De voetbalramp in Brussel
1985-06-14
In de middeleeuwen had je struikrovers: ze zwierven rond in de bossen en waren levensgevaarlijk. Wie ze konden pakken en plunderen grepen ze. Ze waren agressief en zonder geweten. Vandaag kennen we dat verschijnsel in een nieuwe vorm. Met een lap voor het gezicht en een stiletto in de hand jagen ze een menigte over de kling en heel Europa ziet toe - via het blauwe oog. Maar er is niemand die er iets tegen kan doen - het gevaar blijft.- Jaargang 29
- nummer 24
Met deze relativerende beginopmerking dat het een soort 20eeeuws struikroversdom is, dat ,bij rellen, voetbalhysterie en pausbezoeken (althans in Nederland) de kop opsteekt, zijn wij natuurlijk niet klaar. Er zullen nog wel meer beschouwingen volgen, die ons een inzicht moeten verschaffen in de sociale achtergronden (werkeloosheid), de psychologische achtergronden gebroken gezinsleven) en de technologische achtergronden (massavermaak, zonder Boeing 747 en t.v. ondenkbaar) van deze voetbalramp. In deze rubriek, die handelt over de geestelijke achtergronden van het gebeuren, wil ik een moment stilstaan bij een factor die ons allen aangaat en hopelijk tot een nieuwe bezinning brengt, nl. de manier waarop wij tegen de toekomst aankijken.
Toekomstverwachting
Ik druk mij bewust zo uit, omdat het mij hier niet gaat om een bepaalde blauwdruk van volgens de bijbel voorspelde gebeurtenissen in de toekomst. Het gaat mij om iets diepers, nI. met wat voor innerlijke houding wij ons werk doen en hoe laten wij ons in de problemen van onze maatschappij betrekken? Doen wij dat met een besef van plicht, maar daaronder uitzichtloosheid - omdat de problemen van deze tijd toch onoplosbaar zijn? Of hebben wij een overtuiging dat het zinvol is dat wij in onze samenleving ons inzetten omdat deze wereld toekomst heeft? De explosie van creativiteit, vooruitgang en ontwikkeling die onze samenleving heeft voortgebracht in de zestiende eeuw e.v. was geworteld in de leer van de Reformatie dat deze wereld geen tranendal is, waar wij ons maar doorheen moesten worstelen, maar dat de wereld door God geschapen is, en wij mensen een cultuuropdracht hebben - en dat de dag zal komen dat God deze aarde zal veranderen en geheel onder Zijn zeggenschap zal brengen.
Vandaag
Wat heeft deze terugblik met het heden te maken en met de voetbalramp in Brussel? Dat verband ligt op het punt van die -toekomstverwachting. Als deze wereld toch reddeloos in de problemen ligt en God noch mens ze daaruit bevrijden kan, dan ligt agressie, wrok en woede op de loer, en wordt zo 'n zwarte toekomstverwachting een "self-fulfilling profecy", Wat mij hierin
deert is het ook in de kerk binnengeslopen doemdenken, Wij staan in deze tijd met een mond vol tanden als wij bij ons nadenken over de toekomst alleen maar denken aan het vuur waarin deze wereld zal ondergaan. Het is mij de laatste tijd - ook op de conferentie in Australië die ik meemaakte - herhaaldelijk overkomen dat christenen deze laatste visie kracht bijzetten door te verwijzen naar 2 Petrus 3, Hebr. 12 of de woorden van Jezus zelf uit het 26e hoofdstuk van het Mattheüs-evangelie. Daar staat het toch met evenveel woorden dat "de elementen door vuur zullen wegsmelten" (2 Petrus 3 : 10-12) en dat niet alleen de aarde maar ook de hemel nog één keer zullen wankelen en beven (Hebr. 12 : 26) ja, dat hemel en aarde zullen voorbijgaan? (Mattheüs 26: 35).
Zal deze wereld vergaan?
Leren al deze plaatsen ons niet met zekerheid de ondergang van de wereld? AIs dat zo zou zijn, zouden wij 'in onze tijd niet 'Veel te zeggen hebben. Wij zouden hooguit met christelijke woorden herhalen wat ook niet christenen precies zo aanvoelen. Zei de Club van Rome (een kring van topgeleerden uit de' zestiger jaren) al niet iets soortgelijks? Als wij zó doorgaan zullen de energiebronnen binnen de kortst mogelijke tijd opgeteerd zijn, zal de wereld overbevolkt worden, en zal armoede - of een onverhoopte atoomoorlog - het voortleven op aarde onmogelijk maken. Zo luidde het rapport van de club van Rome. Wie echter de genoemde bijbelplaatsen leest en nader bestudeert doet een opvallende ontdekking, nI. dat geen van deze plaatsen ons leert dat deze aarde, die door God geschapen is, èn die is gevallen, nu door God voor een groot destructief vuur ten ondergang bereid is.
Integendeel: alle beelden die het N.T. gebruikt voor de beschrijving van de toekomst van onze wereld dragen een belofte in zich voor. onze aarde, Laten wij ze eens één voor één nagaan:
Vuur
In 2 Petrus 3 wordt steeds weer gezegd, dat onze aarde èn de hemel een vuur tegemoet gaandat de elementen zal doen vergaan (2 Petrus 3: 7. 10, 12).
Het beeld 'isafkomsti:g uit het O.T.: Maleacni 3: 2-4. Daar wordt ons tegelijk iets heel bijzonders duidelijk gemaakt. Dat vuur waarmee de Here verschijnt aan het einde van de geschiedenis is een reinigend vuur. “Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers." D.w.z. het vuur zal alle onrein!heid wegbranden "om dat wat goed is - het zilver puur te maken. Zoals een arts die met vuur zijn instrumenten reinigt. In die lijn l>ook de uitleg van de elementen. Het woord wat Petrus hier gebruikt is stoicheia. Hij dacht daarbij niet aan de (moderne) scheikundige elementen. Stoicheia is in het N.T. dat onheilige bestand van zaken wat niet in de kosmos thuishoort en zich tegen God verzet (zie Gal. 4 : 9). Het hoort niet bij Gods goede schepping maar 1S deel van de anti-schepping en werk van de boze. Het zijn de valse elementen. Zo belooft het op het eerste oog schrikwekkend beeld van Petrus ons juist iets eindeloos bemoedigends, nl. dat de Here alle ziekte, onkruid, bacterie, haat, dood en demonie uit Zijn goede schepping zal wegbranden, zodat aan het einde "de aarde en de werken daarop gevonden zullen worden." De geschiedenis van de exegese van dit woord uit 2 Petrus 3 : 10 laat zien hoe men al van ouds dit hoofdstuk verkeerd las en dacht: dit kim Petrus nooit geschreven hebben. 'Gevonden' is een woord vol evangelie. De verloren penning was verloren en wèrd gevonden... en de verloren zoon. Dat woord past toch niet tegen de 'vuurachtergrond’ van Petrus - en zo veranderden overschrijvers al vroeg 'gevonden' in 'verbrand' - maar fout was het welwant Petrus had de O.T Asche profeten in gedachten en inderdaad een evangelische toekomstverwachting.
In Hebr. 12 staat het bekende woord uit Haggaï 2: 7 "Nog eenmaal zal Ik hemel en aarde doen beven, ja Ik zal alle volken doen beven en de kostbaarheden van alle volken zullen komen en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen." In Hebr. 12 : 26 wordt dit woord met een Iichte verandering aangehaald: "Ik zal niet alleen de aarde maar ook de hemel doen beven." Ook hier ligt het misverstand op de loer om te denken dat het N.T. dus de ondergang van hemel en aarde leert. De achtergrond van' de O.T.ische profeet Haggaï maakt echter duidelijk dat die beving geen destructief geweld aankondigt - maar opnieuw een beeld is van een schiftend en reinigend gebeuren. Zoals de bollen in een bloembollenschuur over de sorteermachine gaan - om al het vuil en zand eruit te schuddenzo zal deze aarde en de hemel geschud worden om alle kostbaarheden van de volkeren juist te voorschijn te brengen (Haggaï 2: 7, vgl. Openb. 21: 24-27). Dat de schrijver van de Hebr.-brief zegt: "ook de hemel" houdt verband met het feit dat hij de hemel bevolkt ziet met engelen en demonen - zelfs daar zal schifting nodig zijn - niet vernietiging - maar verandering, metamorfose - zodat deze nu nog gevallen en gebroken kosmos dan hersteld, genezen, gelouterd en verheerlijkt voor Gods, aangezicht zal staan.
Voorbijgaan
“Hemel en aarde zullen voorbijgaan", zegt de Here Jezus in Matth. 26 : 35. Bedoelde Hij te zeggen: vernietigd worden?
Neen, het citaat komt uit de psalmen (102 : 26 e.v.) en daar wordt het beeld gebruikt van het verwisselen van 'kleren. Inderdaad: deze hemel en aarde moeten wel van gedaante veranderen, De kleren die zij nu aan hebben zijn bezoedeld door zonde en dood. Die kleren moeten verdwijnen, en zullen worden verwisseld met het kleed van de onvergankelijkheid en reinheid. Maar verwisselen van kleren betekent niet de vernietiging van het lichaam daaronder. Het betekent juist haar vernieuwing tot onvergankelijkheid - zo blijft de Here trouw aan wat Zijn hand begon en mogen wij met de schrijver van de Hebreeënbrief zeggen: wij verwachten een onwankelbaar Koninkrijk. (12: 28) Dat zal onze aarde omvangen en omvormen tot een plaats waar alle inspanningen die wij ons nu getroosten tot hun recht zullen komen. begon en mogen wij met de schrijver van de Hebreeënbrief zeggen: wij verwachten een onwankelbaar Koninkrijk. (12: 28) Dat zal onze aarde omvangen en omvormen tot een plaats waar alle inspanningen die wij ons nu getroosten tot hun recht zullen komen.
Conclusie
Wat in alle bovengenoemde gedeelten opvalt is de achtergrond van de O.T.-ische .profetie. De uitleg daarvan zal een belangrijke rol spelen in de boodschap die de gemeente vandaag moet doorgeven en uitstralen naar de nieuwe generatie van vaak doemdenkende Jongeren aan het einde van de 20e eeuw. Daarom hebben wij er een speciale week van studie aan besteed in het werk van l' Abri deze zomer in Eek en Wiel. Wij zullen ons daar met hulp van B. Goudzwaard en M. van den Berg concentreren op het profetische licht dat over onze tijd valt. Dat blijkt een heel diep bemoedigend en heilrijk uitzicht te bieden. Als dat uitzicht opnieuw zou mogen aanspreken, dan zou dat het beste serum zijn tegen de agressie en het doemdenken dat één van de diepere oorzaken is van de Brusselse voetbalramp.
Zie het zomerprogramma van l' Abri - vanaf 17 juni in Eek en Wiel, met een week over profetie (22-27 juni) en een over kunst (5-11 juli). Telefoon 030-316933.