Aan het front (Gedachten bij 2 Koningen 3)

2011-09-16
  • Jaargang 55
  • nummer 18
De schrijver van 2 Koningen is als een journalist met een cameraploeg, die allerlei reportages verzorgt. Aan het eind van hoofdstuk 2 laat hij zien dat Elisa zich vestigt in Samaria. Hoofdstad van het tienstammenrijk, dat afstand had genomen van de HERE en nu bezet was door afgoden. Enig idee van God was er wel, maar het werd overschaduwd door de aanbidding van Baäl en de nieuwe godsdienstcentra in Dan en Bethel. Hoe stel je je als profeet op in zo’n geseculariseerde samenleving? Hoe kun je dan iets van God laten zien?

Die gelegenheid deed zich voor, toen er oorlog kwam met het buurland Moab. Dat land was ondergeschikt aan Israël.
Jaarlijks moest Moab een forse bijdrage in natura schenken.
Maar de staat Israël werd instabiel door de dood van koning Achab en kort daarna de dood van zijn zoon Achazja.
Moab kwam in opstand. Dat liet Achazja’s opvolger Joram niet lopen. Hij mobiliseerde het hele volk en kreeg ook hulp van de koning van Juda. Vervolgens maakte hij ook nog een bondje met de koning van Edom.

Wie is God in de crisis?
Zo trekken de drie koningen op richting Moab. Niet via de noordkant, maar via de zuidkant van de Dode Zee, dwars door de woestijn. Strategisch gezien slim, maar dan moet de droogte niet te vroeg komen. Dikke problemen dus.
Paarden zonder water zijn als tanks zonder brandstof. En mensen zonder water zijn ten dode opgeschreven. Hoe betrekken de koningen God hierin? Wat betekent hun geloof?
En wat kan de profeet Elisa?
Voor koning Joram spreekt deze crisissituatie duidelijke taal: God geeft hen in handen van Moab. Heel vlot en vroom leidt deze koning de wil van God af uit de moeilijke omstandigheden waarin ze verkeren. Joram wil het bijltje erbij neer te gooien.

Als de geschiedenis een eindje vordert, komt ook koning Mesa in beeld. Hij dreigt intussen een grote nederlaag te leiden en heeft alleen nog 700 man van zijn keurtroepen over. Ook hij leidt uit de omstandigheden af hoe zijn god denkt. Kennelijk is hij in ongenade gevallen, anders had god hem vast en zeker geholpen. Maar Mesa geeft zich niet direct gewonnen. Hij probeert zijn god gunstig te stemmen door het grootste offer te brengen wat een mens kan brengen: hij offert zijn oudste zoon als brandoffer op de stadsmuur.
Voor vriend en vijand is zichtbaar, dat de koning alles voor zijn god over heeft. Wie weet wordt hij nu geholpen.

Het overkomt ons ook maar al te gauw, dat we Gods weg direct uit de omstandigheden afleiden. Als het slecht gaat, straft God ons. Als het goed gaat, zegent Hij ons. Waarbij zomaar de gedachte kan opkomen, dat God ons misschien wel gunstig gezind wordt als we ons maar heel erg inzetten voor Hem.

Ontvankelijk
Koning Josafat van Juda doet iets anders. Hij vraagt of er een profeet van de HERE is. Misschien wil hij de HERE raadplegen. Na een zoektocht wordt Elisa gevonden. Kennelijk is hij meegegaan met het leger om beschikbaar te zijn. Aan het front. Als een soort legerpredikant avant la lettre. Wie weet komt er een moment, dat hij namens de HEER kan spreken. En inderdaad, dat moment komt wanneer de drie koningen bij hem komen.
Eerst reageert Elisa scherp in de richting van Joram: ‘Wat, wilt ú dat ik de HERE raadpleeg?! Ga effen lekker naar de profeten van uw vader en moeder. Laten die maar hun best doen...!’ Maar dan laat hij zien dat de HERE heel anders is dan alle andere goden. God hoeft niet gepaaid met allerlei offers en rituelen. Hij is in zekere zin geen God van religie maar van relatie. Hij wil gebeden en geraadpleegd worden.
Hij wil contact.

Maar zorg dan wel dat je daarvoor ontvankelijk bent. Elisa beseft dat hij dat zelf op dat moment ook niet is. Hij is behoorlijk geïrriteerd en ontstemd. Daarom pakt hij zichzelf eerst aan om als een oude radio goed afgestemd te worden om Gods stem op te kunnen vangen. Je kunt teveel in beslag genomen worden door de omstandigheden, of door allerlei stemmen in je hoofd. Er moet een citerspeler komen.
Niet om mysterieuze muziek te spelen en in geheimzinnige, religieuze sferen terecht te komen. Maar om stil te worden, en ruimte te maken voor God.
En als dat dan gebeurt, vangt de profeet Elisa de stem van God op. Hij komt met een heel duidelijk verhaal. Een vreemde maar niet onmogelijke opdracht mét een belofte.
Durf je het aan om op Mij te vertrouwen en te leven van het Woord, dat uit de mond van de profeet voortkomt?

Anders
Onze God is geen god zoals mensen die bedenken (zie Psalm 115). God lééft en heeft ons het leven gegeven, en wil contact. Hij vraagt geen onmogelijke dingen, zoals het offeren van onze kinderen. Nee, Hij heeft ons zijn kind geschonken.
Wij hoeven Hem niet gunstig te stemmen, Hij is ons gunstig gezind. Wij hoeven ons niet in te zetten voor Hem, Hij doet het voor ons. Hij wil met ons in een relatie van liefde leven. Dan geeft Hij soms rare maar geen onmogelijke opdrachten, zoals greppels graven in een droge woestijn. Of om met een klein kruikje olie tientallen flessen te vullen. Of om met vijf broden en twee vissen meer dan 5000 man te voeden. En vandaag vraagt Hij ons om vanuit het evangelie van de vergeving en verzoening te leven in een tijd, waarin angst en haat gezaaid wordt. Om royaal te geven waar iedereen zijn hand op de knip houdt. Rare, vreemde dingen, maar niet onmogelijk.

En het begint bij het zoeken van Hem in gebed. Daar kwam het op aan in de tijd van Joram, Josafat en Mesa. Maar ook in onze tijd van Obama, Merkel en Rutte. Aan het front stil worden, ruimte en tijd maken voor Hem. Luisteren naar wat Hij te zeggen heeft, Hem vertrouwen en het dan ook doen...

Drs. Roel Venderbos is predikant van de NGK van Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief