Diaconale conferentie 1984 te Amsterdam

1985-05-24
  • Jaargang 29
  • nummer 21
Geachte zusters en broeders,
Het is mij een genoegen en voorrecht hier te zijn.
Een genoegen omdat ik de kring van de diakenen één van de aangenaamste en noodzakelijkste in de kerk vind.
Een voorrecht omdat ik een broeder ben van een ander huis en u iets mag vertellen over onze huishouding. U bent daarin geïnteresseerd.

Kerkelijk zijn we buren en familie. In veel plaatsen is er samenwerking of kanselruil tussen beide gemeenten. Soms is er sprake van één gemeenschap. Maar op bovenplaatselijk niveau is er eigenlijk alleen gesprek op dogmatisch niveau. En daar blijkt het moeizaam om familiaire buren bijeen en onder te brengen. Op het vlak van samen iets doen op bovenplaatselijk niveau - en dat betreft dan ook het diaconaat gebeurt nog niet veel samen.

De organisatoren van de Centrale Diaconale Conferentie en deputaten voor het diaconaat hebben de indruk dat de wil om samen iets te doen aanwezig is. Uit het feit dat ik hier sta blijkt dat zij er zelf ook mee bezig zijn geweest en zullen blijven. Alleen: onze kerkelijke kaders en structuren passen niet zo precies op elkaar. Daarom krijgt u vanmorgen informatie over hoe één en ander binnen Christelijke Gereformeerde kring is georganiseerd.

Door de Generale Synode van deze kerken zijn in de loop van de tijd een drietal deputaatschappen ingesteld die zich bezig houden met aspecten van het diaconaat en die aan die synode rapport uitbrengen, Het betreft hier deputaten voor Algemene Diaconale en Maatschappelijke Aangelegenheden - afkorting ADMA-, deputaten Hulpverlening in binnen-
en buitenland - afkorting Hulpverlening - en deputaten Kerk en Bedrijfsleven - afgekort tot KB. Grofweg is het onderscheid dat ADMA zich bezig houdt met binnenlands diaconaat.
Hulpverlening met werelddiaconaat en KB met de specifieke problematiek rondom arbeid.
Alle drie deputaten hebben vooral een bezinnende opdracht. Alleen Hulpverlening werkt ook uitvoerend.

Deze drie deputaatschappen hebben samen één buro met drie medewerkers: een secretaresse; een medewerker voor organisatie en secretariaat van de deputaten en een medewerker voor bezinning en toerusting.

Dit bureau is er ten dienste van de arbeid van deputaten en van de kerken. De naam is bureau Adma. Bij kerken moet u in dit verband vooral denken aan diakenen en diaconieën, al wordt het daartoe niet beperkt. Vanuit het buro wordt advies gegeven op specifieke vragen van diakenen. Voorlichting met betrekking tot allerlei ontwikkelingen, En informatie over actuele zaken. Veel van dit alles gebeurt schriftelijk: via het Diaconaal Handboek, het blad Adma-info, brochures e.d.

Daarnaast gaan we vanuit het bureau ook het land in. Er worden avonden belegd voor diakenen over diverse onderwerpen. Uit de afgelopen tijd noem ik u: de taak van de diaken in een dienende gemeente; diaconaat en ouderen; kerk en crisis; diaconaal huisbezoek.
Deze avonden worden veelal georganiseerd door de klassikale diaconale commissie. Bijna elke classis heeft zo'n commissie die een jaarprogramma maakt voor toerustingswerk van diakenen. Indien gewenst kan zo'n commissie een beroep doen op de functionarissen. Indien gewenst, wij kunnen zo'n commissie niets opdragen omdat ze zijn ingesteld door de classes en daaraan verantwoording schuldig zijn. Meestal behoort het wel tot hun taak contact met Adma te onderhouden.

Slechts in bijzondere gavallen gaan de medewerkers rechtstreeks naar diaconieën: U kunt zich voorstellen dat 180 gemeenten voor een paar mensen wat moeilijk te behappen zijn.

Naast dit alles is er ook een zelfstandige vereniging van diaconieën. Deze heeft de Chr. Geref. Vereniging voor Jeugdwelzijn met het jeugdhuis De Stuw, het adviesbureau de Burg en een voogdijvereniging in het leven geroepen. Tussen Adma en de Stuw is wel contact, maar geen formele band.

Nu de wat meer inhoudelijke kant van het werk: immers de kerken moeten gediend worden met de resultaten van de bezinning.
Deputaten houden zich bezig met bezinning - op het diaconaat en alles wat daarmee samenhangt. En, zoals u weet, dat is nogal wat. Alweer een paar jaar geleden is een stukje bezinning afgesloten met een brochure 'Dienst vanuit Christus'. Momenteel staat de visie op de diaconale gemeente in de samenleving en de plaats van de diaken daarin in het middelpunt. Alle diaconale bezig zijn, heeft zijn uitgangspunt in Christus.
Van Hem uit loopt een lijn via de gemeente naar de samenleving.
Diaconaat is in dit kader niet een grote hoeveelheid activiteiten, maar een gerichtheid. Vanuit de liefde van Christus richten we ons tot elkaar en tot allen.
De aard van het diaconaat wordt dan ook niet bepaald door de vormgeving; maar door de Bron van waaruit we leven. Diaconaat verschilt in vormgeving vaak niet van hulpverlening door niet-christenen. Het is diaconaat door de Bron en door de gerichtheid.
Werk door christenen is geen diaconaat als het niet gericht is op de ander, ook al is dat een werk van barmhartigheid. De hele samenleving staat onder het koningschap van Christus.
De gemeente mag de barmhartigheid en gerechtigheid van Christus in de samenleving laten zien, Zij dient als leesbare brief in de samenleving te functioneren.
Tussen de gemeente en de samenleving is een open verbinding, er zijn geen vaste grenzen.
OP. alle mogelijke manieren dringt de samenleving de kerk binnen. Maar ook het omgekeerde gebeurt en mag gebeuren. De gemeente is de voedingsbron en het actiecentrum voor diaconale activiteiten.

In die gemeente is de taak van de diaken om de gemeente toe te rusten en te stimuleren. Veel kerken hebben een O.T. ambtsopvatting, waarbij veel aan ambtsdragers wordt gedelegeerd. Maar diakenen moeten het diaconaat van de gemeente ondersteunen, zo nodig een voorbeeld geven, maar niet overnemen. Het ambt is geen doel, maar een middel ten dienste van de gemeente. En alle dienst die de gemeente ontvangt, ontvangt ze om weer door te geven aan de samenleving. Paradoxaal gezegd: een gemeente is geen diaconale gemeente omdat de diaconie veel doet, juist niet.

Probleem is dat in de opvatting van veel mensen de diaken ondergeschikt is aan de ouderling en de predikant. Diakenen hebben in die visie ook bijna niets te doen behalve collecteren en de bejaardenreis en kerstmiddag organiseren.
In veel gemeenten fungeert de diaken als een soort hulpouderling. Immers ouderlingen hebben veel werk, diakenen niet. Een goede diaken loopt dan ook het risico tot ouderling gekozen te worden. Van het omgekeerde is maar zelden sprake.
Trouwens van aandacht van predikanten hebben diakenen ook niet veel last, laat staan gemak. Over diakenen bestaat dus in het algemeen een negatief beeld en jammer genoeg hebben diakenen ook vaak een negatief beeld over hun werk. Toerustingswerk wil diakenen helpen anders te werk te gaan vanuit de hiervoor summier geschetste visie op gemeente en diaken. Bij de huidige problematiek geeft de verhouding tussen de aantallen ouderlingen en diakenen aan waar het zwaartepunt in de gemeente ligt. Maar tegelijk is die verhouding omgekeerd evenredig met de taken waarvoor de diaken en de gemeente door Christus worden gesteld.

Vanuit deze gedachtegang zijn we gekomen tot de volgende werkformule. Diaconaat is dienst vanuit de liefde van Christus aan elkaar en aan allen, om de gezindheid en in de structuur van gemeente en samenleving het koningschap van Christus gestalte krijgt.
Om dat doel te bereiken dienen de diakenen in de gemeente stimulerend en coördinerend te werken- en dient de gemeente als een leesbare brief van Christus in de samenleving te functioneren, zodat vanuit de gemeente en de samenleving uitkomt wat de beleving van waarachtige barmhartigheid en gerechtigheid betekent. Deputaten Adma helpen daarbij door:
A. Verkenning en bezinning.
B. Vorming, toerusting en voorlichting.
C. Hulp bij het zoeken van wegen tot concretisering.

Ik wil tenslotte de zaak toespitsen op de vraag wat u eventueel zou kunnen met de Chr. Geref. op diaconaal terrein. Het eerste wat dan gezegd moet worden is dat contact tussen plaatselijke gemeenten het begin is. Mogelijk kunt u b.v. bezien of in allerlei organisaties voor maatschappelijk werk en bejaardenvoorzieningen met één vertegenwoordiger volstaan zou kunnen worden. Een vergadering minder kan geen kwaad. Bovenplaatselijk zou u contact kunnen zoeken met de CDC in uw regio. Misschien is samenwerking in een toerustingsprogramma mogelijk of in elk geval het meedoen In een bestaand programma.

De organisatie van uw Centrale Diaconale Conferentie en deputaten Adma zullen het gesprek in elk geval voortzetten. Wij zouden het fijn vinden als u het gesprek kunt beginnen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief