvolle signalen: christenen op de werkvloer komen weer tevoorschijn, leggen met elkaar contact via onder meer sociale media als LinkedIn, presenteren zich daar ook als christen en vinden elkaar in hun bedrijf en beroepsgroep.
Samen bidden is daarbij een belangrijk instrument in Gods handen.

Mijn gebed is dat wij christenen weer onze positie zullen innemen, ons licht helder zullen laten schijnen en de moed zullen hebben om iets aan onrecht te doen als we daarmee geconfronteerd worden – HERE God, ontferm u over ons!

Maarten Pijnacker Hordijk is is sinds 1986 betrokken bij ‘bidden op het werk’, en publiceert regelmatig over ‘Christen-zijn op je werk’. Hij werkt bij ProRail in Utrecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief