De volkerenwereld (2)

1983-07-08
  • Jaargang 27
  • nummer 27
De vorige keer zagen wij hoe er een tegoed is van het O.T. dat blijft ook na de vervulling van Gods beloften in Christus in het N.T. Wij houden nog beloften over. Dat is op zich;zelf niets nieuws. Denk maar aan de beloften van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarvan het O.T. al sprak (Jesaja 65 : 17) en die wij nu nog verwachten (II Petrus 3: 13). De vraag waar het nu in deze artikelen om gaat is: hoe ver strekken deze beloften, die wij nog tegoed hebben? Zijn zij beperkt tot de wederkomst van Christus? Of sluiten zij ook veel meer beloften in, die het bestaan van Israël en de geschiedenis van
de volkeren betreffen?

Het ene volk is voor het andere een wolf
Uit het vorige artikel is duidelijk geworden dat ik de laatste vraag bevestigend beantwoord. Er zijn beloften van God, die wortelen in de profetie van het O.T. die de geschiedenis van de volkerenwereld betreffen. Wij mogen ze geen moment losmaken van de persoon van Christus. "Hij komt de volkeren troosten", en geen ander.
Maar er staat dan wel iets te gebeuren met de volkeren als volkeren.
Dat is nodig ook. Want, hoe diep het evangelie ook is doorgedrongen en hoe wijd het ook is verkondigd, volkeren als volkeren heeft het nooit bekeerd, Er zijn geschiedenissen in overvloed te verleden van individuen, die zich bekeerd hebben en in hun leven Christus zichtbaar maakten door vijandsliefde - of betoon van barmhartigheid, Er is echter geen geschiedenis te vertellen van enig volk, dat als volk zich zodanig gedroeg.
Iategendeel, ook die landen, die diep onder de Invloed van het evangelie stonden, hebben zich als land altijd uitermate ik-gericht gedragen.
Het valt mij altijd weer op hoezeer er in de' buitenlandse politiek andere normen gelden dan in het persoonlijke leven, Voor iedere politicus drienationale en internationale politiek bedrijft zijn eigenbelang en wantrouwen tegenover de andere landen, naijver en competentiedrang, winzucht en ellebogenwerk, zelfverdediging en zelfbeschikking vaste en vanzelfsprekende. Uitgangspunten. Je wordt uitgelachen als je hier dot andere normen zou willen aanbrengen.
Heeft ooit een volk zichzelf verloochend? Wie echter dezelfde woorden, die ik als kenmerkend voor nationale politiek opschreef, zou gaan gebruiken voor zijn persoonlijke leven zou als een beest of een egoïst uitgescholden worden, De uitspraak van een Romeinse wijze "homo homlui lupus", de ene mens is voor de andere een wolf, geldt dan ook ten volle pas voor de volkerenwereld.

Openbaring 20, 21
Tot nu toe hebben wij de volkerenwereld meestal gezien als een soort grote visvijver waarin de lijn van het evangelie werd uitgeworpen en waaruit velen van allerlei stam en name werden bijeenvergaderd.
Zeker is dijt één deel van de bijbelse leer over de volkeren.
Jezus stuurt zijn discipelen erop uit om vissers van mensen te zijn.
Zijn gemeente is bijeenvergaderd uit alle stam en volk én natie (Openb. 7 : 9). Toch zegt de Bijbel meer. Want hetzelfde boek Openbaring dat ik zoëven citeerde eindigt in 20 en 21 met beloften die de volken als volken betreffen, In Openb. 20 lezen wij dat er een tijd is in het heilsplan van God dat de duivel de volkeren niet meer zal verleiden. ban zal de slang, de draak, dat is de satan,' gebonden zijn, in de afgrond geworpen en .verzegeld, "opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden”... en als dan na die penode het nieuwe Jeruzalem neerdaalt op aarde, dan lezen wij opnieuw een' opmerkelijk woord: die stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. En de volkeren zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun. heerlijkheid in haar ... (Openb. 21 : 23, 24):

Stroomlijnexegese
Profetieën zoals in de psalmen en Jesaja, of beloften zoals hier in Openbaring 20 en 21 worden vaak zo uitgelegd dat zij weer helemaal gaan passen in de hoofdstroom van de beloften in Oud en Nieuw Testament dat God zich een Kerk vergadert uit alle volken. Zo wordt dan ook Openbaring 20 over "de duizend jaren" uitgelegd als een andere symbolische aanduiding van de periode van de evangelieverkondiging aan alle volkeren.
Augustinus daar al mee begonnen.
Toch is dit hoofdstuk te vreemd en te weerbarstig om zó uitgelegd te worden. Alle kenmerkende punten van dit visioen worden er dan afgeslepen. Het wordt gestroomlijnd. Tot het tenslotte niets anders meer zegt dan dat wat wij allang wel wisten.
Openbaring 20 zegt echter iets nieuws. De periode dat de duivel de volkeren niet meer zal verleiden is nog nooit geweest en wie de krant leest en onze eeuw met haar twee wereldoorlogen op zich laat afkomen kan liet volhouden dat drie periode nu al is aangebroken.
Het is toekomstmuziek, Er zal een tijd komen dat de geschiedenis van de volkeren tot een soort ontknoping zal komen, een voorlopige vervulling. Zal de zin van de groei vooraf van een gemeente uit alle volkeren dan wellicht deze zijn dat deze gemeente daar over de volkeren zal regeren? Moeten wij zó Openb. 20: 4 uitleggen? Zullen de "heiligen" de nieuwe bovenlaag gaan vormen onder alle volkeren?
Onder Christus als de Vredevorst? (vgl. Hebr. 2 : 8).

Zandloper model
Intussen heeft de vraagstelling van deze artikelen en het globale overzicht van bijbelse profetlieën wel iets opgeleverd. Is 't niet opvallend dat de bijhel met het wereldwijde van Gods bemoeienis met de volkerenwereld begint en eindigt. Aan de aanvang van de Bijbellezen wij over de volkerenwereld in Noach is Gods verbond. met de mensen nog alle volkeren omvattend en Genesis 10 geeft ons dan ook volkerenlijsten.
Na Genesis 12 versmalt zich Gods heilshandelen tot één volk, Israël en al Zijn wenk wordt in Christus tot in één punt samengetrokken, om dat vandaar uit weer uit te gaan, wéér opnieuw in een heilshandelen dat zich eerst beperkt tot de gemeente van Christus uit alle volkeren, om zich daarna (Openb. 20) weer te verbreden tot een omarming van alle volkeren in een nieuwe en laatste heilstijd. Wie zo de bijbel leest ziet een model voor zich van een zandloper op zijn zij gelegd. Breed beginnend, zich tot één punt versmallend, om daarna weer breed uitlopend te eindigen.

Harde kern
Toch zou ik dit ontwerp niet schetsen als ik alleen maar Genesis en Openbaring voor mij had liggen. Wat blijvend de meeste indruk maakt in deze visie op' de volkerenwereld zijn de profetieën in het O.T. Die laten zich wel als een rivier even door de nauwe sluis van Golgotha heen voeren maar stuwen daarna toch weer in brede verten. Wie Jesaja leest met zijn boodschap van gericht over de aarde en daarna heil over de volkeren (24 en 25), over de verschijning van de Vredevorst die mi zetelen op de troon van David en over zijn koninkrijk, die alle volkeren zal richten (Jes. 32 : 1 en 42 : 1 e.v., 49: 6, 7; 59: 18 e.v., 62) wie dat alles leest die krijgt het niet meer voor elkaar om al die beloften in de gemeente van Christus en de wereldwijde kerk vervuld te zien. Dat springt er ruimschoots over heen in beloften van heil voor de volkerenwereld.
De beloften van de profetieën van met name Jesaja zijn de harde kern van hoop voor de volkerenwereld.

Parallellie met Israël
Er doet zich bij het Leren van de profetieën over de volkeren een opvallende parallellie voor met Israël.
Ook alle beloften voor Israël zijn in Christus vervuld. In Christus heeft God zijn gericht en genade in de diepte voltrokken. Blijft Israël nu achter als een wegwerpverpakking waaruit de inhoud verwijderd is, of (wals B. Wentsel vraagt) een oester waaruit de parel verwijderd is?
Wie het OT. leest komt daar beloften tegen voor Israël, die het een blijvende plaats garanderen als volk, dwars door de diepste diepten van schuld en Godsverlating heen. "Om Sions wil zal ik met zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als, een lichtglans en zijn verlossing als een brandende fakkel.
Volken zullen uw heil zien en alle koningen uw heerlijkheid en men zal u noemen met een nieuwe naam". (Jes. 62: 1, 2, 7) en "Zo zegt de HERE, die de zon overdag tot een Licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de ree opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is HERE der heerscharen: als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord des HEREN, 'dan zal ook het nageslacht van Israël ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen" (Jer. 31 : 35,36).
Zacharia profeteert over de dagen van verwerping van de Messias ten aanzien van Juda en Jeruzalem: Te dien dage zal de HERE Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen, die hem heffen zullen zich deerlijk verwonden". (12: 3) Maar dan zal de HERE zich opmaken en Jeruzalem en Juda uitredden en terwijl Hij enerzijds de (Juda bedreigende) volkeren slaat met gericht slaat Hij Israël met bekering: "Ik zalover het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en de gebeden; zij zullen hem aanschouwen, dien zij doorstoken hebben en over' hem een aandacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind" (12 : 10).
Al deze profetieën beloven Israël een plaats als volk van God dwars door alles heen. Zij worden door Paulus opnieuw opgenomen als hij in Romeinen 9-11 zegt: "Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten? en hij antwoordt: volstrekt niet (11 : 1).
Want, ten eerste: Paulus zelf en de meeste eerste christenen waren Joden en in die rest heeft God zijn band met het geheel bewaard (11 : 11), maar ten tweede: ,,indien hun verwerping (d.w.z., het feit dat zij de Messias verwierpen) de verzoening van de wereld is (immers daardoor ging het evangelie uit naar de heidenen), wat zal hun aanneming (- als zij Christus alsnog aanvaarden) dan anders weren dan leven uit de doden" (11 : 15).
Over de tijden van verwerping heen ziet Paulus voor gans Israël een heilstoekomst (behoud vs. 26).
Datnoemt hij een geheimenis.
Een heilsplan van God dat nu nog verborgen is - maar straks zal open gaan.
Er is een parallellie tussen Israël en de volkeren, Zoals ook uit de volkerenwereld een deel behouden werd en zich uit alle volkeren tot een gemeente heeft laten vergaderen, zo is het eigenlijk ook met Israël gegaan, Mogen wij nu niet op grond van Jesaja en Openbaring 20 precies zo ook een geheimenis vermoeden voor de volkerenwereld?
Trouwens, waarom zouden wij christenen uit de heidenvolkeren niet Paulus klacht en hartzeer ons eigen mogen maken, door ons af te vragen: maar als de volkeren als volkeren de Christus niet hebben aangenomen, zijn zij dan voorgoed uit het heilsplan van God weggevallen? Mogen ook wij niet antwoorden met Jesaja en de ziener op Patmos: Volstrekt niet Want tweeërlei: in de rest ontferming God zich over het geheel - en daarna: ik zeg u een geheimenis: straks als deze heilsbedeling ten einde neigt, zal God de duivel binden, zodat hij de volkeren niet langer verleidt en zullen zich de beloften gaan vervullen van Jesaja: dan zullen de volken de vrede leren en niet de oorlog.
"Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen." Jes. 2: 4.

Een andere vraag is hoe wij ons dit alles zullen moeten voorstellen.
Daarover graag een volgende en laatste keer verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief