Meedenken met de Christelijke Gereformeerden
1985-05-31
Bij mijn weten is er onder ons nog weinig geschreven over de moeiten waarmee onze Christelijke Gereformeerde zusterkerken de laatste tijd te maken hebben gekregen ter zake van de aanvraag van de abortusvergunning door het christelijke ziekenhuis 'De Lichtenberg in Amersfoort. Daar steekt wel een wijze bescheidenheid en een fatsoenlijke terughoudendheid achter.- Jaargang 29
- nummer 22
Het is terecht dat wij niet al te happig zijn ons daarmee te bemoeien. Toch, als de vriendschap tussen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken iets voorstelt, kan het evenmin overtuigen dat wij helemaal niets van ons laten horen. Al zouden wij alleen maar eens hardop zeggen dat wij voor hen bidden in deze tijd en de Hemelse Vader vragen of zij hun problemen tot een goede oplossing mogen brengen. En dat in een positieve zin, want problemen hebben is voor een kerk geen schande. Immers, het is Gods eer een zaak te verbergen, maar het is der koningen (en. der mensen) eer een zaak uit te vorsen (Spreuken 25 : 2).
Wat onze Christelijke Gereformeerde broeders en zusters in dezen bezighoudt is ook beslist van een algemene herkenbaarheid en zeker niet af te doen als kleinzielige ruziezoekerij. Als toekijkende Nederlands Gereformeerden worden wij trouwens herinnerd aan ons eigen verleden.
Wij kunnen enerzijds diegenen uit onze bevriende kerken begrijpen die hun hart vasthouden voor de macht van het nogal nadrukkelijke kerkelijke apparaat dat in werking wordt gesteld om oplossingen te forceren. En anderzijds zijn wij ook met velen van hen bezorgd over de nieuwe hermeneutiek die achter het standpunt van predikanten als ds Harder en dr Rebel werkzaam lijkt.
Laat ik een en ander toelichten met behulp van mijn eigen verleden. Enige jaren terug hadik een vriendelijk gesprek met de ouderling die als één der voornaamsten de hand gehad heeft in mijn schorsing en afzetting als predikant van Wageningen in 1968. "Weet u, dominee", zo zei hij, "wij handelden met u omdat wij dachten dat u vrijzinnig zou worden." Hij was zo eerlijk daaraan toe te voegen dat voor wat hem betreft die vrees niet terecht .gebleken was. Ik van mijn kant heb toen gezegd dat ik goed kon begrijpen dat die vrees bij hem opgekomen was, maar dat bevreesdheid misschien toch niet de beste kerkelijke raadgeefster is; dat ik overigens van harte met hem blij kon zijn dat de Here mij voor vrijzinnige afglijding bewaard heeft (ik was en ben immers zeer geboeid door de moderne theologie) en dat zelfs de m.i. kromme stok van hun tucht daar nog een positieve rol in gespeeld heeft.
Ik weet natuurlijk zeer goed dat ik hier het verhaal doe van mijn persoonlijke verleden - en dat anderen uit onze Nederlands Gereformeerde Kerken een heel andere geschiedenis over hun buitenverbandstelling zouden kunnen vertellen waarbij 't woord 'vrijzinnigheid' geheel achterwege zou behoren te blijven. Wij zijn als Nederlands Gereformeerden nu eenmaal langs verschillende conflicten bij elkaar gekomen. (Dat was trouwens bij de eerdere ronde van de vrijmaking ook al het geval!) Maar zó luidt dus mijn verbaal en ik wil 't hier gebruiken. Om mijn collega’s Harder en Rebel, die ik niet ken maar die ik vanuit mijn eigen ontwikkeling zo heel goed kan begrijpen, te waarschuwen.
Dat kan als onaangenaam eigenwijs worden opgevat, omdat van deze collega’s de een ouder en de ander geleerder is dan ik. Toch is er een argument dat mij de vrijmoedigheid hiertoe geeft. Van mijn Christelijke Gereformeerde broeders en zusters vind ik dit altijd een van de opvallendste eigenschappen dat 'ze 'Kuyper' hebben gemist. Dat heeft voor mij iets positiefs en iets negatiefs.
Het positieve is dat ze meer sjoege van de vreemdelingschap van de kerk in de wereld hebben en het negatieve hangt daar direct mee samen: ze zijn zo weltfremd, Als ik het goed zie is de Christelijke Gereformeerde intelligentia nu bezig aan een inhaalmanoeuvre om zich 'Kuyper' alsnog eigen te maken. Welteverstaan die Abraham Kuyper die de gereformeerden geleerd heeft zich vanuit hun standpunt voor de samenleving en haar problemen verantwoordelijk te weten.
En als ik 't verder goed zie, gebeurt dat in een zekere gretigheid, uit angst te laat te zullen komen.
Voor deze angst is ook stellig reden genoeg. En hier spreek ik nu als iemand die niet alleen persoonlijk maar· ook kerkelijk in dit onderdeel van het Kuyperianisme gepokt en gemazeld is, waaraan ik dan ook mijn vrijmoedigheid om te waarschuwen ontleen. Is Kuyper nu nog wel zo bruikbaar? Was zijn vooronderstelling niet een samenleving die, zij het ook in kerkelijke zin verkeerd geleid, toch in het burgerlijke nog grotendeels gekerstend was? Wij weten toch hoe die werkelijkheid vandaag afgekalfd is? Het komt mij voor dat onze Christelijke Gereformeerde broeders en zusters juist op het scheiden van de markt voor de Kuyperiaanse erfenis belangstelling beginnen te tonen en dat er voor hen meer reden zou zijn om juist nu op hun traditie van' vreemdelingschap in deze wereld terug te vallen of (beter nog) daarbij te blijven. Wij die door het Kuyperianisme zijn heengegaan beginnen tenminste juist nu voor deze traditie van hem meer aandacht te krijgen.
Wij - en daar bedoel ik dan de Nederlands Gereformeerden en de Vrijgemaakt Gereformeerden mee. Want 't is waar dat 't merendeel van Kuyper's nazaten op zijn spoor voortgaat, en wel op seculariserende wijze. Het wil niet tot hen doordringen dat evangelie en samenleving vandaag de dag snel uit elkaar groeien en dat 't op de duur onmogelijk is voor de kerk om daar halfslachtig tussenin te blijven staan. Men blijft geboeid door de vraag die Martin Luther King eens zo onder woorden bracht: als de mensen niet langer in het evangelie geloven, wat ZDU de kerk dan toch nog voor ze kunnen doen? Het antwoord zou moeten luiden: niets. Maar men wil daar niet aan en gaat als gevolg daarvan liever van compromis tot compromis steeds voort en springt typerenderwijs alleen nog in de bres voor dingen die ook zonder geloof beaamd kunnen worden. Dat men dit doet in de politiek is nog tot daar aan toe. Zij is nu eenmaal de kunst van het haalbare. Ik tenminste vind 't wat betreft het abortusprobleem verdragelijk dat iemand met regeringsverantwoordelijkheld op dit gebied een wet voorstaat die meer ruimte laat dan hij voor eigen christelijk geweten en eigen christelijke levenswandel verantwoord acht.
Maar voor evangeliedienaars Iigt dat m.i. toch anders. Als zij ook de weg van het compromis zouden inslaan, wie moet ons dan nog herinneren aan het gebod Gods? En Dok dit: als zij dit zelfs doen: DP eigen terrein, immers een christelijk ziekenhuis, wat heeft de christelijke organisatie dan nog voor zin?
Misschien zijn onze vooruitstrevende Christelijke Gereformeerde broeders en zusters ermee gediend dat hun een waarschuwing tegemoet klinkt vanuit een bevriende kerkgemeenschap waarin uit ervaring het vermoeden geboren is dat het Kuyperianisme zijn tijd gehad heeft en dat we daar terwille van de puurheid van het getuigenis van het evangelie afscheid van moeten nemen. Wie nu nog Kuyperiaan wordt, zal zeer gemakkelijk seculariseren.
En laten dan trouwens Dok de kerkelijke 'instanties' van de Christelijke Gereformeerden gewaarschuwd zijn door het voorbeeld van die ouderling dat ik aanhaalde. Want het zou toch echt armzalig zijn als zij later omkijkende zouden moeten zeggen: wij dáchten dat jullie vrijzinnig werden, Misschien moeten mijn geachte collega’s Harder en Rebel wel een poosje DP het randje van de moderne theologie en ethiek lopen om ZO' tot de ontdekking te komen dat wat zij ter zake voorstaan de oplossing toch niet is. Laten zij intussen krachtig zakelijk tegenspel uit hun kring ontvangen, Maar God behoede de Christelijke Gereformeerden voor reen splitsing, want het schisma liegt ook hier.