De weg naar Chalcedon
1985-05-31
Wat moeten wij dan voor een Middelaar en Verlosser zoeken?- Jaargang 29
- nummer 22
Zulk een die een waarachtig en rechtvaardig mens is en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waarachtig God is.
Zondag 5, Heidelbergse Catechismus.
Waarachtig God, uit de Vader in eeuwigheid geboren, en ook waarachtig mens, uit de Maagd Maria geboren...'"
Ook mens
"Nicea had de beslissing naar de ene zijde gebracht: waarachtig God, Nog tientallen jaren was om dit besluit van het concilie veel gestreden en geleiden. Des te benauwender werkte de omgekeerde vraag: kan de Zoon van God werkelijk en volledig mens worden? Kan God, God Zelf in eigen persoon lijden en sterven? Deze vragen lieten de christenen door de eeuwen niet met rust. Ze hebben de Kerk wonden toegebracht, die tot vandaag toe niet geheeld zijn; want vanwege dit artikel zijn er tegenwoordig nog monofysitische en nestoriaanse deelkerken in Egypte, Ethiopië, Syrië en tot Indië toe. 1) Het lijkt wel of je bij de vragen rond Christus' persoon steeds op het scherp van de snede moet balanceren. Niet teveel naar déze kant, maar ook niet teveel naar die. Of misschien neg wel juister: inderdaad, vollédig dit, maar tegelijkertijd ook volledig dat! Hoe gemakkelijk is het niet om met onevenwichtige of ontoereikende antwoorden te. komen op de vraag: wat dunkt u van de Christus?
Het is goed 'hier op te merken dat de aanval van Arius, die tot reactie had dat 'Nicea' Christus tot God verhief (als u dit goed opvat, tenminste), een beklemtoning van zijn ménselijkheid was. Daarmee is hij in gezelschap van heel wat twintigste-eeuwse theologen, denk ik. Dat spreekt ons nu kennelijk ook gemakkelijk aan.
In de vierde en vijfde eeuw was echter, in elk geval voor heidenen, voor mensen die in Griekse filosofie geschoold waren, een "God in de hemel" geen probleem.
Men had ze (officieel) veel goden die hoog en droog in de hemelse gewesten huisden 'Op de top van de berg de Olympus of elders. Ze kwamen wel eens op aarde, toonden zich dan superieur over mensen en waren onsterfelijk Ze deelden niet in de menselijke situatie. Homerus noemt hen wel de "gemakkelijk levenden", las ik ergens. God lijdt niet, maar geniet eeuwige zaligheid.
En nu dus die andere suggestie - alsof dus na Nicea een 'koerscorrectie' nodig is en ook het menselijke niet buiten beschouwing mag blijven - de vraag naar zijn mensheid. Naar zijn ‘twee naturen'.
Apollinarius
Dan komt eerst een zekere Apollinarius op het toneel. Hij is een partijganger van Athanasius.
Ietsje te fanatiek misschien, want hij suggereert dat Christus alléén maar God is. Een duidelijker tegenstelling met Arius valt niet te vinden, maar is zijn visie wel ze gelukkig?
"Het menselijke was enkel het omhulsel, de buitenkant. Wanneer er van vleeswording gesproken wordt, dan moet men dit woord 'vlees' slechts in letterlijke zin opvatten -lijf, lichaam - niet in de omvattende betekenis van het Nieuwe Testament, waar het de totale, verdorven menselijke natuur betekent, die doortrokken is van smart en overgeleverd aan de dood....De persoon zelf, het denken, voelen en handelen was alleen maar goddelijk." 2) En wat betekent dat? Dat eigenlijk weer iets te scherp gekoerst wordt in de richting van de Doceten, die Christus tot een schijnmens verklaren. En de vraag is dan: kon Jezus in de woestijn eigenlijk wel zondigen? Is zijn ervaring daar wel op enigerlei wijze iets dat ons tot voorbeeld of norm is gegeven? Gregorius van Nyssa, die die mening bestrijdt, zegt echter dat het probleem ván de zonde niet zozeer in het menselijk lichaam als wel in de menselijke geest is gelegen. "Hard Christus niet de laatste diepten van de menselijke verlorenheid beleefd, dan zou Hij wel een lichtend voorbeeld kunnen zijn, doch niet bij machte als de helpende Heiland de verloren zondaar tegemoet te treden. Hij maakt levend, en vernietigt door zijn dood de dood. Hij gaat in de Hades maar Hij voert de zielen naar buiten. Hij nam het onze, om het Zijne te geven. Zo werd de natuur van alles gereinigd, doordat het onze werd opgeheven door de onvergankelijke natuur.
Hij werd wat wij zijn en Hij heeft door zichzelf het menselijke weer met God verbonden." 3) Het Concilie van Alexandrië, dat door Athanasius werd voorgezeten (een kleiner concilie, uit 362) sprak uit dat Christus een menselijke ziel gehad had; vijftien jaar later volgde de eerste veroordeling van Apollinarius.
Alexandrië-Antiochië
In zijn voetspoor trad feitelijk Nestorius. En laten we wel zijn: het was zo gemakkelijk om tot eenzijdige uitspraken over Christus te vervallen. Het probleem was alleen dat met alle terecht weggeworpen badwater soms meer dan een enkel kind verdween.
Nestorius, een man die aan het begin staat van een afscheidingsbeweging die nooit meer tot de “Algemene Kerk" is teruggekeerd, had zijn opleiding in Antiochië ontvangen. Zijn voornaamste bestrijder was een man uit Alexandrië, Cyrillus. Beide gegevens zijn van belang. Op de achtergrond moet men de rivaliteit zien die bestond tussen een paar van de oudste, grootste en beroemdste christelijke kerken.
Zowel in Alexandrië, waar men Marcus als stichter aanvoerde, als in Antlhiochië in Syrië, waar men Paulus als stichter had, kende de kerk een grote en invloedrijke school. Waar echter in Alexandrië de nadruk op Christus' godheid werd gelegd, waren de mannen uit Antiochië veel meer geneigd ook zijn menselijke kant te benadrukken. Voor alle duidelijkheid zij vermeld dat in die vroege eeuwen noch het een noch het ander per se onrechtzinnig was. Het leidde echter wel tot strijd. En die strijd "leidde weer tot een duidelijker) afbakening van de Christologie.
Nestorius
Nestorius die een rechtzinnig bisschop leek (en volgens sommigen ook echt was; hij werd volgens die 'visie onjuist bejegend en verkeerd voorgesteld) werd patriarch van de rijkshoofdstad Constantinopel. En die benoeming had zo zijn gevolgen. Want los van al het andere lijkt Nestorius een bijzonder ontactische man te zijn geweest - als onhandigheid een charisma was had hij dat in hoge mate kunnen claimen! Echternach velt dit oordeel: "Eigenlijk behoorde hij tot de gematigde vleugel. Hij was geen scherp denker; wel was hij een lawaaierig en onhandig type. Dat werd hem noodlottig."
De ellende (nauwelijks een te zwaar woord) begon, toen hij in aanvaring kwam met de mensen van zijn nieuwe bisdom. In Constantinopel was men gewoon de Maagd Maria 'Theotokos', Moeder Gods, te noemen. "In naam van het rationalisme van de school 'van Antiochië protesteerde Nestorius hiertegen. Maria heeft Jezus ter wereld gebracht en niet God. Want de goddelijke natuur kan noch geboren worden noch sterven. Zij kan ook niet aan een kruis hangen. Zijn eigen suggestie: noem Maria de Moeder van Jezus, of Antropotokos, "moeder van de Mens". Eventueel mag je haar "Christotdkos", Moeder van Christus, noemen.
Alleen mag je haar niet noemen “Theotokos", Moeder Gods.' Want dat kàn helemaal niet.
En zo begon er - officieel in een strijd over de naam van de Maagd - een hevige twist over Christus' wezen. Iedereen vocht tegen iedereen. De diverse formuleringen vlogen door de lucht in een in toenemende mate verwarrend strijdtoneel. Antiochië tegen Alexandrië, een goddelijke Jezus tegenover een meer menselijke.
En daarbij een luidruchtige en blunderende patriarch. Wat een recept voor rampspoed!
(wordt vervolgd)
Noten
Echternaeh. Kerkvaders, Ketters en Concilies, Amsterdam, 1965. p.p . 150, 152, 153, 155.