Een abc van het NieuweTestament

1983-07-01
  • Jaargang 27
  • nummer 26
De betekenis van dit woord zal wel vrij algemeen bekend zijn. Het is zoveel als eerroof, belediging of kwaadsprekerij.
In een bijzondere betekenis komt het voor in Matth. 12 vs. 31: "Alle zonde en lastering zal aan de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden. Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de H. Geest, het zal hem niet vergeven worden; noch in deze eeuw, noch in de toekomende." Over dit kwaad, algemeen bekend als de onvergeeflijke zonde zal dit artikeltje gaan.

Het verband is als volgt: De Here Jezus heeft een bezetene genezen, een demon uitgedreven. Daarop zeggen de Farizeeën dat heeft hij gedaan door Beëlzebub. Waarop Jezus opmerkt: als dat waar was, zou de satan tegen zichzellf verdeeld zijn. Bovendien: door welke kracht doen leerlingen van de Farizeeën het dan? En dan volgen de boven genoemde woorden.
Het tegenspreken van de Zoon des mensen (waarmee de Heiland 2lichzelf telkens aanduidt) zal vergeef lijk zijn, omdat Hij daarmee aangeduid wordt als de' méns-bij-uitnemendheid," de tweede Adam.
Men weet dan nog' niet wat men doet. Vergelijk de bede' aan het kruis: "Vader, vergeef het bun; want zij weten niet wat zij doen."
Men kende Hem nog niet als de Zoon van God, één met de Vader en de Geest. We Hem als zodanig lastert of smaadt en Hem om zo te zeggen weer kruisigt, die begaat een onvergeeflijke zonde, Hebr. 10 : 26. Die heeft' geweten van de Zoon van God en van de Heilige Geest en van Gods genade, maar heeft die opzettelijk verworpen.
Dan is er geen bekering meer mogelijk en dus geen vergeving.
Want de Geest is het die ons wil toe-eigenen., walt wij in Christus hebben. Als iemand die Geest bewust en opzettelijk, definitief verwerpt, is er geen contact met de H. Geest meer mogelijk. En zo is er geen heil meer te verwachten.
Wie perse niet wil behouden worden, zal dan ook niet behouden worden. God dringt door de Geest wel tot geloof en bekering, maar Hij dwingt niemand. Hij laat een mens, ook een aanvankelijk gelovig mens, de vrijheid om weer "neen" te zeggen. Denk aan het woord vat! Jezus, gesprokentegen Jeruzalem: "Ik heb u willen' vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder de vleugels verzamelt, maar gij hebt met gewild."

Dezelfde zonde wordt ook genoemd in Hebr. 6 : 4-6, waar het volgende te leren staat: "Want het is onmogelijk hen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genopen hebben en deel gekregen hebben aan de H. Geest, en bet goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weer opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat ben betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken." Vele theologen kunnen deze mogelijkheid in hun systeem niet passen. We moeten ze toch maar zo laten staan. En de waarschuwing ter harte nemen om van dat punt maar zo ver mogelijk weg te blijven. Dat dit de bedoeling is blijkt uit de vermaning aan de Hebreeën om weer aan te knopen 'bij hun begin, dat zo goed was.

Dezelfde zonde wordt bedoeld in Hebr 10: 26 vv: "Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid zijn gekomen, blijft er geen offer voor de zonde meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel ... Hij heeft de Zoon van God met voeten vertreden, het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad." Dan is er geen bekering meer mogelijk en geen vergeving, Want de Geest eigent ons roe wat wij in Christus hebben.
Zonder de Geest is er geen heil, maar onheil.
Verwant is ook 1 Joh. 5: 16 v., waar sprake is van ,,zonde-tot-de-dood" en "zonde-niet-tot-de-dood".
Met zonde-tot-de-dood zal wel de onvergeeflijke zonde van de andere plaatsen bedoeld zijn: overtreding, die leidt tot de eeuwige dood. Als Joh. schrijft, dat wie uit God geboren is niet zondigt, dan bewijst de werkwoordsvorm dat hij bedoelt, dat wie echt in de Here Jezus gelooft niet in de zonde' leeft. Hij maakt z'n praktijk niet van zondigen. Dat de gelovige niet vrij van alle ongerechtigheid is blijkt uit een andere tekst, waar de apostel zegt: "Wie meent zonder ronde te zijn bedriegt zich en de waarheid is niet in hem." (1 : 8).

Dat 't: mogelijk is na gewassen te zijn weer tot het oude zonde-leven terug te keren blijkt ook uit 11 Petr. 2 : 22, waar gesproken wordt van gewassen zeugen, die zich weer wentelen in het slijk en van honden, die terugkeren tot eigen uitbraaksel.
Van "dé afval der heiligen" spreekt de Schrift vanzelf niet. Maar dat heiligen, die aanvankelijk tot geloof zijn gekomen, kunnen afvallen, dat zegt ze wel. Daarvoor moeten we ons wachten.
Het is geen-onafwendbaar noodlot.
Petrus vermaant ons in dit verbood, om roeping en verkiezing vast te maken, door een christelijk leven. We mogen en moeten bij ons geloof voegen degelijkheid en kennis en zelfbeheersing en wat verder tot een leven in de vreze Gods behoort. Dan zullen we met zo struikelen, dat we afvallen.
Overigens is er de mogelijkheid om ,,schipbreuk te lijden van 'het geloof", d.i. het geloof te verliezen, en zo te "vervallen van de genade".

Uit het voorgaande is wel duidelijk, dat zonde tegen de Heilige Geest, die onvergefelijk is, met kan voorkomen in een wereld; die God niet kient,' noch weet heeft van de Geest. Als men daar vloekt en tiert en spot, is dat vergefelijk Als men tot geloof tromt en zich bekeert. Van hen geldt: zij weten niet, wat ze doen. Ook als de Farizeeërs de Heiland een vraat en wijnzuiper noemen is dat m.i. niet de zonde tegen de Heilige Geest. Zij kenden Hem nog met als de Zoon van God en konden. Hem dus niet als zodanig smaden.
Er is een zekere mate van kennis nodig, zal men de onvergeeflijke zonde kunnen bedrijven, Dat deze zonde meer geheimzinnig zou zijn dan alle andere overtredingen zou ik niet willen beweren' zonde in het algemeen is iets geheimzinnigs.
Een theoloog heeft gezegd (terecht denk ik): Ze is zelf onverklaarbaar, maar verklaart veel. Er is beweerd dat het onvergeeflijke kwaad een overtreding zou zijn speciaal van het 30eof het 7e gebod. M.i. betreft het alle geboden. Men heeft één geval uit de kerkgeschiedenis genoemd, waar duidelijk dit kwaad zou zijn bedreven. Vermoedelijk is het veel algemener dan dit ene zeldzame geval. Verder is deze zonde' m.i. al te zeer geïsoleerd, apart gezet, naast andere zonden tegen de H. Geest. Want die zijn er zeker. Niet alle smading van de Geest en de Zoon van God is onvergeeflijk.
Volgens Jes. 3 : 10 zei de- Here van Israël: "Ze zijn toch mijn volk; kinderen die met trouweloos worden en Hij bewees hun barmhartigheid en veel gunstbewijzen, maar zij waren weerspannig en bedroefden de H. Geest." Stefanus verweet z'n hoorders (Hand. 7): "Hardnekkigen en onbesnedenen van hart, gij verzet u altijd tegen de H. Geest." In Ef. 4 : 30 is te lezen: ,,Bedroeft de H. Geest met, door welke gij verzegeld zijt." Wat m.i. betekent: Wiens stempel gij draagt, door Wie gij zijt gemerkt, vernieuwd, We bedroeven de Geest door toe te geven aan verleidingen. Als we ons laten leiden door de Geest strijden we daartegen en worden we verlost van boosheden. Ook is er sprake van de Geest uitblussen, waartegen I Thess. 5: 19 waarschuwt.
Dat doen we als we profetieën verachten. Zijn er dan nog profetieën? Als het met de gemeente goed staat denk ik van wel. Dan zijn er brs. en zrs. die de Sahl1ift kunnen verklaren. Aanwijzing geven voor het chr. leven.
Het kan nog gebeuren, dat men in dat geval zulk spreken afwijst. En probeert het gesprek over een andere boeg te gooien. Men spreekt liever over koetjes en kalfjes. Als we re doen, bedroeven we de Geest. Dan belemmeren we de werking van Woord en Geest.
Want de Geest werkt hoofdzakelijk door het Woord.
Van genoemde zonden wordt wet gezegd, dat ze onvergeeflijk zijn.
Lastering is m.i., erger dan tegenstaan, enz. Tussen weerstaan en bedroeven zie ik geen verschil.
Blussen zal erger zijn. En het eindpunt van de reeks is lasteren,

Er zijn allerlei kenmerken genoemd, waaraan we konden weten of wij deze zonde hebben bedreven.
M.i. een onnut bedrijf. Paulus zegt ergens: Die mij oordeelt is de Here. Laten we daarbij maar blijven.
En als iemand vraagt, waartoe ons deze zonde dan is bekend gemaakt? Dan is mijn antwoord: Opdat wij van dat eindpunt zo ver mogelijk weg blijven, Boven een ziekenhuis in Groningen stond de spreuk: Pas op voor het begin!
Laten we dat maar in toepassing brengen. Ons radioaal wachten voor elke zonde. Ons laten leiden door Woord en Geest. Niet alleen door boven genoemde teksten worden we gewaarschuwd. Maar op vele plaatsen in het N.T. 'k Zou willen noemen: de dwaze meisjes (Matth. 25); de man zonder feestkleed (Matth. 22); de luie slaaf (Matth. 25). Er zijn er veel meer.
Neemt ze ter harte. Eer bet te laat is. Er is een te laat". (Luk. 13: 22 vv.),

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief