Het boek Ruth

1985-06-14
  • Jaargang 29
  • nummer 24
Het zal vreemd lijken dat we niet beginnen bij het begin van dit bijbelboek, doch bij de laatste verzen, zoals we die lezen in hoofdstuk 4: 18-22.

Toch zal de aandacht, die we eerst aan deze verzen besteden, van belang blijken te zijn voor het goed begrijpen van dit deeltje van het O.T. “Dit nu zijn de nakomelingen van Perez: Perez verwekte Hezron, Hezron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte N ahesson, N ahesson verwekte Salma, Salma verwekte Boaz, Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï en Isaï verwekte David".
De Schriftverklaarders zijn het eens met elkaar dat in koning Davids voorgeslacht -enkele namen ontbreken. Maar welke namen en op welke plaats, dat zijn nog 'Onbeantwoorde vragen. We denken dat juist het opmerkzaam lezen van dit schoonste boek uit heel het O.T." (K.V. - Dr C. J. Goslinga) ons kan helpen bij de oplossing.

Juda
Allereerst moeten we wel vaststellen dat tussen de gebeurtenissen, die ons worden beschreven èn de tijd waarin deze 'Op papier werden gezet, een lange periode ligt. Tenminste de periode gelegen tussen de geboorte van Obed en de regeringsjaren van David of zelfs Salomo. De schrijver heeft derhalve het geslachtsregister kunnen bijwerken tot David. Hij moest nog maar enkele namen aan de bekende lijst toevoegen. .
De bekende lijst? Hadden de Israëlieten in de dagen van Naomi, Ruth en Boaz enig idee langs welke geslachtslijn de scepter bij Juda zou blijven (Gen. 49: 1Oa)?
We denken van wel. Ze kenden immers de woorden van Jakob: "Juda, u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden, voor u zullen uws vaders zonen zich neerbuigen. Een leeuwenwerp is Juda; ... (Gen. 49 : 8)".
Bij de eerste telling van Israël's leger wijst de Here Zelf de assistenten van Mozes aan. Voor de stam· van Juda: Nahesson, de zoon van Amminadeb. Nahesson, het hoofd van zijn families (Num. 1: 4,7). In Num. 2: .3, waar het gaat over de opstelling van de stammen, lezen we: "De vorst nu der zonen van Juda was Nahesson, de zoon van Amminadab".
Hij is eveneens de man, die de offergave bracht bij de inwijding van de tabernakel (Num. 7 : 17): als vorst van de stam Juda, die aan het hoofd van de getelden stond. De Israëlieten kenden de geslachtslijn: Juda - Perez - Hezron- Ram - Amminadab - Nahesson - Salma,

Nahesson
We zijn nu gekomen op een punt waarop het van belang is enige opmerkingen te maken.
Nahesson heeft het beloofde land niet mogen betreden. Van de getelden (Num. 1), van 20 jaar oud en daarboven, is niemand in de woestijn in leven gebleven; behalve Kaleb en Jozua (Num. 14: 29-30). Salma, de zoon van Nahessonhij was nog geen 20 jaar bij de eerste telling - wèl. Hij was bij de val van Iericho, de verdelging van Ai en trouwde later met Rachab uit Jericho, Mat. 1 : 5). Op grond van het feit, dat hij behoorde tot liet 4e geslacht dat uit Egypte trok (Gen. 15: 16), mogen ':Ne voor Salma bij zijn huwelijk wel een leeftijd tussen 60 en 70 jaar aannemen. Dat vond dan plaats 50-60 jaar na de uittocht. Stellen we hiernaast hetgeen we lezen in 1 Kon. 6: 1 - "In het 480e jaar na de uittocht der Israëlieten uit het land Egypte, in het 4e jaar van Salomo's regering 'Over Israël, bouwde Salomo het huis voor de Here" - dan moeten we tot de gevolgtrekking komen, dat de levensjaren van Boaz, Obed, Isaï en David een periode van plm. 425 jaar omspannen.
De leeftijden van Boaz en Obed worden niet vermeld; Isaï was in de tijd van Saul oud en hoogbejaard. David was 30 jaar toen hij koning werd en regeerde 40 jaar.
Het is derhalve duidelijk dat in de opsomming van het voorgeslacht van David namen zijn weggelaten. Met opzet; want het valt niet aan te nemen, dat de schrijver van het boek Rutih, die zo nauwkeurig wist dat de lijn van Juda via Perez naar Salma liep, de namen van personen, die nog dichterbij in de geschiedenis hadden geleefd, niet heeft geweten. Toen het verhaal van Ruth en Boaz te boek werd gesteld waren ze echter niet meer van belang.
Maar wat hééft het gespannen rondom de vervulling van de woorden van vader Jakob. Dat lezen we niet af uit de lijst van het voorgeslacht van David, want daarin staat: Nahesson verwekte Salma, Salma verwekte Boaz, Boaz verwekte Obed enz. Maar heeft Salma inderdaad Boaz verwekt?

Ruth
Het is nu tijd om naar het begin van het boek Ruth te gaan.
In de dagen dat de richters richtten, gebeurde het,. dat er een hongersnood in het land was. Efimelech, zijn vrouw Naomi en zijn zonen Machlon en Chiljon trokken uit Bethlehem naar het veld van Moaf. Elimelech stierf zodat Naomi met haar beide zonen achterbleef. Deze namen zich Moabietische vrouwen: de ene heette Orpa en de andere Ruth. En zij woonden daar ± 10 jaar. Toen stierven ook de zonen.
Nadat de Here had omgezien naar Zijn volkdoor hun brood te geven keert Naomi met haar schoondochter Ruth in Bethlehem terug. Vol is Naomi heengegaan, maar de Here heeft haar ledig doen terugkeren. Zij zal, na alles wat zij heeft meegemaakt in die 10 jaar, wel zijn getekend en in haar voorkomen ouderzijn geworden. Maar moet daarop zó worden gereageerd door de bewoners van Bethlehem? De gehele stad raakte over haar in opschudding. Wat een ramp; Naomi alléén terug!
Hoe moet het nu met de vervulling van Tacob's woorden? Daarvan komt toch - naar de mens gesproken - niets terecht. Géén Elimelech, géén Machion en Chiljon. Dood en begraven zijn zij in het veld van Mosb. Hun namen uit Israël uitgewist? Grondig naar het lijkt. Geen voortgang meer in de lijn Nahesson - Salma - Elimelech - Machlon. In het huis van Naomi zal geen jongens stem meer klinken, geen nakomeling meer werken op haar stukje land. Maar wat erger is: er zal niemand zijn die kan worden geëerd door Juda's broeders, niemand wiens hand zal zijn op de nek van hun vijanden. Dát is het probleem van de bewoners van Bethlehem, Hun toekomstverwachting ligt in stukken. En wie zal herstellen wat gebroken is? De Here, de God van het verbond, Die nooit laat varen het werk dat Zijn hand begon.

Herstelwerk
En over dat herstelwerk wordt ons zo prachtig verslag gedaan.
Het begint niet pas nu Naomi is teruggekeerd, maar reeds in het veld van Moab heeft de Here daarmede een aanvang gemaakt. Tegen het gebod des Heren hadden de zonen van Naomi zich Moabietische vrouwen genomen (Deut. 23 : 3-6). We lezen over die huwelijken niet veel meer dan het begin en het einde. Het einde: toen stierven ook Machion en Chiljon. Maar één ding staat vast, namelijk dat Ruth en Orpa liefde aan de gestorvenen hadden bewezen.
En niet alleen aan hen, maar ook kaan Naomi. Zij walgde niet van het leven om haar Moabietische schoondochters zoals Rebekka om de Hethietische vrouwen van Esau (Gen. 27: 46). Integendeel, er was een liefdesband tussen de vrouwen gegroeid, Niet zomaar; ondanks het feit, dat Naomi vond dat de Here haar veel bitterheid had aangedaan en tegen haar had getuigd, heeft zij zich toch vastgeklemd aan de God van het verbond. Zij heeft door haar onderwijs de schoondochters, in het bijzonder Ruth, tot jaloersheid verwekt. De Here heeft haar hart opengezet.
De Gdd van Israël, Die zoveel liefde en trouw aan Zijn volk bewees, Hem wilde zij toebehoren. "Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God", zegt zij tegen haar schoonmoeder. De Here heeft haar oprechte liefde gezien en gehonoreerd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief