De weg naar Chalcedon

1985-05-24
  • Jaargang 29
  • nummer 21
Gij alleen en uw Moeder. Gij zijt veel schoner dan alles; geen vlek is in U, Heer, en geen onvolmaaktheid in uw Moeder.

Ephrem de Syriër 1)
De Christologische debatten van het midden der vijfde eeuw, met de concilies van Efeze en Chalcedon, waarin ze uitliepen markeren ook het hoogtepunt van de Mariologische ontwikkeling. Het was natuurlijk niet hun oogmerk om aan de Gezegende Maagd eer te bewijzen, maar veeleer om de eenheid van het goddelijke en menselijke in de mens geworden Heer te verduidelijken el! af te bakenen. Maar de algemeen aanvaarde conclusie, dat dat alleen maar kon worden bewerkstelligd door te erkennen dat Maria in een waarachtige zin des woords Theotokos, Moeder Gods, was, gaf tenslotte zicht op de volle betekenis van haar rol en bracht haar zodoende onvermijdelijk tot een hoger status, waardoor de Mariologie en de Christologie stevig met elkaar verstrengeld raakten.

J.N.D. Kelly 2)

Nog lang niet afgelopen!
Het Tweede Oecumenisch Concilie, dat van 381, waarover Gregorius van Nazianze presideerde, is de geschiedenis ingegaan als het concilie dat de Godheid van de Heilige Geest heeft beklemtoond.
Daarmee was de weg geëffend tot een verdere ontwikkeling van de leer van de God een uw aandachtlijke Drie-enigheid, of Drievuldigheid, zoals sommigen dat liever plegen te zeggen. Daarmee was echter nog lang niet alles gezegd! Méér nog, maar liefst vijf! concilies zouden nog worden gehouden alvorens de leer aangaande Christus was vastgelegd. Na de eerste twee concilies, kan men zeggen, was de godheid van Christus vastgesteld; het was onorthodox om die nog te betwijfelen.
De Arianen kregen na verloop van tijd steeds minder voet aan de grond. Na deze vaststelling - Christus is ècht God en De Heilige Geest óók - kwamen er echter nieuwe problemen. Hoe moest men Christus zèlf zien? De strijd om de "twee naturen van Christus" gaat nu volop ontbranden. Een opnieuw zeer ingewikkelde strijd, die - opnieuw - met niets ontziende felheid wordt gevoerd. Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken, blijkt er een hele serie schisma's te hebben plaatsgevonden. Naar verschillende kanten van het theologische spectrum zijn diverse groepen uit de katholieke kerk verdwenen: Nestorianen, Monofysieten zoals Kopten, Armeniërs en Abessijnen. Een aantal van de oudste kerken der Christenheid gaan vanaf nu eigen (theologische) wegen. Tegelijkertijd komt er nog een
nieuw element in de theologie met nadruk naar voren: de plaats van Maria.

Altijd Maagd
In een prachtig boek over iconen vind ik een reproductie van de "Moeder Gods Platytera". Dat laatste woord is een vergrotende trap van het woord "breed", zeg maar: 'omvangrijk'. "Het is een erenaam voor Maria, wier lichaam “groter" is dan de hemel, omdat zij de Zoon van God heeft gedragen in haar schoot." 3) Op andere iconen, talloze werkelijk, staat Maria afgebeeld met drie sterren getooid: een op haar voorhoofd en een op haar linker- en rechterschouder. Symbolen dat ze "aeiparthenos" is, "altijd maagd", vóór, tijdens en ná de geboorte van haar Zoon.
Met de echo's van het recente Pausbezoek nog in onze herinnering (heeft hij niet herhaalde malen van zijn verering van de Moedermaagd blijk gegeven?) moet worden erkend dat deze gedachten aangaande Christus' moeder heel oud zijn. Toen in de vorige eeuw een aantal Anglicanen in Engeland zich bij de Kerk van Rome aansloot, en er hevige discussie werd gevoerd over de geoorloofdheid van de Mariacultus, schreef (de Roomskatholieke voorman) Newman aan zijn vriend Pusey het volgende: "Ik geef ronduit toe, dat de godsvrucht jegens de Heilige Maagd bij de katholieken in de loop der eeuwen is toegenomen; maar ik ontken, dat er aan de leer over Maria iets zou zijn toegevoegd.
Want ik ben er vast van overtuigd dat deze vanaf het begin wezenlijk een en dezelfde was! 4)

Moeder van...
Zo komen we - terwijl we naar ons beste weten, bezig waren met het volgen van de theologie van de Vroege Kerk aangaande Christus - plotseling oog in oog te staan met Maria! Ze vallenook in de theologie - kennelijk niet van elkaar los te maken. Iets terug werd geschreven over Maria als "de Moeder Gods". Iets daaronder over "de Moeder van Christus". Wat is ze nu eigenlijk, het een of het ander? "Het maakt niets uit", hoor ik nu allerlei lezers zeggen, maar dan krijgt u een aantal verbeten vechtende Kerkvaders niet met u mee! "De Moeder van Christus" "is de juiste titel", zegt een volgende.
En met het gezag van het Derde Oecumenisch Concilie verklaar ik dat deze dan een Nestoriaan is, en volgens de bepalingen, die afgekondigd zijn op 22 juni 431 A.D., veroordeeld dient te worden? Want Christus is de Zoon van God en Maria is zijn moeder. Het goede antwoord is: "Theotokos", Maria is de Moeder Gods".
Zo kom ik dan opeens op een onderwerp dat ons Protestanten in meerdere of mindere mate antipathiek kan zijn, waar we in onze theologie geen tijd of interesse voor hebben, dat ons erg 'ongereformeerd' voorkomt. (Of - en in hoeverre - dat het geval is, staat nog te bezien.) Ik zeg erbij dat ook ik met de Mariadevotie in de Kerk van Rome en de Kerk van het Oosten niet goed raad weet. Als we het over Maria gaan hebben, voel ik me altijd buitengewoon protestant!

AI heel vroeg
Toch - wie de geschiedenis onbevangen wil bestuderen moet erkennen dat er al vroeg over de Moeder des Heren (wat een mooie compromistitel, trouwens) gesproken wordt. En méér dan dat, een keur aan Kerkvaders heeft zich over Maria uitgesproken.
Een paar citaten mogen hier volstaan. Het begint al bij de kerkvader Ignatius van Antiochië, die rond het jaar 69 tot bisschop van Antiochië werd aangesteld en rond 110 A.D. de marteldood gestorven is. In brieven van deze héél vroege kerkvader lees ik al van Christus: "Zoon van God naar de wil en kracht van God, die waarlijk geboren is uit een maagd" (Smyrneeërs I, 2).. En over Maria, in een merkwaardige en wat raadselachtige tekst: "De maagdelijkheid van Maria en het voortbrengen van Jezus bleef de heersers van de wereld verborgen". (Efeziërs XIX, 1) We moeten daarbij wel beseffen dat het deze vroege kerkvaders vooral te doen is om tegenover Doeeten (die beweerden dat Christus een schijnIichaam heeft gehad) te beklemtonen dat Hij een ècht mens, met een ècht lichaam, die echt geboren was. Die een echte moeder had.
Toch, niet onbelangrijk, al heel vroeg wordt Maria's persoon en de maagdelijke geboorte in verband gebracht met Gods heilsplan.

Wie een verdere uitwaaiering van visies (soms heel wonderbaarlijke) wil lezen moet maar eens een aantal Apocriefe Evangeliën opslaan. Daar vinden we - zegt Kelly - de eerste verwijzing naar Marla's maagdelijkheid, ook na de geboorte. In de Hemelreis van Jesaja" lees ik: “En als de ontroering geweken was, werd haar moederlijf als tevoren bevonden, eer zij zwanger was." (11 : 9) 6) Met name heeft ook het "Proto-Evangelie van Jakobus"
veel aan de verbreiding van Maria-wonderen en legenden bijgedragen, meen ik. Een werk dat fenomenale belangstelling heeft gekend in de vroege eeuwen der christenheid.
Al beklemtoont (de Anglicaan) Kelly dat "deze ideeën absoluut niet onmiddellijk in de hele Kerk werden aanvaard", ook hij kan niet ontkennen dat een aanzienlijk aantal kerkvaders met belangrijke delen van wat later een Mariadevotie zou worden, akkoord zijn gegaan. Ais we de (niet onbelangrijke) tegenstemmen van kerkvaders op bepaalde punten even terzijde kunnen laten liggen, dan zij wel opgemerkt dat Maria al een behoorlijke "opwaardering" had meegemaakt, vooral in de' eeuw na 'Nicea', Inderdaad, ook al tevoren had - om maar een paar voorbeelden te noemen: Irenaeus (en ook de kerkvader Tertullianus) al gezegd, dat Maria fouten had gemaakt. Ook was Simeons profetie, het zwaard dat door Maria's ziel zou gaan, (Lukas 2 vers 35) uitgelegd als slaan op twijfels die Maria ten tijde van de kruisiging zou hebben gehad. Inderdaad. ook een boek uit Rooms-katholieke kring moet toegeven: "van een liturgische Mariacultus voor het concilie van Efeze heeft men geen bewijzen." Ook dat het een "een 'populaire', zij het weinig geregelde devotie" was. Maar voordat je het verhaal te veel "naar de Protestantse kant" trekt, zij ook toegegeven dat een hele keur van denkers wèl voor de Maria-devotie stelling neemt: Ambrosius, Augustinus en Hilarion van Poitiers in het Westen, Origenes, Hiëronymus, Johannes Chrysostomos, Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze... De rij kan best langer.

Eva-Maria
Interessante koppelingen komen al voor. die later zullen doorwerken. Het verschil tussen de maagd Eva, die zondigde en de maagd Maria, die gehoorzaamde.
En dat al bij Irenaeus, rond 150 A,D. Zij is "door haar gehoorzaamheid voor zichzelf en voor geheel het menselijk geslacht de oorzaak van heil geworden." Of: "Zo werd ook de ongehoorzaamheid van Eva door de gehoorzaamheid van Maria tenietgedaan; want wat de maagd Eva door haar ongeloof had verstrikt, dat ontwarde de maagd Maria door haar geloof." 7) Gregorius van Nazianze meldt al in een preek, dat een martelares (een zekere Iustina) de maagd Maria aanroept haar in haar maagdelijkheid te beschermen.
En dan komt het Concilie van Efeze, het Derde Oecumenisch Concilie. Van 431 A.D. Daar zal de positie van Maria, maar vooral die van haar Zoon, inzet van ongemeen hevige debatten zijn.

Noten
1) Efrem de Syriër, Nisibenische Hymnen, 27, 8, Geciteerd uit C A. Bouman. Theotokos. Heemstede, 195L p. 14.

2) 1. N, D, Kelly. Early Christian Doctrines. Londen, ed. 1980. p. 498.

3) J. R. Wortman. Ikonen uit de Collectie van Ikonengalerie Wortman, Zeist, 1980, p. 52, 53, 54) C. A. Bouman, op. cit. p. 7.

5) geciteerd uit A. F. J. Klijn. Apostolische Vaders IJ Kampen. 1981. pp. 107, 85.

6) Nieuwtestamentische Apocriefen zijn moeilijk beschikbaar geweest. Zelf citeerde ik uit de editie van H. Bakels. Amsterdam, 1927. p. 79.

7) Irenaeus. Tegen de Ketterijen 111. 22. 4. Geciteerd uit C. A. Bouman op. cito p. 11.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief